Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Blijft het stil in christelijk festivalland?

Home

Christelijke festivals als Flevo en de opvolger Flavor konden het hoofd niet boven water houden. Zal het nieuwe Graceland wel slagen? 'Dit is trekken aan een dood paard.'

RIANNE OOSTEROM

Lees verder na de advertentie

Zomer 1977. John Oostwijk zet de autoradio aan. Er komt een schel geluid uit. Hij is op weg naar Driebergen, waar hij werkt voor Youth For Christ, een organisatie die zich richt op evangelisatie onder jongeren. Gillende gitaren hoort hij, jongeren die net zo hard, of misschien wel harder, gillen.

Het zijn flarden van het Holland Pop Festival dat zeven jaar eerder het Kralingse Bos platwalste. Waar halfnaakte hippies borden met 'We need coke' de lucht in hielden, dansend op de nieuwste rock en psychedelica. Oostwijk stoot zijn maat Victor van Heusden aan, die naast hem zit. "Zoiets moeten wij ook hebben."

Deze autorit is een legende geworden en staat opgetekend in het in 1987 verschenen boek '10 jaar Flevo Totaal Festival'. Want terwijl de auto naar Driebergen tufte, werd het idee geboren voor het eerste christelijke festival - maar dan zonder blote billen en coke.

De zomer daarop was het Kamperlandfestival - later omgedoopt tot Flevo Festival - een feit. Het was het christelijke alternatief voor de seculiere jeugdcultuur die zich zo sterk manifesteerde vanaf de jaren zestig. Why should the devil have all the good music?, naar een song van christelijke rocker Larry Norman, werd het motto.

In de zomer van '78 stonden uit het buitenland gehaalde gospelbands op hun gitaren te tokkelen op geurende boerenkarren in Kamperland. Het publiek lag voor het podium in slaapzakken in het gras. Het festival was een succes, en alleen als de muzikanten zich misdroegen was er gesteggel.

Zo zagen sommige jongeren het als een straf van God toen in 1980 het optreden van de omstreden band 'Deliverance' door een plensbui werd weggespoeld. En er was heisa toen de zanger van een punkband een fles whisky aan zijn mond zette, want de scheiding tussen seculiere en religieuze cultuur was heilig. En drinken, dat deed je niet.

Het festival voorzag in een behoefte en groeide. Bezoeker Bert Smit herinnert zich in het jubileumboek dat alle christelijke jongeren als een soort hemels koor 'Together we will stand' zongen. "Je voelt op Flevo echt hoe mooi het is christen te zijn en dat te delen met duizenden jongeren. Het maakt niet uit of je snurkt in een tent, of je vals zingt. Je mag jezelf zijn."

Maar het tij keerde. Waar het festival op zijn hoogtepunt rond de 10.000 bezoekers had, was dat aantal in 2012 nog 6.000. Het festival moest opdoeken. Opvolger Flavor draaide één jaar (in 2013) maar de organisatoren gelastten het festival het jaar daarop vlak voor de zomer af. "Dit is het einde van een tijdperk", zei organisator Hester Hogendoorn toen tegen Trouw.

Afgelopen zomer was het stil in christelijk festivalland. Een groep oudere Flevo-gangers ging uit nood zelf kamperen. Maar komende zomer krijgt het geëindigde tijdperk toch een vervolg. 'Graceland' gaat het nieuwe festival heten. De formule is dezelfde als van Flevo, evenals de locatie in Liempde, met grotendeels dezelfde artiesten, verwacht de organisatie. Sinds vorig week is de site in de lucht, op Oudjaarsdag werd de eerste optredende band bekend en vanaf februari zijn kaarten te koop.

Stuiptrekking

"Er heerst enige scepsis over Graceland", zegt Miranda van Holland. Jarenlang was zij presentatrice en programmeur voor het Flevo Festival, momenteel werkt zij als radiomaker voor de EO en is zij een van de drijvende krachten achter het Utrechtse Geestdrift Festival.

"Het laatste Flavor Festival was geen einde van een tijdperk", zegt Van Holland. "Het was een stuiptrekking. Het was allang voorbij. Nu een nieuw festival bouwen op sentiment lijkt me trekken aan een dood paard."

Bestaat de christelijke jongerencultuur waar Flevo altijd het toonbeeld van was nog wel? Ook andere evenementen voor christelijke jongeren blijken slecht te draaien. Neem de EO Jongerendag. Die trok in 1999 nog 52.000 bezoekers, maar de laatste drie jaar zijn dat gemiddeld 25.000. Ook de jongerenweekenden en de vakanties van de Hervormd Gereformeerde Jeugdbond boeten in aan populariteit.

"De culturele scheidslijn tussen religieus en seculier vervaagt", zegt godsdienstsocioloog Johan Roeland. Hij doet aan de VU onderzoek naar ontwikkelingen in de christelijke jongerencultuur. "Het Gracelandfestival lijkt terug te verlangen naar de oude christelijke scene. Maar die valt meer en meer uiteen en is te divers geworden om te kunnen reconstrueren."

Miranda van Holland beaamt dat. "Er bestaat geen christelijke subcultuur meer onder jongeren zoals we die kenden in de jaren '90 en begin 2000", zegt ze. "Vroeger ging je naar een christelijke school, bezocht je christelijke evenementen, trouwde je een christelijke vent. Dat is nu niet meer vanzelfsprekend. Christelijke jongeren zijn meer mainstream geworden. Ook in hun muziekkeuze."

Daar komt nog iets bij, constateert Roeland. "Jongeren hebben veel keuzevrijheid tegenwoordig. Ze zijn selectiever geworden, ze stellen hun eigen pakket samen met religieuze en niet-religieuze evenementen." Volgens Van Holland komt dat doordat ze minder beschermd worden opgevoed, ze komen hoe dan ook in aanraking met de seculiere wereld - en dus ook met mainstream muziek.

Een motto als Why should the devil have all the good music zal niet snel meer gebruikt worden. Want niet alleen de jongeren zijn veranderd, de artiesten ook, zegt Roeland. "Sinds de jaren negentig willen artiesten het stempel 'christelijk' niet meer krijgen. Dan komen ze het relicircuit nooit meer uit. Ze willen ook gewoon in Tivoli spelen." Van Holland: "Christelijke artiesten willen uit de bubbel, zoals ze dat noemen. Ze willen van het eiland weg en muziek voor iedereen maken."

Achter christelijke festivals, zegt Roeland, schuilt de Durkheimiaanse definitie van religie. Emile Durkheim was een van de grondleggers van de sociologie. "Hij zegt dat geloof vooral bestaat in beleving die je deelt met elkaar. Op een christelijk festival gebeurt dat: je deelt iets hogers, voelt daar veel bij, laat je samen meeslepen in de extase van de muziek. Dat verbindt." Et voilà, daar is het 'Together we will stand'-gevoel weer.

Dat blijft, en daarom blijft ook de behoefte aan een christelijk festival, zegt Richard Aeilkema, organisator van Graceland. "Het festival richt zich op mensen die zoeken naar verbinding en inspiratie. Wij springen in het gat dat valt doordat Flavor en Flevo niet meer zijn."

Johan Roeland: "Alle jongeren zoeken naar plekken waar ze niet vreemd of gek zijn. Waar ze even weg van thuis zijn. In de wetenschap heet dat liminaliteit: een tijdelijke interruptie van het dagelijks leven, daar heeft iedereen behoefte aan."

Maar met celebrating the good old times kom je er niet, vindt Miranda van Holland. "Dat is niet rendabel, dat zie je aan Flevo en Flavor. We leven nu in een ander tijdperk. De festivalmarkt is meer geprofileerd. Je moet zoeken naar waar het seculiere en het christelijke mengen. Je moet zoeken naar waar het schuurt."

Graceland wil 'een land zijn waar ruimte is om te zoeken en genade te vieren', niet alléén voor jongeren, zegt organisator Aeilkema. Hij mikt voor het eerste jaar op 2500 bezoekers, een kwart van wat Flevo op zijn hoogtepunt trok. "Het moet een breed festival worden met veel verschillende artiesten en sprekers. Een groenteboer verkoopt ook niet alleen sinaasappels."

Victor van Heusden, die tijdens die beruchte autorit in '77 droomde van een christelijk Kralingen, zei toen het festival tien jaar bestond: "Hoe duurzaam de formule van het festival is? Dat willen we per jaar bekijken. Wanneer we merken dat deze formule 'op' is, moeten we de durf hebben iets anders te beginnen. En zeggen: 'Dit was mooi, maar we gaan weer wat anders doen.'"

Waar gaat de christelijke jongere nog wel naartoe?

Kamperlandfestival aan het Veerse Meer, augustus 1979.

Beam, het jongerenplatform van de EO, organiseerde dit jaar voor het eerst een festival in de Amsterdamse popzaal de Melkweg. "Het was met 1400 kaarten stijf uitverkocht", zegt Rimme Masterbroek, werkzaam bij Beam. "Er blijft een niet bijster grote, maar wel hardcore community van christelijke jongeren over. Zij luisteren naar christelijke muziek die andere jongeren nooit zullen kennen."

Zij komen opdagen bij zo'n festival omdat de pr-machine van de EO 'gewoon heel goed' is, zegt Miranda van Holland. "En omdat het festival zich richt op een afgebakende groep - jonge tieners die op zoek zijn naar iets wat hipper is dan de kerk."

Omdat dit een kleine groep is, zijn landelijke initiatieven moeilijk van de grond te krijgen. Dick Spreeuwers, die jarenlang vrijwilliger was bij Flevo Festival, ziet daarom evenementen voor jongeren meer naar de regio verschuiven. "In Friesland wordt bijvoorbeeld ieder jaar het 3/16 festival georganiseerd. Dat loopt wél goed. Festivals voor christenen ontkomen er niet aan kleiner te worden."

Deel dit artikel