Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

BLOED AAN DE PAAL

Home

MATTY VERKAMMAN

Ajax speelt dinsdag in Tokio om de Wereld Cup, tegen het Braziliaanse Gremio. In het verleden liepen deze duels vaak gierend uit de hand, vooral door de keiharde Zuidamerikanen. Ajax-trainer Louis van Gaal verwacht ook een harde tegenstander in Gremio, dat zelfs in eigen land als buitengewoon onsportief bekend staat. Maar onsportief, dat is nog iets anders dan de misdadige praktijken waar Celtic, AC Milan, Feyenoord en Ajax zelf ooit mee te maken hadden. Want er kleeft nogal wat bloed aan de Wereld Cup.

Het grote Feyenoord had toch ook krachtdadige types aan boord: Rinus Israel, Theo Laseroms, Wim van Hanegem. Op het gebied van vuil spel, ging deze gespierde jongens doorgaans geen zee te hoog.

Maar eenmaal geconfronteerd met - zoals coach Ernst Happel het uitdrukte - 'die gangsters van Estudiantes', schreef Ben de Graaf, de ridder die altijd voorop ging in de strijd tegen de spelverruwing: 'Hoe sereen is het Nederlandse voetbal nog in vergelijking met dat van deze ondermaatse vertegenwoordiger uit Zuid-Amerika. Er bestaat geen enkele overtreding die niet in het spelpatroon past van Estudiantes de la Plata, geen enkele methode ook om de tegenstander te tergen en te provoceren. Europa kan het zich voortaan veroorloven ontmoetingen met een club als Estudiantes, die op een of andere wijze tot Zuidamerikaanse bekerkampioen is gepromoveerd, uit de weg te gaan. Het is een zinloze prestigestrijd, waaraan te grote risico's zijn verbonden'.

Zo dacht Feyenoords aanvoerder Rinus Israel er ook over. Het was natuurlijk een mijlpaal in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal: 9 september 1970, Feyenoord wint de Wereld Cup. Maar in zijn wekelijkse commentaarhoekje in De Telegraaf (Rinus Israel zegt, ondertekend met M.D. Israel), kon de captain zijn vreugde amper uiten. Waar voorzitter Guus Couwenberg zich bij alle aanslagen van Estudiantes de hele avond naast Koningin Juliana plaatsvervangend had zitten schamen, stelde IJzeren Rinus vast: 'We hebben de Wereldbeker. Eigenlijk zou ik het gewoon moeten uitschreeuwen, maar die echte vreugde, zoals bij het winnen van de Europa Cup, die heb ik niet. De oorzaak weet U natuurlijk: het spel van de Argentijnen. Ik had verwacht dat ze harder zouden spelen dan in de eerste wedstrijd in eigen land, toen ze zelfs door de president tot sportiviteit gemaand moesten worden. Maar ja, die man was er nu niet bij. En zodoende werd het een waardeloze vertoning. Estudiantes heeft op alle mogelijke manieren geprobeerd het op 0-0 te houden. Ze probeerden de beslissingswedstrijd in Madrid te forceren. Ik ben het met Ernst Happel eens dat een derde wedstrijd niet verantwoord zou zijn geweest'.

Pas nadat de voor Coen Moulijn ingevallen Joop van Daele zijn historische doelpunt al had gemaakt, Malbernat het brilletje bij Van Daele van diens verbaasde hoofd had gerukt en Pachamé die dienstfiets doormidden had gebroken, toen pas probeerde Estudiantes nog even te voetballen. Dat duurde amper twintig minuten. En het was in die periode dat Ernst Happel manager Guus Brox toeriep: “Guus, mocht het toch nog 1-1 worden, dan gaan we echt niet meer naar Madrid. Tegen deze misdadigers wil ik nooit meer een wedstrijd spelen.” De extra derde partij in de Spaanse hoofdstad was dus niet nodig. Het bleef bij die ene rake trap van Joop van Daele. Na de wedstrijd in de ondanks alles jubelende Kuip, ontstond nog een vreemde situatie. Door de aanwezigheid van de Koningin voorzag het protocol in een ontvangst in de koffiekamer waarbij alle spelers zich hadden verplicht aanwezig te zijn. En daar stonden zij dan, elkaar tussen het koninklijk bezoek schaapachtig aankijkend, de Feyenoorders en de 'studenten' uit Buenos Aires. Malbernat, de rechtsback die constant had geprobeerd Moulijn de beentjes te breken, leek zich wel enigszins te generen. Een beetje klein was ineens ook dr. Bilardo, de ras-provocateur die zestien jaar later als coach de nationale voetbalploeg van Argentinië naar de wereldtitel zou leiden, maar die in 1970 naast profvoetballer ook nog huisarts was. Over hem zei Wim van Hanegem: “Volgens mij is hij in elke wedstrijd vooral op zoek naar nieuwe patiënten.” Het was een vreemde bijeenkomst, daar in de koffiekamer. De Argentijnen wezen er gemakshalve nog even op dat Van Hanegem zelf ook zeven overtredingen had gemaakt.

Vooraf hadden de Feyenoorders wel enige tijd gediscussieerd over de vraag of zij al dan niet tegen Estudiantes moesten voetballen. In de drie voorafgaande edities van de 'Intercontinentale Beker' was het zaakje steeds gierend uit de hand gelopen. En zowel in 1968 als in 1969 was Estudiantes de la Plata het middelpunt van veel voetbalgeweld geweest. Maar ja, aanvoerder Rinus Israel had bij het bestuur een winstpremie van maar liefst tienduizend gulden de man voor elkaar gekregen. Dat was een bedrag, in 1970. Happel kon zich er uiteindelijk ook wel in vinden en dus ging Feyenoord naar Argentinië. Al bij aankomst in Buenos Aires hadden sommige spelers spijt, want de vliegreis via stops in Parijs en Rio de Janeiro was verre van aangenaam geweest. De onderneming had meer dan een vol etmaal aan reistijd gekost. Geradbraakt was iedereen uit de zilveren vogel gestapt. Eenmaal in het kolkende stadion raakten velen vervolgens in paniek. Het publiek begon als zo vaak met scherp geslepen munten te schieten. Een peso raakte het hoofd van Jan Boskamp. Kort voor de aftrap moest de wond worden gehecht. Wat was dit? Hoe kon een mens in deze chaos voetballen? “Ach”, zo besloot Happel drie minuten voor de aftrap de druk van de ketel te halen, 'Boskamp heeft ook zo'n groot hoofd, dat kun je bijna niet missen.' De wedstrijd zelf verliep redelijk sportief. Estudiantes stond na tien minuten door doelpunten van Echecopar en Veron al met 2-0 voor, maar goals van Ove Kindvall en Wim van Hanegem zorgden voor de perspectief biedende eindstand van 2-2. In het veld hadden de spelers van Estudiantes getoond dat zij de waarschuwing van hun president ('geen nieuwe schandalen meer') ter harte hadden genomen.

Eigenlijk al vanaf 1966 was het Zuidamerikaanse voetbal, vooral het Argentijnse voetbal, in Europa vervloekt. Op de WK-eindronde van 1966 in Engeland ging Argentinië tijdens de kwartfinale tegen het gastland volledig door het lint. Op Wembley begon aanvoerder Antonio Rattin vrijwel vanaf de aftrap ruzie te maken met tegenstanders en de Duitse scheidsrechter Rudolf Kreitlein. Na ruim een half uur was Kreitlein alle beledigingen beu en stuurde hij Rattin van het veld. De politie en Fifa-official Ken Aston moesten er aan te pas komen om de captain daadwerkelijk in de kleedkamer te krijgen. Tien minuten lag de wedstrijd stil, nadien schopten vrijwel alle spelers van de verliezende ploeg wild om zich heen. Na afloop besteedde de Engelse coach Alf Ramsey precies één woord aan de tegestander: 'Animals.' Met die bondige samenvatting werd zwaar geblokletterd in de koppen van de kranten. Vanuit Argentinië, dat zich diep beledigd voelde, ontstonden vervolgens politiek getinte protesten. Onder druk van de Engelse voetbalbond besloot Ramsey zijn uitspraak terug te nemen.

Tijdens het WK van 1966 was er nog een ploeg die zich ernstig misdroeg: Uruguay. In de kwartfinale tegen West-Duitsland speelden ook deze Zuidamerikanen zeer grof. Scheidsrechter Jim Finney stuurde twee man van het veld: Horacio Troche en Hector Silva. Het waren deze taferelen die alle Britten zich haarscherp konden herinneren, toen het een jaar later voor de wereldbeker voor clubteams voor het eerst echt finaal uit de hand liep. Dat was het geval in Uruguays hoofdstad Montevideo, waar Celtic en Racing Club Buenos Aires hun derde wedstrijd speelden. Celtic had in Glasgow met 1-0 gewonnen, Racing de return met 2-1. In Buenos Aires waren al grote problemen ontstaan. Celtic was contre coeur aan de letterlijke vechtpartij begonnen, nadat doelman Tom Simpson tijdens de warming up door een steen aan het hoofd was geraakt. De verwonding was van dien aard, dat tweede doelman John Fallon onder de lat moest. In Montevideo gedroeg het publiek in het Centenar-stadion zich buitengewoon anti-Argentijns. Van begin af aan was het vechten geblazen. Vijf man werden van het veld gestuurd door scheidsrechter Perez Osorio uit Paragauy. De arme man wist niet hoe hij het had en stond op den duur met zijn handen in de zij naar weer een kluwen vechtende voetballers te kijken. De politie, het geweer in de aanslag, deelde hier en daar wat spelers klappen uit. Van de Racing-brigade werden Basile en Rulli weggestuurd, bij Celtic haalden Bobby Lennox, Jimmy Johnstone en John Hughes het einde niet. Basile weigerde te vertrekken. Net als bij Rattin een jaar eerder, moest de politie hem van het veld voeren. Er werd in de slotfase van het door Racing met 1-0 gewonnen duel nog een zesde speler door Osorio te verstaan gegeven dat hij niet meer mee mocht doen. Dat was de Schot Bertie Auld. Hij weigerde echter het veld te verlaten, waarna de scheidsrechter hem in de chaos hem maar liet staan.

Een jaar later was het opnieuw mis en weer ging het om een Brits-Argentijnse ontmoeting: Estudiantes-Manchester United. Van overheidswege was voor aanvang van de eerste partij in Buenos Aires geprobeerd de spelers van beide partijen bij elkaar te krijgen. Op voorhand moesten de teams zich met elkaar verzoenen. De Engelse spelers verschenen op het afgesproken tijdstip, maar de jongens van Estudiantes bleven weg. In de praktijk van de wedstrijd was schoppen andermaal troef.

VERVOLG OP PAGINA 2

Bloed aan de paal VERVOLG VAN PAGINA 1

Ook de return in Manchester ontaardde. George Best en Juan Medina werden van het veld gestuurd. Dit alles was echter nog niets in vergelijking met de puinhoop die weer een jaar later, in 1969, tijdens Estudiantes-AC Milan ontstond. Het werd het drama van Nestor Combin, goalgetter van AC Milan, Argentijn van geboorte en na zijn vertrek uit Rosario naar Olympique Marseille genaturaliseerd tot Fransman. Al bij de eerste wedstrijd in het San Siro-stadion - door Milan met 3-0 gewonnen - werd Combin door de spelers van Estudiantes bedreigd. Aguirre Suarez had hem de gehele wedstrijd voor 'smerige landverrader' uitgemaakt. “In Buneos Aires zullen we je vermoorden.” Het scheelde niet veel. Estudiantes, beseffend dat het kansloos zou zijn om in het bezit te blijven van de wereldbeker, misdroeg zich van meet af aan. Op hoog bevel van coach Zubeldia werd alles op alles gezet om de Italianen te provoceren. Prati, de spits die in mei 1969 via drie doelpunten de hoofdverantwoordelijke was voor Ajax' kansloze nederlaag in de Europa Cup-finale tegen AC Milan, ging na drie minuten al bewusteloos neer na een kopstoot van Manera. Toen Gianni Rivera, de architect van het grote Milan, geblesseerd op de grond lag, werd hij met een karatetrap besprongen door doelman Poletti. Manero en Suarez sloegen en schopten ook voortdurend om zich heen. Als een speler van Milan iets onbenulligs terugdeed, hitste Zubeldia het hysterische publiek op. Het dieptepunt werd bereikt toen Rivera scoorde. Nestor Combin wilde zijn ploeggenoot feliciteren, maar zo ver kwam hij niet. Aguirre Suarez schoot met een gestrekt been op hem af. De noppen van de rechterschoen plantten zich vol in het gezicht van Combin. Tien minuten bleef Combin bewusteloos. Hij zag er uit als een murw gebeukte bokser, zijn gave gebit lag door de trap van Suarez in puin. Uiteindelijk won Milan de beker, maar de spelers waren zo geïntimideerd, dat zij de bokaal niet eens meer durfden ophalen.

Nog gekker werd het toen een politiemacht de verschanste kleedkamer van de Italianen openbrak. Nestor Combin werd gezocht. Onder de handen van de artsen die de onfortuinlijke spits behandelden, werd de ex-Argentijn in de boeien geslagen en in een arrestantenwagen gesmeten. Vijftien uur werd de gewonde voetballer in een militaire gevangenis vastgehouden. Het verbijsterde bestuur van AC Milan zocht contact op het hoogste politieke niveau. Het drama eindigde pas toen de Argentijnse premier, generaal Ongania, zich met de kwestie kwam bemoeien. Het bleek dat Combin door een rechter in Rosario was opgeëist. Hij zou de militaire dienstplicht in Argentinië hebben ontdoken. Pas nadat vanuit Frankrijk kon worden bewezen dat Combin in zijn tweede vaderland wel degelijk in militaire dienst was geweest, werd hij vrijgelaten.

De Argentijnse premier reageerde woedend op het schandaal dat zijn land had ontketend. Hij eiste strenge straffen voor de grootste vuilakken onder de voetballers van Estudiantes. De vonnissen waren inderdaad fors. Doelman Poletti werd levenslang geschorst, Suarez en Manero gingen voor respectievelijk dertig en twintig wedstrijden naar de kant. Bovendien mochten zij nooit meer in wedstrijden tegen buitenlandse clubs uitkomen.

Gelet op dit alles, was het dus wel begrijpelijk dat Feyenoord een jaartje later nogal opzag tegen de dubbele ontmoeting met Estudiantes. Maar ach, deze dwazen in voetbalkleren zouden eindelijk hun lesje toch wel hebben geleerd? Dat viel dus tegen, zo bleek in Rotterdam.

Schuw geworden door alle geweld om de Intercontinentale Beker, voelde Ajax als winnaar van de Europa Cup in 1971, 1972 en 1973 bitter weinig voor vergelijkbare avonturen. In 1971 liet Ajax de eer graag over aan verliezend Europa Cup-finalist Panathinaikos. De Grieken kwamen tegen Nacional Montevideo in het veld, ook die ontmoetingen verliepen buitengewoon rumoerig. In 1973 had Ajax er evenmin trek in en mocht de overwonnen tegenstander in de Europa Cup-finale, Juventus, tegen Independiente aantreden. De Italianen waren evenmin dol op deze duels. Uiteindelijk zwichtten zij voor het voorstel in Italië (Rome) de Cup in één duel te betwisten. Independiente won nog ook.

Eén keer was het grote Ajax van begin jaren zeventig wel bereid om de wereldbeker te voetballen. Dat was het geval in 1972. Maar ook toen waren de ervaringen bitter. Het Argentijnse Independiente was de tegenstander. Ook die club nam het allesbehalve nauw met het begrip sportiviteit. “Dit is niet verstandig, het is medisch gezien een ronduit hachelijke onderneming. Maar er was dit keer zo veel druk van het publiek, dat de spelers zich ook niet meer wilden verzetten”, zo vatte Ajax' clubarts John Rolink samen. Johan Cruijff had al heel gauw spijt. Nadat hij kort na het begin van de eerste wedstrijd in Buenos Aires de score had geopend, begonnen de spelers van Independiente jacht op hem te maken. Dat gebeurde met alle middelen.

Vooraf had de leiding van Independiente al een veelzeggende maatregel genomen. De international Jorge Semenewicz was enkele weken eerder 'levenslang' geschorst wegens ernstig wangedrag als speler van de nationale ploeg tijdens een wedstrijd in Brazilië. Maar ja, Ajax had een goeie ploeg, dus werd hals over kop besloten Semenewicz gratie te verlenen. Dat heeft doelman Heinz Stuy geweten. Op zeker moment had hij de bal klemvast, toen Semenewicz keihard op hem inliep. De Russische scheidsrechter Bachramov liet het toe, zoals hij ook nauwelijks optrad toen Johan Cruijff na 25 minuten spelen door Dante Mircoli grof uit de wedstrijd werd getrapt. “Dit nooit meer”, riepen na het gelijkspel (1-1) de meeste spelers van Ajax. Cruijff had een zware enkelblessure opgelopen en ook Johan Neeskens, Heinz Stuy, Horst Blankenburg en Sjaak Swart waren door de mangel gehaald.

Leuk was de keuze van Ajax om toch maar eens mee te doen eigenlijk alleen voor Johnny Rep. Hij verving bij de return in Amsterdam Mister Ajax, Sjaak Swart. Ajax won met 3-0 en goudhaantje Rep scoorde meteen twee keer. Korte tijd later besloot Sjaak Swart met voetballen te stoppen. Ajax mocht dan de Wereld Cup hebben gewonnen, Sjakie had definitief zijn plaats verloren.

Vanaf 1981 is de strijd om de wereldbeker aan Tokio gegeven. Het is een commercieel spektakel geworden, waarbij de altijd vriendelijk met vlaggetjes zwaaiende Japanners op de tribunes nooit voor een wanklank zorgen. Doorgaans moest in het Olympisch Stadion van Tokio op een slecht veld worden gespeeld, regelmatig ook in bizarre weersomstandigheden. Tamelijk rustig bleef het wel binnen de lijnen. PSV vertegenwoordigde Nederland nog één keer, in 1988. De finale tegen Nacional Montevideo eindigde in 2-2 en werd door de Uruguayanen na een serie van maar liefst twintig strafschoppen gewonnen. PSV had zich niet echt serieus op de wedstrijd voorbereid. Het ging dus om de Wereld Beker, maar toen Berry van Aerle - hij miste de beslissende strafschop - onlangs nog naar de naam van de tegenstander werd gevraagd, zei hij na lang nadenken: 'Iets met Nationaal of zo, ik geloof dat het een ploeg uit Uruguay was.'

Deel dit artikel