Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Boeddhisten rekenen zich rijk met te hoge cijfers

Home

Pauline Weseman

Het aantal Nederlandse boeddhisten wordt in verschillende rapporten te hoog geschat. De cijfers blijken steeds afkomstig van de Boeddhistische Omroep Stichting. De belangen voor de boeddhistische zuil zijn groot. „We passsen het aan op de site.”

De koepelorganisatie van boeddhisten overdrijft de groei van het aantal boeddhisten in Nederland schromelijk. Dat stellen verschillende wetenschappers.

Ondertussen draagt de Boeddhistische Unie Nederland (BUN) – op grond van die hoge cijfers – met grote voortvarendheid wel bij aan de totstandkoming van een boeddhistische zuil met eigen basisschool, een universitaire opleiding voor geestelijk verzorgers, een hospice, een zorgverzekering. Vorige week werd de BUN als zendende instantie voor geestelijk verzorgers erkend door het ministerie van justitie.

Hoeveel boeddhisten zijn er nu eigenlijk, is de grote vraag. Waren er in 1996 volgens de BUN nog 33.000 boeddhisten, drie jaar later waren het er ineens 169.000, in 2004 waren 250.000 mensen boeddhist. Dat is gebaseerd op een naar eigen zeggen ’concrete telling’ van de Boeddhistische Omroep Stichting (BOS) die daarvoor alle aangeslotenen bij boeddhistische groeperingen bij elkaar heeft opgeteld. Volgens BOS en BUN zijn er tenminste zeventig gemeenschappen, waarvan er 43 door de BUN worden vertegenwoordigd.

Nu groeit de belangstelling voor het boeddhisme wel degelijk, maar een aantal van 250.000 is toch echt overdreven, relativeert Freek Bakker, onder andere intercultureel theoloog en docent boeddhisme aan de Universiteit Utrecht. Bakker denkt eerder aan gemiddeld honderd bezoekers per sangha (geloofsgemeenschap), ofwel 7000 autochtone boeddhisten.

Een indicatie voor het aantal allochtone boeddhisten is, denkt Bakker, de omvang van de eerste en tweede generatie Vietnamezen en Thai. Dat zijn er krap 33.000 volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Van de 47.000 Chinezen in Nederland is slechts een klein groepje boeddhist. In totaal kunnen er dus nooit meer dan 80.000 boeddhistische allochtonen zijn.

Toch komen ook onderzoeksbureaus met veel hogere cijfers. Zij blijken zich allemaal te baseren op dezelfde cijfers van de boeddhistische omroep BOS uit 1999.

In het deze maand uitgekomen rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau, ’Maatschappelijke organisaties in beeld’, duikt het cijfer op van 170.000 boeddhisten uit 1999, van wie 70.000 autochtonen en 100.000 allochtonen. Wat neerkomt op gemiddeld ruim 5100 leden van elk van de 33 sangha’s die in 2006 waren aangesloten bij de BUN.

In een voetnoot merken de onderzoekers wel op dat dit aantal ’onwaarschijnlijk hoog’ is. SCP-onderzoeker Joep de Hart zegt zich te baseren op het onderzoek ’Geloven in het Publieke Domein’ uit 2006 van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, dat op zijn beurt weer is gebaseerd op cijfers van Kaski, die Kaski weer van het BOS heeft. De Hart: „De hoge cijfers verbaasden me enorm – vandaar de kanttekening – maar het was niet mijn opdracht om de herkomst te onderzoeken.’’

Ook het CBS brengt geen uitkomst, want dat heeft de ’marginale religieuze groepering’ niet eens in kaart gebracht. Boeddhisten zijn moeilijk te traceren omdat ze nog ingeschreven kunnen staan bij een kerk of parochie, zegt theoloog Bakker. En wat is een boeddhist? Iemand die ’toevlucht heeft genomen’ (vergelijkbare met het protestantse belijdenis doen) of ook al iemand die soms een boekje van de dalai lama koopt? De BUN heeft er natuurlijk belang bij om de achterban groot te laten lijken, zegt Bakker.

Op zich is het geen schande je parochie wat groter te laten lijken dan die in werkelijkheid is. In dit geval zetten kleine groepen boeddhisten het hoge totaalaantal, op gezag van de BUN, in als onderbouwing van eigen aanspraken op overheidssteun, zegt Rob Hogendoorn. Hij is promovendus aan de Faculteit der Godsdienstwetenschappen van de Universiteit Leiden en noemt zich ’losse boeddhist’.

Het grote getal werd voor het eerst ingezet bij de oprichting van de BOS in 2000. Het Commissariaat voor de Media kende na een bezwaarprocedure zendtijd toe aan de omroep, pas nadat de BUN een klein deel van de geclaimde achterban aannemelijk had weten te maken, namelijk 36.000 mensen.

Maar waar zijn ze dan, al die boeddhisten? Hogendoorn vraagt zich af of ze wel bestaan. Een van zijn argumenten is de tegenvallende animo voor de collectieve boeddhistische zorgpolis van Zilveren Kruis Achmea. In plaats van de verwachte ’paar duizend’, hebben na twee jaar 730 boeddhisten zo’n polis, vertelt woordvoerster Rompa. Inderdaad, ’het loopt niet storm’, maar Rompa twijfelt niet aan de juistheid van de BUN-cijfers: „Mensen hebben tegenwoordig veel keuze en deze polis is betrekkelijk nieuw, dat speelt ook mee.”

Ook bij de recente plannen voor de boeddhistische Mandalaschool in Amsterdam en een universitaire opleiding voor geestelijke verzorgers, en bij de recente erkenning als zendende instantie door het ministerie van justitie, fungeren de hoge aantallen volgens Hogendoorn als ’ketenbewijs’ voor een groot draagvlak.

Die cijfers zijn een hopeloos drama, zegt de Haagse BUN-voorzitter Varamitra. De cijfers van de BOS zijn ’van voor zijn tijd’.

„Ik zeg altijd dat er ergens tussen de 15.000 en 1,5 miljoen boeddhisten zijn in Nederland. Met een heel natte vinger zeg ik 50.000. Het lastige is dat het boeddhisme een open systeem is. Iedereen die zich boeddhist voelt, mag zich zo noemen. Er is geen doopregister zoals bij christenen, en veel boeddhisten willen zich juist nergens bij aansluiten. Ik denk dat die 250.000 in elk geval te veel is, dat aantal zullen we op de site aanpassen naar 170.000.”

Varamitra vindt het niet terecht dat de BUN wordt verweten dat hij de hoge cijfers voor het karretje spant van een boeddhistische zuil. De initiatieven voor instellingen komen volgens hem niet van de BUN zelf.

„Het probleem is dat iedereen in dit land altijd cijfers wil hebben, maar zo werkt het niet bij boeddhisten. Zolang de overheid hamert op cijfers, is het geen wonder dat er cijfers worden gecreëerd. Ik twijfel niet aan de goede intenties van alle boeddhistische initiatieven, maar ik zeg wel tegen de initiatiefnemers: maak het maar waar of er inderdaad zo’n groot maatschappelijk draagvlak is als wordt beweerd. Ik daag de wetenschap uit om een goede meetmethode te ontwikkelen.”

Diezelfde oproep doet BOS-directeur Gertjan Mulder. „Er is geen wetenschappelijk alternatief om boeddhisten en andere ongeorganiseerde religieuzen te tellen.” Mulder vindt de discussie over het aantal boeddhisten achterhaald en twijfelt niet aan het getal 170.000.

Voor de BOS-radio zei BUN-voorzitter Varamitra onlangs: „Er komt een groeiende markt aan. We leven natuurlijk in een aanbodeconomie: op het moment dat we dit gaan aanbieden, gaat die vraag ook gewoon ontstaan.”

Ondanks het gebrek aan solide cijfers, twijfelt Varamitra niet aan het bestaan van draagvlak. „De vele vrijwilligers voor het hospice, de school, de gevangenissen en de centra die dag en nacht voor een schamel loontje doorwerken, daarin zie ik draagvlak. Dat is meer dan een rekensommetje.”



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie