Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Brecht Rodenburg kan eindelijk zijn grieven kwijt

Home

NICOLIEN VAN DOORN

ZEVENHUIZEN - De manager van een volleybalclub is het niet eens met een beslissing van het bestuur en stapt op. Vier spelers van het eerste team verklaren zich solidair met hem en stappen eveneens op. Een ondoordacht gebaar? Een overdreven reactie? Normaal gesproken wel. Maar niet wanneer de club Zevenhuizen heet.

Zevenhuizen is niet zomaar een volleybalclub, Zevenhuizen is een hechte gemeenschap, zowel binnen als buiten het volleybalveld. Hoe hecht die gemeenschap is, blijkt wel uit het antwoord dat Brecht Rodenburg jaren geleden gaf op de vraag, waarom hij weigerde voor het nationaal team uit te komen. Het bestaan van globetrotter trok hem absoluut niet, omdat hij zijn clubgenoten en het gezellige pilsje in Dorpshuis Swanla niet kon missen . . .

In zo'n ambiance gebeuren af en toe dingen, die niets met verstand en alles met gevoel te maken hebben. Zeker wanneer de club, zoals bij ZVH het geval is, toch al een bewogen seizoen achter de rug heeft. Na een reeks verloren wedstrijden stelde hoofdtrainer Toon van der Burgt in januari zijn functie beschikbaar. Zijn taken werden voorlopig overgenomen door zijn assistent Stewart Bernard. Drie weken geleden benoemde het clubbestuur, zonder met de spelers overlegd te hebben, de 29-jarige Bernard tot hoofdtrainer voor het komende seizoen. Waarop Cees Nobel, al twintig jaar manager bij ZVH, in woede ontstak en zijn ontslag indiende.

Uit solidariteit met Nobel stapten Edger Tinkhof, Ronald Kooijman, Pieter Nobel en Brecht Rodenburg eveneens op. Tinkhof was sowieso op ZVH uitgekeken en had al een contract getekend met Zwolle. Kooijman had zich voorgenomen te stoppen en Nobel wist dat hij uit het eerste team zou worden gezet. De enige, die met zijn vertrek voor de nodige opschudding zorgde, was Brecht Rodenburg.

De 27-jarige buitenaanvaller heeft er nooit een geheim van gemaakt dat zijn hart in Zevenhuizen ligt. Hij woont er, hij volleybalt er en hij heeft er vrienden. Wanneer een van die vrienden uit ergernis met het clubbeleid opstapt, vindt hij het vanzelfsprekend dat hij zich even hard ergert en even snel opstapt.

Voor het eerst van zijn leven stond Rodenburg er alleen voor. Zijn baan bij Rentokil, hoofdsponsor van ZVH, stond op de tocht. Cees Nobel kon hem niet meer helpen. Zijn voormalige teamgenoten hadden zich van hem afgewend. Er waren geen wedstrijden meer om naar uit te kijken. En na afloop van die wedstrijden was er geen pilsje meer. Er was helemaal niks meer. Op het moment dat Rodenburg zich daarvan bewust werd, voelde hij de grond onder zijn voeten wegzinken.

Tweeëneenhalf jaar eerder had Rodenburg iets soortgelijks meegemaakt. Tijdens zijn debuut in het Nederlands team brak hij op twee plaatsen zijn been. Afgezien van het feit dat het ongeval hem een jaar kostte, was het frappant dat er verder ogenschijnlijk niet veel veranderde. Rodenburg wist zich terug te werken naar een basisplaats in het eerste team en pakte de draad op, alsof er niets was voorgevallen. Zijn teamgenoten deden precies hetzelfde. Hij werd weer ingehaald als de onbetwiste leider en alles werd weer op hem afgestemd. Niemand maakte er een punt van, dat Rodenburg uit bijgeloof na ieder groot toernooi een tijdje aan de kant bleef. En iedereen vond het doodnormaal dat de manager hem bij alles betrok en raadpleegde. “Hij is altijd behandeld alsof hij de enige was die ZVH kon redden”, zegt teamarts Rob Duiverman. “Vandaar dat hij dat idee zelf ook had.”

Vanaf het moment dat hij zijn ontslag had ingediend, kreeg Rodenburg de kans de afgelopen jaren te overzien. Plotseling drong het hem door dat hij jarenlang op zijn tenen had gelopen en zich al die tijd had aangepast aan de wensen van anderen. “Het probleem van Brecht is dat hij altijd onder de hoede van Nobel heeft gewerkt”, analyseert Duiverman. “De manager dacht en deed voor hem. Sinds Brecht dat inziet, is hij bezig met een losmakingsproces. Hij is niet meer bereid zich alle kanten op te laten gooien. Dat is een goede zaak.”

Nu hij niet langer beschouwd wordt als de redder van het team, kan Rodenburg eindelijk zijn grieven kwijt. Al het oude zeer krijgt de kans naar boven te komen: “Hij ziet in dat hij alles altijd alleen heeft moeten opknappen”, vervolgt Duiverman. “Dat neemt hij zijn teamgenoten enorm kwalijk. Woedend werd hij, toen de rest van de groep hem verweet dat hij na zijn beenbreuk nooit meer zijn oude niveau heeft gehaald. 'Jullie kunnen je niet voorstellen hoeveel pijn ik heb gehad en hoe moeilijk het is geweest om terug te komen', zei hij. 'Al die tijd heb ik van jullie geen enkele steun ondervonden. Niemand heeft me nooit gevraagd hoe het met me ging.' Al die frustaties komen er nu uit.”

Momenteel traint Rodenburg met het tweede team van ZVH. Of hij terugkeert naar het eerste, is zeer de vraag. “Ik hoef Brecht niet terug te vragen, want ik heb hem niet weggestuurd”, zegt hoofdtrainer Bernard. “Hij is uit eigen beweging opgestapt. In het laatste gesprek dat met hem is gevoerd heeft hij duidelijk gezegd dat hij er niet aan denkt om terug te komen zolang ik coach ben. Als hij terug wil komen, zal hij moeten aangeven waarom hij die stap terug wil doen. Ik weet best dat hij emotioneel diep in de put zit, maar hij zal toch zelf de eerste stap moeten zetten.”

En die eerste stap zal gevolgd moeten worden door een tweede: “Brecht heeft niet alleen met mij te maken”, zegt Bernard. “De groep moet hem ook accepteren. Het team heeft altijd veel rekening met hem gehouden. Daarom is het zo jammer dat hij geen rekening heeft gehouden met het team. Doordat hij zijn afspraken niet is nagekomen, heeft hij laten zien dat hij niet betrouwbaar is. De vraag is: hoe wint hij dat vertrouwen terug? Als je professioneel met je sport bezig bent, moet je je niet laten leiden door emotionaliteit. Daar schiet je weinig mee op. Ik steek er in elk geval mijn energie niet meer in.”

International Rob Grabert zegt dat hij als persoon begrip kan opbrengen voor de situatie waarin zijn teamgenoot verkeert. “Maar als speler kan ik het niet goedkeuren. Als prof maak je bepaalde afspraken. Als je je daar niet aan kunt houden, moet je niet in een team gaan spelen.”

Rodenburg heeft inmiddels een aantal negatieve aspecten van zijn beslissing kunnen terugdraaien. Bondscoach Alberda reageerde welwillend op zijn vraag, of hij hem bij het begin van het internationale seizoen wil ontzien. En zijn werkgever is al evenmin van plan hem te ontslaan. “Rodenburg is goed bezig”, zegt Duiverman. “Het maakt niet uit waar hij uiteindelijk voor kiest. Zolang hij maar kiest voor datgene waar hij zich honderd procent lekker bij voelt.”

Deel dit artikel