Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Bij hem kan ik zijn wie ik ben

Home

EVELINE BRANDT

Vrienden zijn een apart soort familie. Wat vertellen wij over vriendschappen, en wat zegt dat over ons? Vandaag de zangers Frank Boeijen en Stef Bos over hun eerste ontmoeting en hoe het verder ging.

Als twee jongetjes storten ze zich op de recorder en gaan zogenaamd de apparatuur testen: 'Test, test, test - microfoon 1, microfoon 2' spreken ze met zangstemmen. Ongeleide projectielen waren we, zal Stef Bos later zeggen, die maar moeilijk in een baan om de aarde te houden waren. Ze keten inderdaad uitbundig tijdens het interview, lopen rond, kussen en knuffelen elkaar, en lachen dat dan heel hard weer weg.

Frank Boeijen (54) en Stef Bos (50) ontmoetten elkaar begin jaren negentig, en zijn sindsdien vrienden. "Of nee", zegt Stef, "laten we het filosofisch bekijken: wanneer ontmoet je iemand? Ik lag een keer ziek op bed met de radio aan, en hoorde Frank 'Zwart Wit' zingen. Dat was in 1984. Ik was zelf nog niet bezig met muziek, wel met teksten en cabaret, maar ik dacht: dát vind ik goed. Ik vond dat hij heel authentiek zong, dat hoorde ik niet vaak in het Nederlands. Jaren later ben ik in Hilversum naar een optreden van Frank gaan kijken en heb hem in de kleedkamer opgezocht."

Frank: "Ik vond jou toen heel jongensachtig, met dat pagekopje en die blauwe ogen. Bescheiden ook - een mooie eigenschap. Jij had een heel andere achtergrond dan ik; jij kwam uit het theater, ik kwam van de straat. Ik ben begonnen met spelen in cafeetjes en op boerenbruiloften. Muzikaal zijn we naar elkaar toegegroeid, omdat jouw muziek steeds minder theatraal werd en ik steeds minder harde popmuziek ging maken."

Ze zijn beiden steeds meer 'chansonnier' geworden, bevestigen ze. "Maar wat ons van het begin af aan bindt, is een zielsverwantschap", zegt Stef. "We willen iets constructiefs over de wereld, over de toekomst zeggen. Dat herkende ik in Frank toen ik hem voor het eerst zag. Ik voelde: daar kan ik thuiskomen. Daar kan ik zijn wie ik ben. De eerste keer dat ik bij Frank bleef logeren, stond hij 's ochtends als een soort broertje met een kussen op m'n kop te slaan. Hij deed me ook inzien waar ik kon groeien: als songwriter. Dat was hij altijd al."

Frank wuift de eer weg: "Jouw cd 'Is dit nu later' heeft mij beïnvloed. Ik luisterde daarvoor nooit naar Nederlandstalige muziek." Hij wendt nu sterallures voor en knipoogt: "Dat is een beroemde uitspraak van mij, dat ik een hekel heb aan Nederlandstalige muziek.... Maar hier kon ik goed naar luisteren. Mooie nummers. Aangename stem. De teksten vond ik helemaal in orde; dat is misschien wel het allerbelangrijkste. In het lied 'Wondermooie vrouw' zit die zin: 'Ze wandelt door mijn hoofd op hoge hakken'. Een geweldig beeld, man!" En hij slaat Stef enthousiast op de schouder.

Stef: "Ik heb ook veel aan deze schorre kraai op het praktische vlak. Hoe je een tour organiseert. Hoe je je zakelijk opstelt."

Frank: "Daar praten eh... kunstenmakers onderling nooit over - 'artiesten' vind ik zo'n rot woord. Die zijn blij als ze elkaar zien en praten dan niet over de administratie. Terwijl je veel aan elkaar kunt hebben als je dat wel doet, want onze beroepsgroep is doorspekt met oplichters en rare snuiters die niks met muziek hebben maar alleen voor de money gaan. Ik ken geen enkele kunstenmaker die niet is opgelicht."

"Onze vriendschap is voor een deel ook een vakbondje", grijnst Stef. "Frank waarschuwde me welke contracten ik niet moest tekenen, en had eerder door dan ik dat mij een oor werd aangenaaid. Maar wat ons vooral bindt is pure liefde voor het woord. Voor de taal, de muze. ¿

Juist dan kun je zakelijk gezien naïef zijn. Hij was eerder als renpaard op de baan en het was fijn om met hem te kunnen overleggen, want wij zijn niet bedreigend voor elkaar."

Nee, van bedreiging of concurrentie is geen sprake, bezweert ook Frank. Zoekend naar woorden: "Wat is het tegenovergestelde van concurrentie?"

Stef: "Inspiratie?"

"Ja!", zegt Frank, en hij verhaalt met zichtbaar genoegen hoe ze hun duet 'Twee mannen zo stil' schreven. Hoe ze na een optreden van hem in Brugge neerstreken in een restaurant, waar Stef op zijn aandringen achter de piano plaatsnam. Frank had de woorden in zijn hoofd; die waren daar blijven hangen na de begrafenis van een vriend. Stef had zomaar ineens de noten erbij. Ze pakten het gastenboek om daarin de tekst op te schrijven en musiceerden tot de Belgische Rijkswacht er een einde aan maakte. Wegens geluidsoverlast nota bene! Ze lachen ongelovig bij de herinnering. Maar het nummer stónd: 'Wat is verdriet / Is het een vijand of een vriend / Kom laten we gaan dansen / Tot het niet meer gaat / Tot de dageraad. / Twee mannen zo stil / Hand in hand / Op een begrafenis / Van een vriend.'

Stef: "Toen ik Frank net kende, zei hij: Wij moeten de poëzie de hitparade insmokkelen. Daar heb ik heel veel aan gehad."

Frank legt uit hoe geëngageerd ze allebei zijn als dichter, schrijver, zanger. Hoe groot hun afkeer is van materialisme, populisme, racisme. "Daar denken we hetzelfde over, alleen moet je steeds iets nieuws verzinnen om het te bestrijden. 'Zwart Wit' schreef ik met het voorbeeld van Bob Dylan voor ogen. Toen Kerwin Duinmeijer werd vermoord, dacht ik: ik moet een statement als Dylan maken, maar dan in een nummer dat alle omroepen móeten draaien, ook als ze het er niet mee eens zijn. Dat was de truc: engagement verpakken in populaire muziek."

Ook Stef stelt in zijn werk de inhoud, de boodschap voorop, zegt hij. "Maar waar wij vervolgens mee moeten dealen is de buitenkant. De druk om te populariseren kan ertoe leiden dat je concessies doet aan de inhoud. Wij houden elkaar daarbij in de gaten. Ik kan het niet maken om schaamteloos commercieel te worden, want dan kan ik Frank niet meer onder ogen komen. Frank: "Maar dat zit ook helemaal niet in jou!" Stef, knikkend: "Er zit zeker een principieel referentiepunt in mijzelf, maar dat is een plantje dat water moet krijgen van dierbaren van buitenaf. Het is heel fijn als Frank in de zaal zit, want dan ben ik naakter. Dat is ook de essentie van vriendschap: vrienden geven je ruimte om te groeien, maar zijn ook jouw spiegel."

Frank begint quasi-gegeneerd te mopperen dat hij het maar klef vindt om over 'de essentie van vriendschap' te praten. "Kameraadschap, mag dat ook? De essentie van kameraadschap is herkenning, denk ik. Ik doe mijn werk helemaal alleen: het muziek maken, het beslissen welke richting ik opga. Ook een nummer schrijven is een solitaire aangelegenheid, maar bij ons ging dat met z'n tweetjes direct goed. Die herkenning had ik daarvoor nooit gehad. Het is heel intiem, heel kwetsbaar, want je schaamt je voor je probeersels. Dat hoort misschien ook bij kameraadschap: dat je dingen durft te doen waarvoor je je eigenlijk schaamt."

Stefvindt het niet moeilijk om te verwoorden wat hij mooi vindt aan deze kameraad: "Hij is verbindend. Dat klinkt wat soft, maar dat is een enorme gave. Je zoekt in je vrienden misschien ook iets dat je zelf moet leren. Ik ben vooral in mijn hoofd geboren, en moest afzakken - naar mijn hart, naar mijn buik. Frank is iemand die organisch voelt, denkt en musiceert. Dat heb ik van hem geleerd."

Frank kijkt eerst wat ongemakkelijk bij de vraag wat bijzonder is aan Stef, en neemt een flinke slok wijn. "Wij hebben altijd lol met elkaar. Ook in moeilijke perioden, want we hebben lastige tijden gehad in ons privéleven. Mensen gaan dood, relaties gaan eraan, je werkt jezelf in de nesten.... Maar dan nog kunnen wij lachen."

Stef:"Tot in Rwanda!"

Frank: "Ja, wat dacht je van Rwanda! Zelfs daar hebben we gelachen. Memisa vroeg mij erheen te gaan voor een liefdadigheidsproject. Ik zei: Goed, maar dan wil ik Stef meenemen, anders red ik het niet. We kwamen er in contact met meisjes die waren verkracht door de tegenstander en zwanger waren geraakt. 'Kind van de vijand' heette ons lied daarover. Als ik er langer over nadenk, breekt altijd weer mijn hart: Je bent een meisje met een kindje, maar dat kreeg je na verkrachting door de vijand...."

Stef: "...die dikwijls ook nog de moordenaar was van de rest van je familie. En dat kind heet dan een geschenk van God."

Frank: "Ik had dit met niemand anders kunnen doen. Ik ga ook niet naar Auschwitz, ik kan daar niet tegen. Maar met hem kon ik het. Omdat we elkaar begrijpen, én kunnen lachen."

Stef: "Humor is heel belangrijk voor ons. De meeste mensen associëren ons met woorden en taal en melancholie, maar wij kunnen bij elkaar geweldig onze lichte kant leven. Als je niet ongevoelig bent en bijvoorbeeld zo met je neus op een genocide wordt gedrukt, heb je humor hard nodig. Anders ga je de dieperik in."

En waar zitten hun verschillen? Frank: "Nou Stef, jij bent niet bepaald een Bourgondiër. Je trekt langzamerhand een beetje bij, maar ik kom uit een echt Bourgondisch milieu. De Boeijens roken allemaal, drinken allemaal. Jij werkt ook veel harder dan ik. Ik denk dat jij het niet zo leuk vond als ik weer eens dronken was. Maar dat is gewoon het leven van de straat, dat je af en toe heel erg dronken bent..."

Stef: "Niet om je te sparen maar dat vond ik nooit erg. Ik vind het moeilijk om iets te bedenken waar ik moeite mee heb, want je neemt een vriend als een heel pakket, toch? Als ik ergens fundamenteel een probleem mee zou hebben, zou Frank hooguit een kennis zijn. Natuurlijk hebben wij verschillen, maar die dynamiek maakt het voor mij juist interessant. Die maakt dat ik altijd graag hoor wat hij ergens van vindt."

"Lastig hoor", zegt Frank dan met een zucht, "zo praten wij nooit met elkaar. Dat doen mannen sowieso niet. Vrouwen willen graag analyseren en bespreken wat je leuk aan elkaar vindt, en wat niet. Mannen zeggen tegen elkaar: 'Weet jij wat ik nou zo leuk aan jou vind? Helemaal níks.'"

Stef, nadat hij is uitgebulderd van het lachen: "Toen we naar dit interview gingen zei Frank: Ik ga gewoon tegen haar zeggen: 'Ik heb geen vrienden. Wil ik ook helemaal niet.' Hij betaalt mij straks omdat ik heb gezegd dat ik zijn vriend ben. Zodat het in het openbaar nu toch lijkt alsof Frank Boeijen een vriend heeft."

Frank: "En niet de eerste de beste!" ¿

Volgende week:

Daphne Bunskoek en Johan Noorloos

Geboren:

Veenendaal, 12 juli 1961

Opleiding:

Op zijn 18de, in 1979, vertrok Bos richting Utrecht om aan de lerarenopleiding te studeren. Hij rondde deze vijfjarige studie af en vertrok vervolgens naar Antwerpen om aan de theateropleiding 'Studio Herman Teirlinck' de kleinkunstrichting te volgen. Hij studeerde in 1988 af.

Momenteel woont hij ongeveer de helft van het jaar in Zuid-Afrika

Loopbaan:

Bekende albums zijn onder meer 'Is dit nu later', 'Zien', en 'Kloofstraat'. Bos kreeg onder andere twee Edisons en een Gouden Harp.

Momenteel tournee van voorstellingen in theaters met de blind geboren concertpianiste STER. Zij speelt en Stef Bos leest gedichten voor in het donker.

Voor speeldata zie www.stefbos.nl

Eind deze maand verschijnt een boek van Stef Bos en zijn vader: 'Door de ogen van mijn vader', bij Witsand uitgevers.

Geboren:

Nijmegen, 27 november 1957

Opleiding: Meteen na de middelbare school een plaat gemaakt. Boeijen is zanger, dichter, componist en muzikant. In de jaren tachtig van de vorige eeuw was hij populair met de Frank Boeijen Groep.

Loopbaan:

Bekende albums zijn 'Kontakt', 'Wilde Bloemen' en 'De Ontmoeting' (1994) met onder meer een duet met Stef Bos, 'Twee Mannen Zo Stil'. Boeijen won in 1984 de Zilveren Harp, bedoeld voor aanstormend talent, en in 1990 de Gouden Harp. In 2002 ontving hij de Edison-Award in de categorie Zanger Nationaal. In 2004 volgde de Edison-Award in de categorie Oeuvreprijs Nationaal en de Radio 2 Zendtijdprijs.

Tot en met 26 mei is 'Frank Boeijen - In Concert' te zien in de Nederlandse en Vlaamse theaters. Voor de volledige concertagenda: www.frankboeijen.nl

Deel dit artikel