Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

x

Blijft Hafid op het rechte pad?

home

Hans Werdmölder

© Maus Bullhorst
Essay

Hoe is het met de Nederlands-Marokkaanse jongens die Hans Werdmölder drie decennia volgde? Als hij zijn boek bij ze langsbrengt, krijgt hij een naar bericht.

Zaterdagmiddag. Ik begeef me naar de Venserpolder, een wat desolate woonwijk in Amsterdam Zuidoost, om mijn boek 'Marokkanen in de marge' aan Abdelkrim overhandigen. Hij figureert in het boek en is nu op middelbare leeftijd. In de jaren tachtig was hij een van de jongens die ik intensief volgde.

Abdelkrim behoorde tot de oudere garde, was zelf niet crimineel, maar hij maakte zich wel zorgen over zijn Marokkaanse vrienden, en over zijn jongste broertje Nordin. In 1984 vertelde hij me: "Ze interesseren me allemaal, echt waar. 't Zou toch zonde zijn als van de veertig Marokkaanse jongens maar eentje 't goed zou hebben. Erg toch? Kan ik zo om janken. Dat meen ik."

Uit mijn onderzoek, dat dertig jaar zou omspannen, bleek hun neergang. Vier van hen zijn nu dood, meestal door drugs. Van de rest kan maar een deel zijn eigen broek ophouden, de anderen zijn nog steeds crimineel, schizofreen of anderszins psychiatrisch patiënt, en hangen aan het infuus van de verzorgingsstaat.

Clubhuis
Ik bel aan bij een woning op driehoog en laat weten wie ik ben. Door de huistelefoon ver- zoekt een vrouwenstem mij naar boven te komen. Aan de deur staan twee jonge vrouwen, een van hen is de dochter van Abdelkrim. "Mijn vader", zegt ze met zachte stem, "is gisteren overleden." Ik schrik. Dat Abdelkrim ziek was, wist ik wel, maar veel vormen van kanker zijn te genezen. Deze niet, begrijp ik als zijn dochter me heeft binnengenood. Abdelkrim is niet ouder geworden dan 52 jaar.

De dochter neemt mijn boek, waarin haar vader voorkomt, in ontvangst.

Snel rijd ik naar Abdelkrims ouderlijk huis, in de Amsterdamse wijk De Pijp, om de rest van de familie te condoleren. Daar tref ik zijn vrienden aan, enkele van hen ken ik nog uit een clubhuis, niet ver daar vandaan, waar ik ooit mijn onderzoek begon. Abdelkrim kwam daar vaak over de vloer, voor de gezelligheid, maar ook in opdracht van zijn vader om z'n broertjes in de gaten te houden, te zorgen dat ze niet 'even een ov'tje doen', zoals ze onder elkaar zeiden - een overval plegen.

De vrienden zoeken elkaar nog altijd op, nu in een Marokkaans koffiehuis. Onlangs ontmoetten ze elkaar bij de iftar, het gezamenlijke avondeten in de vastenmaand ramadan.

Nordin is er ook, Abdelkrims jongere broer. Hij is gescheiden van zijn eerste vrouw, in Marokko hertrouwd en heeft zijn schaapjes op het droge. Ik heb hem zeker 25 jaar niet meer gezien, maar hij herkent me nog.

Lees verder na de advertentie
© Maus Bullhorst
Nordin zag meteen een gat in de markt: leveren op bestelling. Hij mikte op klanten die niet hun gezicht wilden laten zien in een coffeeshop

Nordin was een eigenheimer, en al vroeg rebels. Eind jaren zeventig kwam hij, 13 jaar oud, voor het eerst in aanraking met de politie. Na schooltijd ging hij met vriendjes op dievenpad, maar een keer liep het minder goed af. Het akkefietje kwam hem te staan op een paar uur cel op het Bureau van de Jeugdpolitie.

Er werd een Summier Rapport (SR) opgemaakt. Zo'n rapport heeft geen juridische status, het is een waarschuwing, een gele kaart. Er zouden nog drie SR's volgen. Op 18-jarige leeftijd werd Nordin weer op heterdaad betrapt. Hij had inbraken en diefstallen gepleegd met zijn gabbers uit het clubhuis. Ook ditmaal kwam hij er zonder veel kleerscheuren vanaf.

Mijnheer Koerd
Eind jaren tachtig maakte Nordin zijn droom waar: een eigen coffeeshop in het hartje van De Pijp. Met wat geleend geld van thuis en nuttige adviezen van Brahim, een goede vriend en eigenaar van een andere coffeeshop, startte Nordin zijn eigen onderneming.

De investering bestond uit de huur van het pand, kosten van de inrichting, het maken van een akoestisch rapport en een gokkastvergunning. Daarnaast moest er geld komen voor reclame, zoals de bedrijfsnaam op voetbalshirtjes, en de aanschaf van joint filters. Natuurlijk was er ook goede kwaliteit hasj nodig. Officieel mag je maar weinig cannabis in huis hebben, zodat de zaak om de paar dagen moest worden bevoorraad. Nordin liet zich bevoorraden door 'mijnheer Koerd', een Turkse hasjhandelaar. De coffeeshop kreeg de illustere naam High Light.

Nordin zag meteen een gat in de markt: leveren op bestelling. Hij mikte op klanten die niet hun gezicht wilden laten zien in een coffeeshop. Een van hen was een hulpverlener bij de GGD. Ze kregen hun waren netjes aan de deur afgeleverd door een hasjkoerier.

Nordins omzet schommelde tussen de twee en drie mille per dag. Zijn clubhuisvrienden waren stinkend jaloers. Als iemand vroeg hoe het ging met de handel, zei hij met een veelzeggend lachje om de mond: 'Uitstekend'.

Auto
Zijn familie was minder enthousiast, vertelde Abdelkrim. "Wij worden erop aangesproken. Wij worden voor dealers uitgemaakt. Mensen in de buurt zeggen: 'Van welk geld rijden jullie in die auto?' Nordin brengt schande over de familie."

© Maus Bullhorst
Nordin speldde de rech­ter-com­mis­sa­ris op de mouw dat hij in coke handelde om zijn schulden af te betalen

Nordin lachte zijn oudere broer vierkant uit, omdat hij met diens geploeter maar 800 gulden per maand verdiende. 's Avonds ging Nordin met een hoop geld op zak met vrienden naar de clubs op het Rembrandtplein.

Toch was Nordin nog niet tevreden. Hij ging handelen in 'wit' - de harddrug cocaïne. Brahim en andere coffeeshopeigenaren hadden het hem afgeraden; met het verhandelen van harddrugs zou Nordin de gemeentelijke gedoogregels overtreden. Al na een paar maanden werd zijn zaak op last van de burgemeester van Amsterdam met planken dichtgespijkerd. In High Light was niet alleen in harddrugs gehandeld, er werden ook gestolen goederen aangetroffen die mogelijk werden verhandeld: heling. Volgens zijn oudere broer was Nordin in de val gelokt door drugsleverancier 'mijnheer Koerd' die een valse verklaring had afgelegd.

Zijn vader en moeder wisten niet wat hun overkwam toen rechercheurs bij hen huiszoeking deden, ze waren helemaal van de kaart.

Nordin speldde de rechter-commissaris op de mouw dat hij in coke handelde om zijn schulden af te betalen.

15.000 gulden
De officier van justitie eiste een straf van negen maanden - wel even schrikken. Nordin kreeg uiteindelijk vijf maanden. Zijn pro-deo-advocaat, die in de gaten kreeg dat hij niet te maken had met een kale kip, vroeg 500 gulden voor zijn bemiddeling.

Aan de handel in wit en hasj had Nordin zo'n 15.000 gulden overgehouden. Dat geld stalde hij in Marokko, als appeltje voor de dorst.

De periode in de gevangenis bleek achteraf een goede leerschool, vertelde hij me. "De mensen hier weten waarom ik vastzit. Ik ben nog jong, ze denken natuurlijk: die jongen heeft initiatief. Die grote Hollandse jongens praten niet zomaar met je hoor. Als ze bijvoorbeeld zien dat je shag rookt, ben je al niet meer interessant. Je moet hier Marlboro of Camel roken. Ze luisteren echt met veel plezier naar je en ze vinden mij interessant. Ik zou zo geld kunnen krijgen, maar ze geven hier niets zomaar cadeau. Hier moet je tonen wat je waard bent. Hier krijg je niets voor niets."

© Maus Bullhorst
Opmerkelijk genoeg wist Nordin, op één gewelds- en opiumdelict na, uit handen te blijven van politie en justitie

Nordin en Abdelkrim komen uit een doorsnee Marokkaans immigrantengezin; hun vader en moeder probeerden de kinderen op het rechte pad te houden. Maar oplettende ouders hebben niet alles in de hand, zeker niet als je in die tijd in De Pijp woonde - iets dergelijks geldt nu voor veel gezinnen in de westelijke tuinsteden van de hoofdstad.

Nordins vader en zijn oudste broer waren bang dat Nordin, eenmaal op vrije voeten, opnieuw in het criminele circuit zou belanden. Ze stuurden hem naar een vakschool in Zaandam. Bij de wegenbouw kon Nordin een goed vak leren en met werkende mensen in contact komen; de familie schafte voor 400 gulden de noodzakelijke boeken aan.

Op een ochtend ging Nordin naar Zaandam, aan het eind van de middag was hij alweer thuis. Een carrière als stratenmaker zag hij niet zitten. Hij had andere plannen.

Professionele ondernemers
Nordin ontwikkelde zich tot een tough guy, een beroepscrimineel. Hij beschikte over een vlotte babbel en dankzij zijn detentie ook over een crimineel netwerk. Hij stortte zich op illegale drugs, niet in het klein maar in het groot. Daarbij maakte hij handig gebruik van zijn connecties in Marokko. Opmerkelijk genoeg wist Nordin, op één gewelds- en opiumdelict na, uit handen te blijven van politie en justitie.

Volgens een onderzoeksrapport uit 1995 gedroegen de eerste ondernemers op de softdrugsmarkt zich als professionele ondernemers, passend bij de status van een volwassen markt. Ze meden geweld, want dat zorgde alleen maar voor aandacht van politie en justitie. Met deze ogenschijnlijke rust was het vanaf 2012 plotsklaps volledig gedaan, toen de jongens van de Mocro Maffia in het wilde weg begonnen te schieten, en tal van persoonlijke afrekeningen plaatsvonden.

De nieuwe generatie criminelen groeit niet op in De Pijp, neen, ze zijn geboren en getogen in Bos en Lommer of een andere achterstandswijk in het westen van Amsterdam. Daar wonen veel uitkeringstrekkers, werkloze jongeren, ouders die geen of gebrekkig Nederlands spreken, kinderen met taalachterstand en slechte scholen: de bekende voedingsbodem voor het ontstaan van jeugdbendes. Twee op de drie Marokkaanse jongeren die met de politie in aanraking komen, recidiveren. De pakkans is zeer gering.

Marokkaanser
In 2009 ging ik weer op zoek naar de broers Nordin en Abdelkrim. Abdelkrim vond ik in een Amsterdamse horecagelegenheid. Hij runde een eigen cateringbedrijf. Hij zag er anders uit dan jaren eerder: hij droeg een lange witte djellaba. "Hoe ouder je wordt", zei Abdelkrim ironisch, "hoe Marokkaanser."

Een keer is hij door de politie aangehouden. Hij was met twee vrienden op stap. Er was een gewapende overval en de politie meende dat zij de daders waren

Hij wilde graag meer horen over de jongens met wie het goed was afgelopen. 'Hoe wordt een vuilnisbelt een moskee?' luidt een Marokkaans spreekwoord.

Ik wilde meer weten over Nordin. Ik had gehoord dat hij goed had geboerd in de hasjhandel, en dat hij inmiddels in Marokko woonde, waar hij een bedrijf had in im- en export. Abdelkrim wist er het fijne niet van, want z'n broertje liet nooit het achterste van zijn tong zien.

Toevallig was Nordin dat jaar nog wel in Nederland langsgeweest, voor een begrafenis. Abdelkrim vertelde hoe hij op een bloedhete zomerdag zijn broer had ingelicht over wat problemen met de belastingdienst. Nordin vroeg: 'Is er iets wat ik voor je kan doen?' Abdelkrim had dat aanbod vriendelijk afgewimpeld. Hij vreesde dat hij anders verplichtingen op zich zou nemen die hij niet kon overzien.

Een oppassende Abdelkrim
Nu is het 2015 en kan ik Nordin alsnog spreken. De aanleiding op deze zaterdag is triest. In de achterkamer van het ouderlijk huis, waar de deur naar de tuin openstaat, condoleer ik hem met het verlies van zijn broer. Nordins Nederlands is nog steeds uitstekend. Een paar van zijn maten komen binnen, ik ken ze nog uit de beginjaren van mijn onderzoek. Verhalen over vroeger en nu passeren de revue.

De oudste zoon van Abdelkrim, Hafid, schuift ook aan. Hij volgt een opleiding op een hogeschool. Hafid heeft, vertelt hij, al stukjes uit mijn boek gelezen.

Een keer is hij door de politie aangehouden. Hij was met twee vrienden op stap. Ze reden in een Mercedes, die ze hadden geleend van familie. Die avond was er een gewapende overval en de politie meende dat zij de daders waren. Het hele weekeinde had hij vastgezeten. "Toen ben ik echt Marokkaan geworden."

Wat voor Marokkaan zal er uit hem groeien? Een oppassende Abdelkrim - of gaat hij zijn oom achterna?

Morgen zal het stoffelijk overschot van Abdelkrim naar Marokko worden vervoerd en daar ter aarde besteld. Eens Marokkaan, altijd onderdaan. Het hele gezin vliegt mee. Nordin wil mijn boek in het vliegtuig lezen.

De namen in dit artikel zijn gefingeerd. Hun echte namen zijn bij de redactie bekend.

Hans Werdmölder: Marokkanen in de marge. Ontspoorde levens van kleine criminelen. AUP; 228 blz, € 17,95.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie
Nordin zag meteen een gat in de markt: leveren op bestelling. Hij mikte op klanten die niet hun gezicht wilden laten zien in een coffeeshop

Nordin speldde de rech­ter-com­mis­sa­ris op de mouw dat hij in coke handelde om zijn schulden af te betalen

Opmerkelijk genoeg wist Nordin, op één gewelds- en opiumdelict na, uit handen te blijven van politie en justitie

Een keer is hij door de politie aangehouden. Hij was met twee vrienden op stap. Er was een gewapende overval en de politie meende dat zij de daders waren

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.