Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Blijf dromen bankzitter, denk aan Bob Jungels!

Home

Marijn de Vries

© Maartje Geels
Column

Hij is de steun van elke zwemmer, hardloper en schaatser die nooit als eerste de finish bereikt. Het voorbeeld voor elk jongetje of meisje dat bij het poten voor een potje voetbal op het plein als laatste gekozen wordt. Hij is de hoop van elke knecht die eigenlijk niet winnen mag.

Ook van mij, toen ik nog koerste. Voor elke wedstrijd droomde ik wat hij gisteren deed. Ik zag mezelf winnend de meet passeren - ook al wist ik dat ik niet winnen ging. Sterker: ik wist dat ik niet eens winnen mócht. Want ik reed voor mijn kopvrouw, en niet voor mezelf. De kopvrouw, of in zijn geval kopman, die de wedstrijd winnen moest.

Lees verder na de advertentie

Maar je weet nooit. Je weet het tenslotte nooit! Als vanouds sleurde hij op kop, de man in zijn Luxemburgse trui. Ja, dat geluk heeft Bob Jungels nog wel: om zijn schouders hangt altijd het nationale kampioenstricot, omdat er nu eenmaal nauwelijks Luxemburgse wielrenners van klasse zijn. In dat rood-wit-lichtblauw dichtte hij zoals altijd een gat.

Vlak voor de top van La Roche-aux-Faucons had Jungels de man die hij pakken moest te pakken. En weet je wat, hij trok maar eens door. Reed hij weg, dan was hij een mooie springplank, voor zijn kopman Julian Alaphilippe. Reed hij niet weg, dan fietste hij er van achteren toch minstens weer een handvol renners af. Zo denkt een knecht. Zo werkt een knecht.

Bob Jungels heeft de pech, of beter, maakte ooit de keuze onderdeel van een razendsterke ploeg te zijn

Tenzij, ja tenzij

Hij reed weg. Over de top ging de ketting op de grote plaat en deed Jungels wat hij zo goed kan: snoeihard rijden, met zijn neus in de wind. Op kop of in zijn eentje maakt feitelijk weinig verschil. In de stijl van Niki Terpstra - lange armen, lange benen, de rug zo horizontaal dat er een biertje op kan staan - bouwde hij seconde voor seconde zijn voorsprong op.

(Als intermezzo wil ik hier graag zeggen dat ik natuurlijk ook wel weet dat Bob Jungels een wielrenner van zeldzame klasse is. Eentje waarvan er weinig zijn, zo goed is hij. Hij heeft de pech, of beter, maakte ooit de keuze onderdeel van een razendsterke ploeg te zijn. Quick-Step wint dit voorjaar alles. Dat betekent, als je niet de allerbeste bent, bewust kiezen voor niet winnen, voor een leven als knecht. Tenzij... Ja, tenzij.)

Vlak voor de finishlijn geloofde hij nog steeds niet dat ze niet meer komen gingen. Hij ritste toch maar zijn shirtje dicht. Met één hand, onhandig frunnikend, het radiootje onder de stof zat in de weg. Geen risico. Niet vallen zo vlak voor de meet. Op de lijn deed hij beide handen wel omhoog. Een knie zwaaide naar buiten en direct weer naar binnen, slingerend balanceerde hij op zijn fiets - als iemand die niet gewend aan winnen is.

Waarom anders?

Zo zag ik mezelf ook altijd, elke wedstrijd weer. Bij mij kwam het bijna nooit uit. Maar ik bleef het dromen. Waarom stap je tenslotte anders telkens weer op de fiets?

Een grote koers had Jungels nog nooit gewonnen. Ook hij had er natuurlijk wel op gehoopt. En van gedroomd. Maar dat hij er uitgerekend met La Doyenne vandoor zou gaan, een van de mooiste van allemaal...

Blijf dromen bankzitter, zwemmer, schaatser, hardloper. En onthou Bob Jungels, met zijn brede lach, het voorbeeld van dat het écht kan.

Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier haar eerdere columns.

Deel dit artikel

Bob Jungels heeft de pech, of beter, maakte ooit de keuze onderdeel van een razendsterke ploeg te zijn