Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Burgemeester: Bedrijven hierheen lokken is hard werk Brussel ziet het belang van de regio en steunt ons

Home

ANITA LOWENHARDT

COEVORDEN - Het is niet niks. Twee kleine gemeenten, het Nederlandse Coevorden en het Duitse Emlicheim, die samen een grensoverschrijdend bedrijventerrein van 330 hectare opzetten. De Duitse deelstaat Nedersaksen en de provincie Drenthe staan vierkant achter het initiatief voor Europark. Het wachten is nu op Den Haag, Bonn en Brussel voor de broodnodige financiële steun.

Het masterplan is in de maak - want Europark moet nog vóór de eeuwwisseling operationeel zijn - en een stuurgroep is bezig met het in kaart brengen van de belastingtechnische, juridische en bestuurlijke haken en ogen die aan het megaproject kleven. Bovendien wordt gewerkt aan de verbetering van snel-, water- en spoorwegen. En er is - nog vermeteler - het plan voor een aanpalend vrachtvliegveld op Duits grondgebied.

Onvermoeibaar promotor van dit alles is Bert Spahr van der Hoek, burgemeester van Coevorden in Zuidoost-Drenthe, op de grens van Overijssel en Duitsland. Hij werd er burgemeester in 1983, toen Coevorden een werkloosheid had van 26 procent. Daarom wilde het stadsbestuur een 'industrie-burgemeester' en die vonden ze in de VVD'er Spahr van der Hoek, die van het aantrekken van bedrijven zijn beroep had gemaakt in achtereenvolgens Purmerend en Zuidoost-Brabant. Dertien jaar later is het aantal werklozen in de 15 000 inwoners tellende stad gehalveerd.

Dat ging uiteraard niet vanzelf. Om de werkloosheid te verminderen, moesten bedrijven aangetrokken worden en dat is geen sinecure in dit gebied ondervond Spahr van der Hoek. “In de Randstad stonden de bedrijven in de rij, was het een kwestie van nummertjes trekken, maar het is ontzettend hard werken om hier bedrijven naar toe te krijgen.”

Een van zijn eerste daden was de opdracht aan een consultancy-bureau om de sterke en zwakke kanten van de stad te onderzoeken, vertelt hij op zijn kamer in het hypermoderne stadskantoor, aangebouwd aan het gerenoveerde kasteel, in de vroege middeleeuwen onderdeel van het fort dat Coevorden toen was.

“Uit dat onderzoek bleek vooral”, zegt hij, “dat we moesten proberen buitenlandse bedrijven aan te trekken, omdat binnenlandse ondernemingen niet zo snel genegen zijn te verhuizen naar een gebied als dit. Om dat te bereiken was vooral nodig de transportsector te verstevigen en fiks aan de weg te timmeren.”

Bijkomend voordeel voor het bevorderen van Coevorden als 'transportstad' was het fenomeen van de Bentheimer Eisenbahn, een particuliere Duitse spoorwegmaatschappij die aan het begin van deze eeuw een 'eeuwigdurend tractaat' verwierf voor de exploitatie van de spoorlijn op Nederlandse bodem; in Coevorden. Een cadeautje dat al jaren min of meer onuitgepakt in de kast lag.

“Ik heb stad en land afgereisd voor support en geld voor ons plan een rail-containerterminal aan te leggen. Ministers van verkeer en waterstaat, economische zaken en financiën van opeenvolgende kabinetten zijn hier geweest: Smit-Kroes, Van Aardenne, Maij-Weggen, Kok en Jorritsma.”

“Maar ik kreeg weinig steun en bleef op weerstand stuiten. Of dat kwam door tegenwerking van de NS? Ik weet het niet, maar de NS heeft een containerterminal in Veendam en heeft geen belang bij concurrentie.” Bovendien opende de NS een directe containerlijn van Rotterdam naar Milaan, in samenwerking met de Duitse spoorwegen.

Spahr van der Hoek gaf echter niet op. “De zaak kwam in een stroomversnelling na een bezoek van de toenmalige premier Lubbers. 'Wat is het probleem eigenlijk', vroeg hij. 'Onze subsidie-aanvraag van een paar miljoen gulden voor een containerterminal ligt al jaren in een la. We horen steeds uit Den Haag dat het een 'enig idee' is, maar er gebeurt niets', antwoordde ik.” Uiteindelijk kwam het rijk over de brug met drie miljoen gulden. De regering van Nedersaksen deed er nog een miljoen bij en inmiddels rijden de containertreinen naar tal van bestemmingen in Zuid- en Oost-Europa.

De volgende stap was het aantrekken van bedrijven. Trots laat Spahr van der Hoek het industrieterrein van Coevorden zien, gegroepeerd rondom de containerterminal van de Bentheimer Eisenbahn. Zijn grootste trots is het bedrijf ENS, een wasserette voor licht radioactief textiel, dat hij wegkaapte voor de neus van Friesland. Het Amerikaanse moederbedrijf INS koos Coevorden vanwege 'de goede weg- en spoorverbindingen' en de 'toekomstgerichte houding' van het gemeentebestuur.

Rijdend langs de Navo-basis, zegt hij: “Daar werken 250 man en door hen waar nodig te helpen en te betrekken bij activiteiten als onze jaarlijkse Ganzenmarkt bouwden we goede contacten met hen op. Zij hielpen ons bij het aantrekken van ENS.”

We maken ook een ritje in een rode locomotief van de Eisenbahn - getooid met het bordje 'Heimatbahnhof Coevorden' - en tuffen een klein stukje Duitsland in om te zien waar het Europark moet komen. Het is voornamelijk landbouwgrond met hier en daar wat koeien en paarden.

“In juli”, vertelt Spahr van der Hoek, “kochten we in een paar dagen tijd het gros van de grond. Het was net een militaire operatie, om prijsopdrijving te voorkomen. 's Middags om vier uur werd het laatste contract getekend, om vijf uur gingen de stukken naar de gemeenteraad, die er diezelfde avond over vergaderde en akkoord ging.”

Hij wijst op de bedrijven rond de terminal. “Dít is industrie. Hier houden wij nog van industrie en hier is een potentieel aan arbeidskrachten die bereid zijn hard te werken. Een prachtige vestigingsplek voor bedrijven. Zie ook het verbrede en verdiepte kanaal en het kruispunt van grote doorgaande wegen. En let op deze rondweg. Die was al met EG-geld aangelegd, nog voordat de terminal goed en wel gerealiseerd was. We doen goede zaken met Brussel. Brussel kijkt naar het belang van een regio, niet naar inwonertallen zoals Den Haag.”

Spahr van der Hoek heeft niet de illusie dat het makkelijk zal worden buitenlandse bedrijven naar het Europark te lokken, ondanks het feit dat een haalbaarheidsonderzoek - ook al met EG-geld gefinancierd - aangeeft dat Europark behoorlijke kans van slagen heeft. “De competitie is groot”, zegt de burgemeester van Coevorden. “Ondernemingen, bijvoorbeeld Aziatische, die op zoek zijn naar een vestiging in Europa, kiezen tegenwoordig minder voor landen en meer voor regio's. De keuze gaat dan tussen Bergamo, Dublin, Berlijn of Noord-Nederland. Dat betekent dat je het professioneel moet aanpakken en veel aan de weg moet timmeren.”

Deel dit artikel