Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

BOEK &

Home

JAAP DE BERG

Je hebt taalgoochelaars die over God spreken maar dit woord alleen hanteren als symbool voor iets anders: liefde, gerechtigheid, het goede in de mens, dat soort dingen. Bovennatuurlijke macht komt er niet aan te pas. De Leidse filosoof Herman Philipse beschouwt zulke mensen, die je ook onder theologen wel aantreft, als stiekeme godloochenaars, al prefereert hij de term crypto-atheïsten.

Het is een van de zeer weinige denkbeelden in Philipse's Atheïstisch Manifest (Prometheus, Amsterdam; 128 blz. ¿ 25) die orthodoxe amateur- en beroepstheologen hartgrondig zullen beamen. Met de rest van het geschrift maken ze vermoedelijk liever de kachel aan. Dit zal hun, als ze recht proberen te doen aan Philipse's argumentatie, niet meevallen.

Het manifest bevat drie opstellen over godsdienst en moraal. Heldere teksten zonder academische geheimtaal, maar iets te fijnmazig van structuur om in een paar zinnen te worden samengevat. Ik beperk me tot één hoofdpunt. Bestaat God? Volgens een wijd verbreide opvatting is het menselijk denkvermogen niet toereikend om tussen ja en nee te kiezen. Philipse acht een rationeel verantwoorde keus wèl mogelijk, en legt uit waarom. Vervolgens maakt hij van die mogelijkheid gebruik om voor een zekere vorm van atheïsme te opteren. Zijn kernargument is dat mensen die de natuurwetenschappen serieus nemen, niet alleen de traditionele inhoud van het woordje 'God' moeten verwerpen, maar er ook niets van betekenis voor in de plaats kunnen stellen (of ze moeten met 'God' goocheltrucs uithalen die, toegepast op andere woorden, een algemene spraakverwarring zouden veroorzaken).

Als uitgeverij Ankh-Hermes te Deventer even zwaar als Philipse tilde aan logische consistentie en wetenschappelijke verificatie, zou haar produktie aanmerkelijk bescheidener zijn. In Reïncarnatieverhalen van kinderen (Ankh-Hermes, 164 blz. ¿ 29,50) voeren Peter en Mary Harrison 26 kleine Britten op, die zich een vorig leven zeggen te herinneren. Een meisje is haar eigen grootmoeder geweest, een jongen heeft de moord op Thomas Becket (12e eeuw) nog meegemaakt, en een kind uit Plymouth doet verslag van ontmoetingen met Jezus maar verstrekt geen duidelijk signalement. Voor de wijsheid van (ongeneeslijk zieke) kinderen voert ds. Hans Stolp in Als ik naar oma ga - Het kind en de dood de verklaring aan dat iedereen bij zijn geboorte al een leven 'in de wereld van God' achter zich heeft, 'en misschien wel vele levens' (Ten Have, Baarn; met interviews door Lize Stilma; 117 blz. ¿ 24,90).

Hoe het in de hemel alias de spirituele wereld alias de volgende bestaanssfeer toegaat, beschrijft de Britse Gay Muir in Mediumschap (Ankh-Hermes, 185 blz. ¿ 35), een verhandeling over theorie en praktijk van het spiritisme. Zij meent o. a. te weten dat leraren er soms les blijven geven aan gestorven scholieren. Minstens zo sterke verhalen behelst De uitverkoren planeet van Phyllis V. Schlemmer (Ankh-Hermes, 344 blz. ¿ 49,50). Twintig jaar lang zou de woordvoerder van een alwijze, buitenaardse Raad van Negen via deze Amerikaanse diëtiste en transmitter vragen beantwoord en boodschappen doorgegeven hebben. Een enkel detail: wij zijn allemaal God, de tekst 'In den beginne was het Woord' berust op een vertaalfout, en Jezus heeft als jongeman Japan bezocht. Te oordelen naar de Nederlandse tekst heeft de Raad van Negen ook de vertaler terzijde gestaan; zo geeft hij 'sitting on the fence' oftewel 'de kat uit de boom kijken' weer als 'op het hek zitten'.

In 1969 werd Bernard Besret afgezet als prior van een Bretonse abdij die hij in een 'oefenplek voor religieuze vrijheid' had veranderd. Twee decennia later schreef hij een geestelijke autobiografie: Confiteor (DABAR-Luyten, Aalsmeer; 152 blz. ¿ 24,90). Nog steeds is Besret op zoek, en wel naar 'de wijsheid die aan de basis ligt van alle grote tradities'.

Heel waardevol voor mede-zoekers is The World's Wisdom, een bloemlezing uit wat de ondertitel heilige teksten van de wereldreligies noemt (red. Philip Novak; HarperCollins, New York; 425 blz. ¿ 29,10). Die ondertitel mag ruim worden geïnterpreteerd; er vallen ook geschriften van Einstein, Heschel en Wiesel onder. En van Martin Luther King, die zowel in het christelijke hoofdstuk figureert als in het joodse - omdat zijn redevoering 'I have a dream' zo machtig aansluit bij Exodus en de joodse profeten. In Liefde tot de leegte - Een christelijke visie op het Boeddhisme (Boekencentrum, Zoetermeer; 176 blz. ¿ 24,90) streeft EO-medewerker Pieter van Kampen merkbaar naar een faire weergave van wat de diverse stromingen binnen het boeddhisme beweegt, zonder zich evenwel te laten meeslepen.

Dag van staken

Wij naderen vertrouwd gebied. Voor geïnteresseerden in de post die Luther in 1530 - het jaar van de rijksdag in Augsburg - verzond, heeft P. den Ouden een Nederlandse uitgave van deze brieven verzorgd, ingeleid en van een vlotte verbindende tekst voorzien: Ik zal niet sterven, maar leven (De Groot Goudriaan, Kampen; geb., geïll., 160 blz. ¿ 34,90). Bijbeluitleg, politiek commentaar, kritiek op de 24-uurs-economie 'waarin een week geen zeven dagen maar 168 uur telt', en een adhesie-betuiging aan de Raad van Kerken die de zondag als weldaad aanbeveelt, verenigde de hervormde emeritus C. B. Posthumus Meyes in Een dag van staken - Zuinig zijn op de zondag (Boekencentrum; 103 blz. ¿ 17,50).

Vooral een bevattelijk overzicht van wat er omgaat in de allerminst eenvormige wereld van orthodox-protestants Nederland, biedt Als een briesende leeuw van de godsdienstsocioloog Hijme Stoffels (Kok, Kampen; 207 blz. ¿ 39,90). Tot die wereld rekent hij een kwart van de hervormden, ruim een derde van de 'gewone' gereformeerden, de leden van de kleinere gereformeerde kerken benevens baptisten, evangelische gemeenten, pinkstergroepen en aanverwante filialen van de christenheid. Tussen hen en de overige christenen - en niet langer tussen protestanten en katholieken - trekt Stoffels de mentale en culturele scheidslijnen in kerkelijk Nederland.

Voor wie zich aan de andere kant daarvan bevindt, moet misschien worden uitgelegd dat hij zijn titel aan het Nieuwe Testament heeft ontleend: 'Satan gaat rond als een briesende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden'. De socioloog verwacht dat een 'harde kern' van orthodoxen de strijd tegen Satan (lees: de secularisatie) tot de jongste dag zal weten vol te houden, mits ze enkele adviezen van hem niet in de wind slaat.

Een mammoet-project tot slot. Een stichting van orthodoxe, interkerkelijke signatuur beijvert zich voor een uitgave van het verzameld werk van de vrijgemaakte theoloog K. Schilder (1890-1952). Een eerdere poging moest in de jaren zestig na de verschijning van slechts negen delen worden gestaakt. De totale omvang wordt nu geschat op minstens vijftien banden van ongeveer 500 pagina's. Het pasverschenen deel met 85 teksten uit 1940 en 1941 (red. G. Harinck; De Vuurbaak, Barneveld; geb., 504 blz. ¿ 95) getuigt van een royaal opnamebeleid. Aan de vergetelheid ontrukt is ook een recensie van de 19e editie van Koenen/Endepols, met een klacht over 'die vreeselijke spelling(-Marchant)', die de uitdrukking 'visch noch vleesch', voor Schilder toch al een schrikbeeld, coupeerde tot 'vis noch vlees'.

Deel dit artikel