Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Bij Navo-flitsmacht hoort ook een sneller parlement

Home

Marno de Boer

© Trouw: SS | Foto: Hollandse Hoogte

De nieuwe Navo-flitsmacht moet Oost-Europa tegen Rusland beschermen. Nederland heeft een leidende rol. Maar zullen de parlementaire debatten en politieke compromissen die vaak aan militaire missies voorafgaan de flitsmacht niet reduceren tot een reus op lemen voeten?

Hoeveel Amerikaanse militairen zijn er nodig om Europa te verdedigen tegen Rusland, vroeg Winston Churchill na de Tweede Wereldoorlog. Eentje maar, was zijn antwoord op de retorische vraag. En het liefst een dode, voegde hij er nog aan toe. Want de Russische kogels die een Amerikaanse soldaat in West-Berlijn doden, trekken onvermijdelijk Washington mee in een oorlog tegen Moskou, zo was de gedachte. Dat besef zou het Kremlin wel van agressieve acties afhouden.

Maar hoe is die afschrikking te bewerkstelligen als op het uur van de waarheid eerst nog meerdere parlementen toestemming moeten geven alvorens een soldaat zijn post mag innemen? Met dat dilemma kampt de tegen Rusland geformeerde Navo-flitsmacht. De ongeveer 5000 militairen waaruit de dit jaar door Nederland, Duitsland en Noorwegen geleide multinationale brigade bestaat, moeten in een crisissituatie snel naar Oost-Europa. Een deel moet zelfs binnen 48 uur gereed zijn.

Politieke compromissen
In het verleden ging aan veel Nederlandse militaire missies een moeizaam traject vooraf. Als het kabinet troepen wil inzetten, organiseert de Kamer briefings, vragenrondes en meerdere debatten. Discussies reiken van de politiek-strategische hoofdlijn tot operationele en tactische details. Wat is de geweldsinstructie voor militairen; hoe staat het met de medische voorzieningen; en komt vuursteun van artillerie, gevechtshelikopters of een tank? Politieke compromissen beperkten de Nederlandse F-16's boven Libië tot fotoverkenningen en politietraining in het noorden van Afghanistan tot een enkele provincie.

"De sleutel tot succes van de flitsmacht ligt niet zozeer bij verhoogde paraatheid, maar bij harde toezeggingen en betrokkenheid van de lidstaten die erin zitten om ook daadwerkelijk tot inzet over te gaan", denkt Ruud Vermeulen, generaal buiten dienst en tegenwoordig voorzitter van de Nederlandse Officierenvereniging. De flitsmacht is namelijk onderdeel van de in 2002 opgerichte reactiemacht die ook al over een 'onmiddellijke reactiemacht' beschikte. "Die eenheden zijn al jaren goed getraind en paraat, maar de politieke wil om ze te gebruiken ontbreekt. Bij missies en crisissituaties wordt uiteindelijk een coalitie opgetuigd van landen die wel willen leveren. Nog een subeenheid met verhoogde paraatheid verhelpt het fundamentele probleem niet."

Minister Hennis (defensie) gaat in een brief slechts met een korte procedureschets op het probleem in. Volgens artikel 100 van de grondwet moet de Kamer geïnformeerd worden bij internationale missies ter bevordering van de internationale rechtsorde, zoals de uitzendingen naar Irak en Afghanistan. Verdediging van een Navo-bondgenoot valt niet onder artikel 100. Het is een besluit dat de regering zelf kan nemen, maar als er genoeg tijd is ontvangt de Kamer ook dan informatie voorafgaand aan de daadwerkelijke inzet van militairen. Mocht dat niet haalbaar zijn, dan wordt de Kamer achteraf op de hoogte gesteld.

Lees verder na de advertentie
De sleutel tot succes van de flitsmacht ligt niet zozeer bij verhoogde paraatheid, maar bij harde toezeggingen en betrokkenheid van de lidstaten

Minister Jeanine Hennis-Plasschaert (L) van Defensie in gesprek met minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken. © anp

Direct ingrijpen?
Vermeulen voorziet dat ook als de flitsmacht met haast wordt ingezet om de oostelijke bondgenoten te verdedigen, er toch tijd en ruimte ontstaat om een politiek debat te claimen. Hij wijst erop dat de Russische inmenging in het oosten van Oekraïne stapsgewijs begon, met commando's zonder uniform en (deels lokale) milities. Daarvoor, bij de annexatie van de Krim, is zelfs geen schot gelost. "Russische militairen gebruikten burgers als menselijk schild. Wat doe je als dat gebeurt in de Baltische staten? Mogen Nederlandse militairen direct ingrijpen, of moeten ze wachten tot Estse collega's zelf beschoten worden? Het is verstandig daar nu al over na te denken."

De Kamer zou alvast over inzet van de flitsmacht moeten debatteren, vindt Hans van Baalen. De huidige VVD-Europarlementariër was in 2006 voorzitter van een Kamercommissie die de rol van het parlement bij inzet van de Navo-reactiemacht onderzocht. De conclusie was dat artikel 100 uit de grondwet de Kamer in de praktijk een instemmingsrecht bij missies geeft, en ook geldt voor de reactiemacht bij verdediging van bondgenoten. Het Navo-verdrag verplicht namelijk tot bijstand, maar lidstaten mogen zelf kiezen wat ze dan leveren.

"De bevindingen van toen zijn nu nog even actueel", denkt Van Baalen. "Het is toch moeilijk voor te stellen dat Nederland militairen op pad stuurt zonder dat het parlement het laatste woord heeft. Ik neem aan dat Bert Koenders, die ook in de commissie zat, er nog steeds zo over denkt. Als je wordt aangevallen sla je natuurlijk terug. Maar als er meer tijd is, dan is het goed het parlement te informeren."

Inzetscenario's
Om te zorgen dat artikel 100 ook in crisissituaties kan worden gebruikt, zou de Kamer nu al een deel van de procedure moeten doorlopen, meent de liberaal. "Je kunt potentiële inzetscenario's in de Baltische staten of Polen zien aankomen. Een andere mogelijkheid is een rol als vredeshandhaver na een bestand in Oekraïne. Je kunt de hoorzittingen en briefings met specialisten daarover alvast houden. Daarna kunnen partijen aangeven of ze zulke vormen van inzet in principe zien zitten."

Bij daadwerkelijke inzet is dan volgens Van Baalen alleen nog een debat tussen fractievoorzitters nodig waarin partijen aangeven of ze inderdaad groen licht geven. "Dat kan een discussie van twee of drie uur zijn die binnen een dag plaatsvindt. Op die manier vertraagt het parlementaire instemmingsrecht de inzet van de flitsmacht niet."

Het is toch moeilijk voor te stellen dat Nederland militairen op pad stuurt zonder dat het parlement het laatste woord heeft

Vroegtijdige parlementaire instemming op hoofdlijnen helpt volgens Van Baalen ook om het afschrikeffect van de flitsmacht tegen Rusland groter te maken. "De Russen zullen elke onduidelijkheid zien als een teken dat er toch niets wordt gedaan. Dat wil je voorkomen. Vroegtijdige politieke instemming door de Kamer is dus van belang. Al moet het parlement altijd op het laatste moment inzet bevestigen, als je bijvoorbeeld weet dat het om inzet in Estland in plaats van Polen gaat."

Angelien Eijsink, als PvdA-Kamerlid al meer dan tien jaar woordvoerder defensie, ziet een belangrijke rol voor parlementen bij het welslagen van de flitsmacht. "De Kamer heeft de afgelopen jaren van regering en krijgsmacht gevraagd om meer internationaal samen te werken. Dat is opgepakt met gezamenlijke oefeningen en integratie van eenheden. Om die initiatieven tot een succes te maken is parlementaire besluitvorming nu de cruciale factor."

Intensievere contacten
Volgens Eijsink moeten Kamerleden vooral beseffen dat hun besluiten invloed op bondgenoten hebben. "Kijk naar de integratie van Nederlandse eenheden in het Duitse leger. Dat heeft gevolgen voor uitzendingen. Het is logisch dat Nederland straks bij de vervolgmissie in Afghanistan in dezelfde regio zit als Duitsland."

Eijsink ziet de sleutel tot inzet van de flitsmacht dan ook vooral bij intensievere contacten tussen volksvertegenwoordigers uit verschillende landen. Die moeten nu al met elkaar overleggen. "Ik zou het liefst zien dat we in Nederland gaan werken met meerjarige defensieplannen gesteund door een brede Kamermeerderheid. Dan kan Defensie beter plannen bij de aanschaf van materieel en uitzendingen. Die plannen moeten ook afgestemd worden met bondgenoten, dus Kamerleden moeten weten wat er in andere landen speelt en beseffen dat landen afhankelijk zijn van elkaars bijdragen."

Volgens Eijsink hoort de internationale inzet van de krijgsmacht, ook bij verdediging van het Navo-gebied, wel in overleg met het nationale parlement te gebeuren. "In geval van nood informeert de regering de Kamer achteraf, maar wanneer het kan vooraf. Dat is vorig jaar ook zo besproken met Hennis en Timmermans."

Eijsink ziet in het hanteren van de artikel 100-procedure geen onoverkomelijk obstakel voor effectieve inzet van de flitsmacht. "In Afghanistan wilde het parlement nog van alles weten. De plaatselijke officieren moesten dan soms met de commandant der strijdkrachten in Den Haag overleggen welke route ze zouden afleggen. Bij de missies in Mali en tegen IS kijkt het parlement veel meer naar de hoofdlijnen. Er is een groeiend besef dat je sommige zaken beter aan de regering over kunt laten, en dat je speelruimte moet geven om de samenwerking met andere landen mogelijk te maken."

Er is een groeiend besef dat je sommige zaken beter aan de regering over kunt laten

Deel dit artikel

De sleutel tot succes van de flitsmacht ligt niet zozeer bij verhoogde paraatheid, maar bij harde toezeggingen en betrokkenheid van de lidstaten

Het is toch moeilijk voor te stellen dat Nederland militairen op pad stuurt zonder dat het parlement het laatste woord heeft

Er is een groeiend besef dat je sommige zaken beter aan de regering over kunt laten