Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Bevroren bewegers verruilen de tuin voor het museum

Home

Cees Straus

’Eddy Roos – verstilde beweging’, beelden, tekeningen en dans t/m 24 jan. Drents Museum, Brink 1 in Assen, di-zo 11-17 uur. Gelijkn. boek in de reeks ’Monografieën van het Drents Museum over hedendaagse figuratieve kunstenaars’ bijdragen van o.a. Henk Vonhoff, Mieke van der Wal en Toer van Schayk, eigen uitg. 44,50 euro.

De Italiaanse renaissance met de reuzen Leonardo da Vinci en Michelangelo, maar ook de Franse meester Auguste Rodin hebben onmiskenbaar hun sporen nagelaten in het oeuvre van de Groningse beeldhouwer Eddy Roos (1949). Meer dan een epigoon van deze klassieke voorbeelden is Roos bekend geworden vanwege zijn levenswerk waaraan hij nu al zo’n dertig jaar werkt: de beeldentuin rond de borg Verhildersum in het Groningse Leens.

De tuinen rond dit landgoed zijn zijn permanente expositiegelegenheid, waar zijn recentste sculpturen zijn te zien. Maar omdat brons kwetsbaar is, zijn ze nu voor één keer uit de winterse kou gehaald en staan ze naakt maar wel warm in de beschutte binnenruimte van het Drents Museum. Daar is, in combinatie met zijn alweer renaissancistisch geïnspireerde schetsen en uitgewerkte studies, een mooie gelegenheid ontstaan om Roos’ ontwikkeling op de voet te volgen.

Eddy Roos wordt – voor wie niet goed op de hoogte is van de ontwikkelingen in Groningse kunst-scene – als een fenomeen beschouwd. Diezelfde kunstwereld wordt echter al heel lang – sinds het einde van de jaren zeventig, toen het definitief was gedaan met de Nachwuchs van de Groninger Ploeg – gedomineerd door een voorkeur voor de anekdotische figuratie. Dat komt vooral in de schilderkunst tot uitdrukking, met namen als Wout Muller, Matthijs Röling, Diederik Kraaijpoel, Henk Helmantel en Pieter Pander.

Het Drents Museum, dat altijd in de bres staat voor de hedendaagse figuratie, heeft er, samen met het Museum De Buitenplaats in Eelde, veel voorbeelden van gegeven. Het lag voor de hand om een beeldhouwer van deze stroming te exposeren.

Dat is meteen een van de beste die in de noordelijke provinciën actief is. Want je mag het dan storend vinden dat Roos zo dicht tegen zijn klassieke vaders aanschuurt, hij toont genoeg eigen stijl om de discussie over het in ogen van velen vastgelopen realisme van munitie te voorzien. Je kunt zo in het geval van de klassieke voorbeelden eerder spreken van adaptie dan van imitatie.

Overigens, Roos lijkt er niet mee te zitten dat je van hem van al te veel kopieerzucht kan betichten. Net als zijn voorbeelden baseert hij zich op de Gulden Snede, een methode om zijn beelden letterlijk in evenwicht te houden, die al eeuwenlang de grondslag is voor de meest harmonieuze kunst die een kunstenaar zich kan bedenken.

Deze richtlijn is niets anders dan een wiskundige methode: verdeel een lijn in twee gedeelten zodanig dat het korte stuk zich verhoudt tot het langste stuk als het langste tot de twee stukken te samen. Met andere woorden a:b = b: (a+b).

Tegelijk maakt Roos deze methode ondergeschikt aan wat hij uiteindelijk beoogt: het bevriezen van een moment van ingehouden spanning, van beweging die nog afgemaakt moet worden.

Als beeldhouwer is Roos ook choreograaf, die zijn figuren in hun meest expressieve uitingen leidt om zo tot een nieuwe vormentaal te komen. Roos is zeer geïnteresseerd in de menselijke vorm, hij hoeft zijn figuren niet van een psychologische lading te voorzien. Drama is hem vreemd, maar een vorm met een verhalend karakter mijdt hij ook.

De prachtige glans van het brons die hij vooral inzet om het materiaal op de gewenste plekken licht te laten reflecteren, daar maakt hij dankbaar gebruik van. Roos is wat dat betreft nog een echte ’buitenbeeldhouwer’, zijn dansers en naakten komen in een omgeving van groen en water optimaal tot leven. Maar in het museum ontstaat een intrigerende wisselwerking tussen het driedimensionale beeld en de krijttekening. In beide technieken bewijst Roos dat hij voortdurend op zoek is naar een tijdloos moment waarmee hij de vitaliteit van de beweging zowel kan stilzetten als kan aanjagen.

Deel dit artikel