Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Bij het gewichtheffen worden alle vrouwen kampioen

Home

NICOLIEN VAN DOORN

DORDRECHT - “Mama! Mama!” Een klein jongetje roept om zijn moeder. “Mama! Mama!” Maar mama luistert niet. Ze heeft het veel te druk met het trekken en stoten van halters. Mama wil Nederlands kampioene gewichtheffen worden. De kans dat ze daarin slaagt, is groot. Verdeeld over drie gewichtsklassen strijden vier vrouwen om de hoogste eer.

Hoeveel voldoening geeft een gouden medaille aan iemand, die in haar gewichtsklasse de enige deelneemster was? Voor het antwoord op die vraag kunnen we bij Alie Keizer terecht. “Het is niet leuk als je er niet echt voor hoeft te vechten”, meent Keizer, die zich sinds gisteren de beste gewichthefster in de categorie tot 60 kilo mag noemen.

Eigenlijk is ze niet eens een gewichthefster pur sang. Ze heeft het weliswaar drie jaar gedaan, maar zes jaar geleden besloot ze zich volledig op powerliften te concentreren. “Het werd me te veel”, zegt de 44-jarige verpleegster, die twee kinderen heeft, overdag in een ziekenhuis werkt en 's avonds haar man in de sportschool helpt met lesgeven. In het powerliften werd ze acht keer Nederlands kampioene en ze weet nu al dat ze volgende maand haar negende titel in ontvangst kan nemen. “Ieder jaar zijn het dezelfden die meedoen. Op onze sportschool proberen mijn man en ik de meiden wel enthousiast te maken voor gewichtheffen, maar de meesten staan niet te trappelen. Ze denken waarschijnlijk dat ze er zúúúlke spierballen van krijgen, maar dat is een vooroordeel. Ik train al vijftien jaar en ben toch ook niet echt van . . . pffffff.” De frêle vrouw uit Zuid-Scharwoude blaast haar wangen op, in een vergeefse poging iets meer op Dick Trom te lijken.

In het Dordtse sportzaaltje bevindt zich weliswaar een respectabel aantal fors uitgevallen figuren, maar die horen bij het publiek. Het is opvallend hoe weinig gespierd de deelnemers zijn, die op het plankier staan te trekken en te stoten. “De meeste mensen denken dat gewichtheffen net zoiets is als fitness of bodybuilding, en dat je er groot en breed van wordt”, zegt Franciska van den Berg. “Maar dat is niet zo, want je haalt de kracht alleen uit je benen en je rug.” Hoewel ze pas 15 jaar oud is en twee jaar geleden voor het eerst halters begon te tillen, is ze al twee maal uitgeroepen tot de beste gewichthefster van Nederland in de klasse tot 65 kilo. Tijdens een baldadig partijtje kleine haltertjes zwaaien verbrijzelde ze haar vinger, zodat ze gisteren vanaf de tribune moest toekijken hoe iemand anders haar titel overnam. Vreselijk vond ze dat. “Al is het natuurlijk wel leuk dat er eens iemand anders kampioen wordt.”

Van den Berg was niet de enige die het NK moest laten schieten. Van de zeven vrouwen, die in ons land op topniveau gewichtheffen, zaten er gisteren drie geblesseerd aan de kant. En alsof de duvel ermee speelde, waren dat precies de drie, die deel uitmaken van de nationale selectie. Al zijn Franciska van den Berg, Yvonne van der Stoep en Teresa Ernster er niet zeker van of er nog wel een nationale selectie ìs, sinds de bondscoach op nieuwjaarsdag werd afgeschaft.

De drie selectieleden keken vreemd op, toen de bond hun evengoed een programma stuurde voor zes centrale trainingen op Papendal. “Bij gebrek aan een bondscoach zou iemand van het bondsbestuur ons daar begeleiden”, vertelt Yvonne van der Stoep, die donderdag aan haar schouder wordt geopereerd. “Dat vonden we zo'n slecht idee, dat we er niet heen zijn gegaan.” Sindsdien trainen de drie vrouwen bij hun eigen club. Veel erger vinden ze het, dat tegelijk met de bondscoach ook de stages in het buitenland zijn afgeschaft. Tenminste, dat vermoeden Van den Berg, Van der Stoep en Ernster. Want zeker weten ze niets. “Niemand weet hoe het in elkaar zit”, vat Van den Berg het reilen en zeilen binnen de Koninklijke Nederlandse Krachtsport Bond (KNKB) krachtig samen. “Het is een zootje.”

De scholiere heeft alle recht van spreken. Met terugwerkende kracht kan ze zich nog steeds opwinden over de loei van een blunder, die het bondsbestuur vorig jaar maakte. Ze had zich gekwalificeerd voor het EK in Griekenland en trainde zich suf voor dat toernooi. Maar omdat de bond haar te laat had ingeschreven, ging het feest uiteindelijk niet door. “Nee, ik heb niet geprotesteerd”, zegt ze. “Dat heeft toch geen zin.”

Haar teamgenote Van der Stoep heeft er geen woorden voor. “Het is niet stimulerend als je op het laatste moment hoort dat je niet naar het EK kunt”, briest de 35-jarige brandweervrouw. “Dat is heel slordig. De bondsbestuurders vergeten vaak dat ze met mensen te maken hebben. Er zijn in dit land toch al zo weinig vrouwen die aan gewichtheffen doen, we zouden juist verschrikkelijk zuinig op ze moeten zijn.”

Nederland telt zo'n vijftien vrouwen, die op wedstrijdniveau halters heffen. Wat zijn dat voor vrouwen? Hoe zijn ze op het idee gekomen om te kiezen voor een niet voor de hand liggende sport als gewichtheffen? “Bij mij lag het juist wel voor de hand”, glimlacht Franciska van den Berg. “Mijn hele familie doet het. Mijn vader, mijn zus, mijn broers . . . Dan word je vanzelf meegesleurd. Ik zit ook bij de majorettes, maar gewichtheffen is weer eens wat anders. Wat ik er leuk aan vind is het explosieve. En de spanning. Je kunt iedere keer naar een hoger gewicht gaan.”

Yvonne van der Stoep maakte tien jaar geleden de overstap van fitness naar gewichtheffen. “Ik zag het de jongens in de sportschool doen en wou het ook eens proberen. Het lijkt zo eenvoudig, maar dat valt zwaar tegen. Het gaat meer om techniek dan om kracht. Het is een gevecht met de zwaartekracht, jij moet sneller zijn dan die halter. Mensen vragen wel eens: Hoe kun je nou twee uur achter elkaar met zoiets saais als gewichtheffen bezig zijn? Maar zo is het niet. Je buigt je knieën, je drukt je nek, je gebruikt je hele lichaam.”

Hoe fascinerend ze hun sport ook vinden, in Nederland behoren ze tot de uitzonderingen. “Vrouwen zijn bang dat ze voor schut staan als ze halters omhoog brengen”, vermoedt Van den Berg. Alie Keizer denkt dat de schuld niet zozeer bij de vrouwen ligt, als wel bij hun wederhelften. “Er is best animo bij jonge meisjes”, weet de sportschoolhoudster uit ervaring. “Maar na een tijdje haken ze af. Dan krijgen ze een vriendje en dat vriendje vindt gewichtheffen niet vrouwelijk genoeg. Dan gaan ze aerobikken of steppen, dat vindt zo'n jongen vrouwelijker.” Waarom Nederlandse vrouwen zo veel moeilijker doen over gewichtheffen dan hun sexegenoten in veel andere landen, weten ze niet. In China doen 30 000 vrouwen aan gewichtheffen, maar ook dichter bij huis, in de Scandinavische landen, is de sport populair. “Wat dat betreft is Nederland een ontwikkelingsland”, merkt Yvonne van der Stoep op.

En mama? Die wordt Nederlands kampioen. Maar dat kon ook nauwelijks missen.

Deel dit artikel