Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Brussel als het tweede Moskou

Home

Huub van Baar

Wacht niet te lang met de uitbreiding van de Europese Unie, waarschuwen deskundigen. Het lijkt of de Oost-Europese landen staan te popelen om bij de EU te horen. In werkelijkheid ligt in de regio de anti-Europese stemming op de loer.

Vier grote Midden-Europese landen maken de kans om over twee jaar bij de Europese Unie te horen - en in al die vier landen is links aan de macht. De sociaal-democraten wonnen vorig jaar al in Polen. Ze wonnen twee maanden geleden in Hongarije. En afgelopen zaterdag ging ook in Tsjechië de verkiezingszege naar de sociaal-democraten. In Slowakije regeert links al vier jaar.

Het lijkt of in Midden-Europa precies het tegenovergestelde gebeurt van wat in West-Europa gaande is. Terwijl in West-Europa de sociaal-democraten nederlaag op nederlaag lijden, het populisme groeit en de burgers steeds steeds meer bedenkingen uiten tegen de voorgenomen uitbreiding van de EU met tien nieuwe lidstaten, is daarvan in Midden-Europa geen sprake. De Midden-Europese kiezer moet niets hebben van populisme. Hij stemt niet op partijen die tegen de Europese Unie aanschoppen.

Maar zo eenvoudig ligt het niet. De voorsprong van de sociaal-democraten is klein. Hun positie is wankel. De huidige tendens kan net zo makkelijk omslaan in een nationalistische, anti-Europese beweging.

,,De opkomst van extreem-rechts speelt niet alleen in West-Europa. Het is een nieuwe, algemene trend in heel Europa'', zegt Istvan Gyarmati. Hij is vice-president van het Oost-West Instituut in Boedapest. ,,In Oost-Europa is die trend veel gevaarlijker dan in West-Europa. Het democratische gedachtegoed en het democratische electoraat zijn daar lang niet zo stabiel''. Veel Oost-Europeanen staan bovendien wel degelijk argwanend tegenover de Europese Unie, zegt de Hongaarse wetenschapper Charles Gati, onderzoeker aan de Johns Hopkins Universiteit. ,,Eerst werden de Oost-Europeanen door de Sovjet-Unie onderdrukt. Toen dachten ze dat ze onafhankelijk zouden worden. En nu vrezen velen van dat ze tweederangs EU-burgers zullen worden.''

In Tsjechië kwam de winst voor de sociaal-democraten het afgelopen weekeinde als een verrassing. Maar groot was de winst niet. De sociaal-democraten zijn aangewezen op een coalitie met een kleine centrum-rechtse partij.

Lange tijd zag het ernaar uit dat de rechts-conservatieve Burgerpartij ODS van Vaclav Klaus zou gaan winnen. Klaus is een nationalist en een felle euroscepticus. Hij hamert keer op keer op de 'nationale belangen' van Tsjechië. Volgens Klaus zijn die belangen niet veilig bij de Europese Unie.

Daarbij rakelde hij vooral de kwestie op van de zogeheten Benes-decreten. Deze decreten rechtvaardigden in 1946 de hardhandige verdrijving van ruim twee miljoen Duitsers en dertigduizend Hongaren uit het toenmalige Tsjechoslowakije. Tegenwoordig zijn dezelfde decreten de inzet van een slepend conflict tussen Tsjechië enerzijds en Oostenrijk, Duitsland en Hongarije anderzijds. Die buurlanden willen dat de decreten rechtsongeldig worden verklaard. Maar Klaus moet daarvan niets hebben. Hij wil zelfs dat de EU, mocht Tsjechië tot de unie toetreden, expliciet garandeert dat de decreten onaantastbaar zijn.

Klaus' flirt met het nationalisme is door de Tsjechische kiezer echter niet beloond.

Dat lot trof in Hongarije ook de conservatieve premier Orban, die met zijn Fidesz-partij in april de verkiezingen verloor. Tegen alle voorspellingen in ging de winst naar de sociaal-democratische kandidaat Medgyessy. Die moet niets hebben van het nationalisme van zijn concurrent. ,,Ik zal premier zijn van tien miljoen Hongaren'', zei Medgyessy in april, direct na zijn zege. Het was een verwijzing naar een uitspraak van Orban, dat híj premier van vijftien miljoen Hongaren was. Daarmee doelde hij op de vijf miljoen Hongaren die in Slowakije, Roemenië en Servië wonen. Orban verlangt terug naar het veel grotere Hongarije van voor de Eerste Wereldoorlog.

Orban flirtte in de campagne openlijk met nationalistische thema's. Als hij had gewonnen, was hij waarschijnlijk gaan regeren met de extreem-rechtse en openlijk antisemitische 'Partij voor Rechtvaardigheid en Leven' (MIEP). Omdat de MIEP de kiesdrempel net niet haalde, kon de sociaal-democraat Medgyessy met de hulp van een kleine liberale partij Orban buitenspel zetten.

Stemden de Hongaren tégen nationalisme? Absoluut niet, zegt Michael Shafir van Radio Free Europe in Praag, een kenner van extremisme in Oost-Europa. ,,Een stem tegen Fidesz was geen stem tegen het vermeende nationalisme van deze conservatieve partij. Het was een stem van de minder welgestelden en de ouderen in het land. De jongere Hongaren hebben helemaal geen moeite met het ultranationalisme van Fidesz.''

In Tsjechië speelt iets vergelijkbaars, zegt Jaromir Mr zek, verbonden aan de Praagse Karelsuniversiteit. Hij ziet het verlies van de conservatieve Tsjechische politicus Klaus niet als een teken dat euroscepticisme en nationalisme slecht scoren in het land.

,,Klaus heeft vergeefs geprobeerd om kiezers te winnen met de kwestie van de Benes-decreten. Maar dat kwam vooral omdat het een kunstmatig gecreëerd politiek thema is. Veel politici voeren het nationalisme op, omdat ze liever de thema's omzeilen die echt belangrijk zijn. Klaus moet niet worden onderschat. Al vele malen eerder wist hij zijn partij onverwacht te mobiliseren.''

Ook de rol van de conservatieve Hongaarse politicus Orban is nog lang niet uitgespeeld. Hij heeft gezegd dat het niet weer vier jaar, tot de nieuwe verkiezingen, zal duren voordat 'het volk' zijn stem laat horen. Met veel bombarie en naar het model van Berlusconi's Forza Italia heeft hij een burgerbeweging gesticht. Onder de naam 'Hup Hongarije' zal die regelmatig betogingen gaan houden.

,,We zijn niet in oppositie, want wij zijn het volk!'', scandeerde Orban in mei van de burchtheuvel in Boedapest. Orban is overigens pas recent bekeerd tot het nationalisme. De nieuwe sociaal-democratische regering van Medgyessy vergeleek hij onlangs met een bende landverraders. ,,Of het nu Tartaarse of Turkse plunderaars zijn, we zullen hen niet toestaan onze landbouwgrond aan vreemdelingen te verkwanselen'', brieste Orban.

Dat klinkt als een echo van slogans die ook in Polen - een andere kandidaat voor toetreding van de Europese Unie - klinken. Lepper, de leider van de radicale Poolse boerenpartij, veroorzaakte er vorig jaar een rel mee in het parlement. Hij dreigde ,,politici een lesje te leren die het land aan buitenlanders verkwanselen''.

Lepper en Orban verwijzen beide naar de plannen van de EU om de Oost-Europese boeren de eerste jaren na toetreding maar beperkt te laten profiteren van inkomenssteun. Zweden en Groot-Brittannië, maar vooral Nederland en Duitsland verzetten zich fel tegen zulke inkomenssteun. Boeren in de kandidaat-lidstaten vrezen ook dat veel landbouwgrond door West-Europese boeren zal worden opgekocht.

Die angst bestaat vooral in Polen, waar de sociaal-democraten van premier Miller samen met de gematigde boerenpartij van landbouwminister Kalinowski regeren. Kalinowski had vorig jaar grote moeite de regeringsdeelname aan zijn achterban te verkopen. Onder druk van de EU wil premier Miller juist de agrarische sector ingrijpend saneren.

De partij van Lepper is tot de tweede partij uitgegroeid. Veel boeren die eerst op de gematigde boerenpartij van landbouwminister Kalinowski stemden, lopen nu naar Leppers radicale club over. Kalinowski heeft nu gezegd dat hij pas met de EU wil onderhandelen als de unie steun aan Poolse boeren garandeert.

De radicalen in Polen wíllen al niet meer praten met de Europese Unie. Boerenleider Lepper vaart een anti-Europese koers. Er is een gerede kans dat de Polen volgend jaar, als ze in een referendum beslissen over toetreding bij de EU, tegenstemmen.

In Slowakije - ook kandidaatlid voor toetreding tot de EU - staat links er nog slechter voor. In 1998 won een samenraapsel van linkse partijen de verkiezingen. De bevolking zette zich toen af tegen het ultranationalistische en anti-Europese beleid uit de jaren ervoor. Dat had Slowakije in een internationaal isolement gebracht.

Maar het linkse blok is de steun van de bevolking inmiddels kwijt. Misschien doet de huidige sociaal-democratische regering er veel aan om Slowakije voor het Navo- en EU-lidmaatschap klaar te stomen. Het ziet er echter naar uit dat de vorige conservatieve premier Meciars in september de verkiezingen fors zal winnen. De huidige coalitie is verdeeld, gaat gebukt onder corruptieschandalen en interne partijruzies. Ook weet de Slowaakse regering zich geen raad met de werkloosheid, die met twintig procent de hoogste in de regio is.

Ex-regeringsleider en nationalist Meciar kondigde al aan: ,,Tegen iedereen die ons wilde zien gaan en die ons verketterde, zeggen we: hier zijn we, heren, we zijn sterker en we zijn met meer. Zijn mogelijke terugkeer op het Slowaakse politieke toneel, roept bij vertegenwoordigers van de Navo en de Europese Unie grote bedenkingen op. Moet Meciars Slowakije eigenlijk nog wel toetreden tot de EU? De beslissing daarover zal vermoedelijk vallen aan het einde van dit jaar.

Ondertussen lopen de meningen over de manier waarop de uitbreiding gestalte moet krijgen binnen de EU, verder uiteen. De laatste weken gaan stemmen op dat van een uitbreiding met tien nieuwe landen tegelijk geen sprake kan zijn.

D66-europarlementariër Lousewies van der Laan zei onlangs dat alleen die landen kunnen toetreden, die een voldoende scoren op het punt van mensenrechten, corruptiebestrijding en hervormingen. In dat geval zou niet alleen de toetreding van Slowakije, maar ook die van Tsjechië, Polen en Hongarije in gevaar kunnen komen. De Poolse minister Kalinowski meent dat de EU dan met twee maten zou meten. Met corruptie of grensbewaking scoren ook Italië, Griekenland en Spanje beneden de maat.

De eurocommissaris voor uitbreiding Verheugen vindt dat de EU haar uitbreidingsplannen op orde moet brengen. ,,We hebben niet alle tijd van de wereld. De mensen beginnen nerveus en ongerust te worden over hun perspectieven.''

Hij meent dat de huidige problemen in Europa ten onrechte met de uitbreiding in verband worden gebracht. ,,We willen geen ondoordringbare grenzen optrekken tussen het welvarende deel van Europa en het deel dat wanhopig probeert mee te komen. De uitbreiding zelf is het probleem niet, ze is deel van de oplossing.'' Het gevaar bestaat volgens hem ,,dat het raam voor de uitbreiding dat nu openstaat, opnieuw dichtgaat''.

Ook volgens de Praagse politicoloog Mr zek zal uitstel van de uitbreiding averechts werken. ,,Brussel zal worden voorgesteld als een tweede Moskou. Politici als Klaus en Meciar zullen alleen maar meer grip op hun achterban krijgen. De beste manier om de democratisering in Midden-Europa te steunen, is ze een goed perspectief op uitbreiding te bieden, en ze niet opnieuw met een kluitje in het riet te sturen.''

Deel dit artikel