Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Bezuinigen en de economie stimuleren kan wel degelijk samen gaan

Home

Aart Jan de Geus

Premier Rutte en ministers Asscher, Kamp en Dijsselbloem verdedigen het sociaal akkoord in de Tweede Kamer © anp

Het sociaal akkoord van vorige maand is een mooie stap vooruit, zeker voor de hervorming van het ontslagrecht en de WW. Het is inhoudelijk echt vernieuwend: in heel Europa is het thema 'van werk naar werk' nog nergens zo omvattend opgepakt. Ook bijzonder is dat het ruimte schept voor een nieuwe vakbeweging als verantwoordelijke partner.

Tegelijkertijd is het ook een gevaarlijk akkoord, want veel elementen (noodzaak nieuwe bezuinigingen, kosten WW, kansen voor jongeren) zijn afhankelijk gemaakt van snel economisch herstel. Als dat uitblijft zijn we terug in de poldermodder. De tegenstrijdige uitspraken van de partijen die het akkoord sloten, zijn wat dat betreft exemplarisch. "Bij uitblijven van herstel in augustus een nieuwe bezuinigingsronde", zei het kabinet. "Bezuinigingen zijn van tafel", liet de vakbeweging optekenen.

Balans zoeken
Inmiddels is overal in de wereld het debat gaande over de juiste balans tussen bezuinigen (uitgaven terugbrengen) en stimuleren (inkomsten vergroten). Japan kiest consequent voor stimuleren, ook al loopt daarmee de schuld op tot 140 procent van het BNP. In Engeland kiest de regering Cameron voor harde bezuinigingen. Frankrijk zegt te willen bezuinigen maar stopt daar nu mee omdat de groei tot beneden het nulpunt daalt. De Verenigde Staten zitten door onenigheid over het budget nu automatisch in een bezuinigingstraject. De landen met steun van het Internationaal Monetair Fonds hebben geen keus. Ze moeten bezuinigen in ruil voor de financiële ondersteuning.

De argumenten vóór bezuinigen zijn helder: schulden moet je toch een keer aflossen en rente blijven betalen kost heel veel geld, vooral voor de volgende generatie. Omgerekend per kind ligt de schuld in veel EU landen rond de 200.000 euro. Opmerkelijk is overigens dat Duitsland en Griekenland hierin dicht bij elkaar liggen. Duitsland heeft weliswaar minder schuld, maar ook minder kinderen.

De argumenten tégen bezuiniging zijn ook te begrijpen: met bezuinigen op investeringen en op lonen voor ambtenaren krimpt de economie. Slecht nieuws voor burgers en bedrijven en het scheelt ook aan belastinginkomsten. Economen zijn het onderling veelal oneens over de te varen koers, maar meer en meer stemmen gaan op om niet te streng te bezuinigen.

Impopulaire maatregelen
Het grootste risico van nu niet doorzetten met hervormen/bezuinigen is echter dat van uitstel afstel komt. Er is in crisistijd een gevoel van urgentie voor impopulaire maatregelen, en dat ontbreekt in betere tijden. De politieke les uit een OECD studie 'Making Reform Happen' (2010) is dan ook: het juiste moment om te hervormen en te bezuinigen doet zich voor in tijden van crisis.

Terug naar Nederland. Ook hier zijn, begin jaren tachtig en in het begin van deze eeuw, forse hervormingen/bezuinigingen doorgevoerd ten tijde van een economische crisis. De boodschap: "We zitten in een crisis en we moeten harde maatregelen treffen om er bovenop te komen" doet het nu eenmaal beter dan "Het gaat weer goed met Nederland, tijd om stevig te gaan bezuinigen". Verschil met toen is dat de economie buiten Europa destijds zo in de lift zat dat Nederland snel weer kon aanhaken. Nu zit heel Europa in het slop, maar ook de VS en Japan zijn nog niet op koers. China, India, en Brazilië groeien, maar minder hard.

Wereldwijd herstel laat dus op zich wachten. Zouden we dan toch een tandje lager moeten inzetten? Nee, want zelfs het volgens de afspraken met Brussel laten oplopen van het tekort met 'slechts' 3 procent betekent dat de staatsschuld hard groeit en dat we jaar op jaar de problemen voor onze kinderen vergroten. Wellicht moet de overheid toch even wat meer lenen om de economie te stimuleren, want lenen is op dit moment voor de overheid buitengewoon goedkoop: een sterk argument om nu te stimuleren maar daarna wel rap af te lossen, voordat de rente weer opklimt.

Speel met de tijd
Bezuinigen en stimuleren, kan dat samengaan? Jazeker, en wel door met de factor tijd te spelen. Door nu de beslissing te nemen dat de pensioenleeftijd omhoog gaat tot 70 jaar, en dat gefaseerd invoeren. Door nu de hypotheekrenteaftrek structureel fors in te perken en huurprijzen marktconform maken, maar tegelijkertijd bestaande gevallen te ontzien en een tijdelijke stimuleringsregeling voor starters invoeren, die in een paar jaar wordt afgebouwd. Door structureel het aantal ambtenaren terug te brengen, maar nu niet te bezuinigen op hun lonen. Door structureel de WW-duur terug te brengen, maar nu niet te korten op uitkeringen. En door structureel tol te heffen op autowegen maar ook nu al te investeren in infrastructuur, met name in de Randstad.

Met structurele hervormingen komt het vertrouwen van de markten terug en daarmee zal het economisch tij keren. Door tijdelijk ook te stimuleren kan het gekeerde tij in beweging komen, kan de vaart er weer in komen. Voor de Sociaal Economische Raad ligt een mooie uitdaging om het kabinet in de komende maanden over een verstandige mix van hervormen en stimuleren te adviseren. Als dat lukt, kan het kabinet verder en blijft het sociaal akkoord overeind.  

Aart Jan de Geus is voorzitter van de Bertelsmann Stiftung en oud-minister van sociale zaken.

Lees verder na de advertentie

 
Het sociaal akkoord is inhoudelijk echt vernieuwend: nog nergens in Europa is het thema 'van werk naar werk' zo omvattend opgepakt.

Deel dit artikel