Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Bizar, hoe we sporters aan een gedateerd dopingbeleid onderwerpen

Home

Nicole Lucas

Dopingcontrole bij het Duitse voetbal. © DFL via Getty Images
Interview

Worden met het anti-dopingbeleid de echte gebruikers gepakt? Dat is maar zeer de vraag. Volgens de Britse wetenschapper Paul Dimeo vallen er regelmatig onschuldige slachtoffers.

Nee, een uitnodiging van Graig Reedie, de baas van het Wereldantidopingagentschap (Wada), om tijdens de lunch eens te komen praten over zin en onzin van het huidige dopingbeleid zit er niet in, lacht Paul Dimeo. Sportorganisaties zitten niet te wachten op kritische kanttekeningen van buitenstaanders, zo weet de Britse wetenschapper uit ervaring.

Lees verder na de advertentie

Twee jaar geleden werd hij gevraagd voor een speciale anti-dopingcommissie van USA Cycling, de Amerikaanse wielerfederatie. Maar nog voor hij zijn opwachting kon maken, werd hij al weer bedankt voor (nog niet) bewezen diensten. In een interview had Dimeo voorzichtige vraagtekens gezet bij de logica van het verbod op bepaalde middelen en dat viel niet in goede aarde: er mocht geen enkele twijfel ontstaan dat USA Cycling zero tolerance voorstond.

Volgens Dimeo zijn nogal eens de verkeerden de klos van dopingtests

Geen genade voor dopingzondaars, de bedriegers die 'de geest van de sport' geweld aan doen: dat is het beeld dat internationale sportorganisaties graag uitdragen. Maar werkt het ook zo? Daar valt het nodige op af te dingen, aldus Dimeo in het recent verschenen boek 'The anti-doping crisis in sport', geschreven samen met de Deense hoogleraar Verner Møller.

2 procent

Precieze gegevens over het aantal sporters dat jaarlijks wordt gestraft wegens doping zijn er niet. Wel is bekend dat het aantal dopingtesten met uitkomsten die als verdacht worden aangemerkt zo rond de 2 procent schommelt. "En dat is al jaren zo", zegt Dimeo.

Tegelijkertijd zijn er ook aanwijzingen (bijvoorbeeld uit anonieme enquêtes) dat het aantal sporters dat weleens naar een middel heeft gegrepen dat volgens de Wada-lijst niet mag, hoger is dan die 2 procent suggereert. Slechts een deel wordt dus gepakt.

Maar zijn dat dan tenminste de zwaarste gevallen, de echte valsspelers? Zoals de Keniaanse topatleet Asbel Kiprop lijkt te zijn, drievoudig wereldkampioen op de 1500 meter en onlangs in verband gebracht met epo? Was het maar waar, aldus de aan de Schotse Stirling University verbonden Dimeo. Volgens hem zijn nogal eens de verkeerden de klos.

Slordigheid in het lab

In zijn boek geeft hij een aantal saillante voorbeelden van sporters die slachtoffer werden van in het laboratorium gemaakte fouten, twijfelachtige wetenschap of gewoon slordigheid. Zoals, al wat langer geleden, de Britse middenafstandsloopster Diane Modahl, in 1994 geschorst na een positieve dopingtest. Gevolg, zo bleek later, van geklungel van de dopingcontroleurs, die dat halsstarrig bleven ontkennen.

Of, recenter, de Noorse skiester Therese Johaug die in 2017 werd geschorst voor het gebruik van een door haar arts verstrekte lippenbalsem, die een kleine hoeveelheid van een verboden middel bevatte.

Hoe langer je naar het systeem kijkt, hoe meer bizar het eigenlijk wordt

Paul Dimeo

Uitgangspunt van het anti-dopingbeleid is immers dat de atleet en niemand anders verantwoordelijk is voor alles wat er in haar of zijn lichaam terecht komt. Aan 'per ongeluk' hebben de dopingauthoriteiten vaak nauwelijks boodschap, ook al zijn de gevolgen van een positieve test voor de betrokken sporter verregaand. Dimeo: "De vraag is: welk doel dient anti-dopingbeleid dan eigenlijk?"

Weinig effectief en vaak niet echt rechtvaardig, dat is het beeld dat opduikt uit Dimeo's betoog over het anti-dopingbeleid. Terwijl het tegelijkertijd wel het nodige van topsporters eist. Eenmaal op een bepaald niveau moet hij of zij het hele jaar beschikbaar zijn voor een dopingtest; van dag tot dag moet hij aangeven waar en wanneer een dopingcontroleur langs kan komen om een sporter een plas te laten doen of bloed af te nemen. Staat de controleur voor de deur van huis of hotelkamer, dan mag de sporter die de toegang niet weigeren. Plassen moet in diens aanwezigheid; de controleur moet met eigen ogen de urine het lichaam van de sporter zien verlaten.

Bizar

Weigeren mee te doen aan het systeem kan niet. Een werknemer die het bij de ene baas niet bevalt, kan op zoek gaan naar een andere. Een topsporter die lid is van een aan Wada gelieerde organisatie heeft geen keus. Er is geen andere baas. Dimeo: "Hoe langer je naar het systeem kijkt, hoe meer bizar het eigenlijk wordt."

Hoe moet het dan wel? Dimeo, morgen in Utrecht voor een lezing bij de Vereniging voor Bewegingswetenschappen, zucht. Het zou al heel wat zijn als er meer discussie is, meent hij. Maar de ervaring met de Amerikaanse wielerbond maakt hem daarover weinig optimistisch. Sporters hebben al amper iets in te brengen in het huidige anti-dopingbeleid, laat staan anderen.

Dimeo: "Het onderliggende idee van anti-doping dateert uit het begin van de twintigste eeuw. Als ideale sporter gold toen een amateur, iemand die niet traint, het doet zonder coach of andere ondersteuning, iemand die zomaar op het veld verschijnt en dan ineens briljant is."

Voor zover dat ooit al mogelijk was, geldt dat in de hedendaagse sport allang niet meer. "Het wordt tijd de realiteit van de moderne wereld te accepteren."

Wie is Paul Dimeo?

© rv

Paul Dimeo is als onderzoeker verbonden aan de faculteit Gezondheidswetenschappen en Sport van de Universiteit van Stirling. Zijn proefschrift ging over racisme in de sport, daarna verlegde hij zijn aandacht naar doping.

In 2007 verscheen van hem 'A history of drug use in sport 1876-1976. Beyond good and evil'. Daarin laat hij zien dat de morele verontwaardiging over doping een relatief nieuw verschijnsel is. Recent publiceerde hij, samen met Verner Møller, 'The anti-doping crisis in sport'. Uitgeverij Routledge, 174 pagina's, 36 euro.

Lees ook: Wat had ik gedaan, toen doping normaal was?

Columnist en ex-wielrenner Marijn de Vries schrijft over makkelijk oordelen  over dopingzondaars. "Ik zou persoonlijk het liefst heel hard roepen dat ik natúúrlijk niet naar doping had gegrepen. Dat is het makkelijkst, het meest sociaal wenselijk ook. Maar eerlijk is eerlijk: ik ken mijn eigen ambitie."

Deel dit artikel

Volgens Dimeo zijn nogal eens de verkeerden de klos van dopingtests

Hoe langer je naar het systeem kijkt, hoe meer bizar het eigenlijk wordt

Paul Dimeo