Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Betrekkelijk duurzaam

Home

Jeroen den Blijker

Willen de zeeën niet afstevenen op een ecologische ramp, dan moet paal en perk gesteld worden aan de overbevissing. Daartoe dient het viskeurmerk van de Marine Stewardship Council (MSC). Maar biedt dat soelaas en wordt het wel altijd terecht toegekend?

Het is flink mis met vis. Twee jaar geleden voorspelden wetenschappers dat rond het jaar 2048 de laatste eetbare vis uit de wereldzeeën zal zijn verdwenen. Wat aan natuurlijke rijkdom in miljoenen jaren is opgebouwd, is door toedoen van de mens in nog geen honderd jaar vernietigd. Of komt het niet zover?

Paul Watson, de door de Japanse walvisvaarders zo gehate kapitein van de radicale actiegroep Sea Shepherd, weet wel een oplossing. ’Stoppen met vis eten!’, is zijn advies.

De Frans-Canadese visserijbioloog Prof. dr. Daniel Pauly, net als Watson begin deze week spreker op een congres in Rotterdam en Delft over de dramatische situatie van de oceanen, is geen man van gemakkelijke oplossingen. „Geen vis eten? Dat lijkt in theorie wel wat. Natuurlijk kun je de consument het probleem van de overbevissing onder de neus wrijven. Maar levert dat dan ook iets op?” Daarover maakt Pauly zich geen illusies. Hij waarschuwt al zo lang tevergeefs tegen overbevissing.

Pauly, verbonden aan de Canadese Universiteit van British Columbia, is misschien wel ’s werelds invloedrijkste visserijexpert. Zijn modellen om de visstand te bepalen zijn befaamd. Als een der eerste wetenschappers wees hij op het gevaar van overbevissing. Een ontwikkeling waarvan je in de viswinkel nauwelijks iets merkt. De visserijsector verzwijgt namelijk angstvallig dat vissers tegenwoordig veel meer moeite hebben en veel verder moeten varen om met volle netten thuis te komen. Pauly: „Het is alsof iemand vanaf de negentiende etage naar beneden springt en op de dertiende roept: het gaat prima hoor!”

Maar als vis laten staan geen optie is, wat dan? Carel Drijver, hoofd Oceanen en kusten van het Wereld Natuur Fonds, weet daar wel een antwoord op. Drijver is voor het interview bij de visserijbioloog aan tafel geschoven en geldt als een onvermoeibaar pleitbezorger van certificering volgens de principes van Marine Stewardship Council (MSC). Hij begeleidt onder meer vissers die hun vangstmethoden willen verbeteren. Waarvan het MSC-duurzaamheidslogo de uiteindelijke beloning is: een vrolijk blauw visje op de verpakking.

MSC is begin jaren negentig ontwikkeld door het WNF in samenspraak met levensmiddelengigant Unilever en groeide uit tot ’s werelds belangrijkste duurzaamheidslabel voor zeevis. De Nederlandse supermarkten eisen bijvoorbeeld dat al hun leveranciers met ingang van 2011 voldoen aan de MSC-criteria die wetenschappers, natuurorganisaties en vissers samen formuleren. Dan gaat het om zaken als bijvangst, de visserijtechniek en de omvang van de vangst.

Afgelopen week hebben we een mijlpaal bereikt, vertelt Drijver met gepaste trots. „Het Nederlandse visserijbedrijf Ekofish brengt nu als eerste schol uit de Noordzee met MSC-keurmerk op de markt.” Het bedrijf heeft daartoe het traditionele sleepnet (de boomkor – berucht om zijn grote bijvangst en verwoesting van de zeebodem, red.) vervangen door een lichter sleepnet, twinrig. „De bijvangst is minder omdat wetenschappers adviseerden de maaswijdte van het visnet geen acht, maar twaalf centimeter te maken. De bijvangst heeft bovendien meer overlevingkans. En het energieverbruik van de visserij is ruim 25 procent lager, want de netten beroeren de zeebodem minder”, somt Drijver de pluspunten op.

Dan veert de beroemde visserijbioloog overeind. „Jullie zijn vergeten waar jullie vandaan komen! Het is toch niet de taak van het Wereldnatuur Fonds om te adviseren over maaswijdte?”

De ergernis is welhaast tastbaar. Pauly, die ooit een artikel schreef pro MSC, blijkt inmiddels zijn bedenkingen te hebben. Of, zoals hij het zelf verwoordt: „Ik ben bezorgd. Zoals je dat ook bent als een vriend drugs gebruikt.” Natuurlijk, het doel van het viskeurmerk is in essentie prima. „Maar de uitvoering is problematisch”, zegt Pauly veelbetekenend.

Hij vindt namelijk dat MSC praktijken certificeert die helemaal niet duurzaam zijn. „Trawlers met grote netten bijvoorbeeld. Die zijn van zichzelf al niet-duurzaam.” Deze grote zeeschepen slepen netten achter zich aan, over grote afstanden en vaak op grote diepte over de zeebodem. „Die methode is niet kieskeurig. Heel anders dan de traditionele vislijn of visval, daarbij weet je precies welke vis je binnen zult halen.” Bovendien: het gesleep met die grote netten verwoest niet alleen de bodem, maar vreet ook energie. „Dat kan toch nooit duurzaam zijn? Maar let op: het einde van de trawlers is nabij. Als de dieselprijzen binnenkort weer stijgen, is deze visserij niet meer rendabel.” Volgens hem heeft alleen kleinschalige visserij, die nauwelijks het ecosysteem belast en onder strikt toezicht staat, toekomst. Met deze visserij houden zich wereldwijd dertig miljoen mensen bezig, vaak op kleine bootjes die niet ver uit de kust gaan.

Als voorbeelden van ’foute’ MSC-vis noemt Pauly onder andere heek die met trawlers wordt gevangen voor de kust van Nieuw-Zeeland. Deze roofvis is veelgevraagd, smakelijk, stevig en laat zich prima verwerken. Heek zit onder andere in kibbeling.

MSC beging bovendien een grove fout, meent Pauly, door een ’visserij omgeven door een zee van illegale vangstpraktijken’ te verheffen tot duurzaam: die op de Chileense zeebaars. De autoriteiten van South Georgia vroegen het MSC-keurmerk aan ten behoeve van de eigen – kleine – sector in de zee tussen Zuid-Amerika en Antarctica. Maar de vissoort is dermate populair in de trendy visrestaurants in de Verenigde Staten en West-Europa, dat er ook veel grote vissersschepen van buiten de regio op het gebied af zijn gekomen. Het gevolg is dat de Chileense zeebaars zwaar wordt overbevist. De illegale praktijken liften mee op het succes en keurmerk van die 'piepkleine' visserij, vreest Pauly.

Drijver werpt tegen dat een visser die zijn werk wel goed doet, best beloond mag worden. Iemand moet uiteindelijk de voortrekker zijn. De rest volgt dan wel, is zijn ervaring. „Wij hebben ons ook bij MSC een half jaar verzet tegen een keurmerk voor de heek. Maar zonder goede wetenschappelijke inbreng is dat heel moeilijk.” Fijntjes onderstreept hij dat de discussie over duurzaamheidscriteria voor nieuwe visserij voor iedereen openstaat. Met andere woorden: waar was Pauly?

Pauly: „Kom nou, ik wil mijn tijd niet verdoen met tegen MSC te vechten. MSC moet dat gewoon zelf doen. Jullie natuurorganisaties hebben met MSC een instantie gecreëerd die iets zou moeten regelen waar de politiek tekortschoot: een organisatie die duurzame visserij mogelijk maakt. Maar MSC verkoopt dezelfde onzin als de overheid.”

Drijver: „Jullie milieuorganisaties? MSC is tegenwoordig zelfstandig hoor. En waarom zou je niet deelnemen aan de discussie over de duurzaamheidscriteria?”

Hij wijst op de successen van FSC, het logo voor duurzaam gekapt tropisch hardhout, dat steeds meer voet aan de grond krijgt in de houthandel. MSC zal dezelfde kant opgaan, denkt Drijver, steeds meer vissers zullen hun praktijk certificeren. Bovendien, sinds de vissers zich bekommeren om hun vangstmethoden, is ook met hen over andere onderwerpen te praten.

„Nu nog kan de boomkor eigenlijk in de hele Noordzee terecht. Maar we hebben afgesproken dat op lange termijn de Noordzee voor 30 tot 50 procent een netwerk van beschermde zeegebieden zal worden. Met wetenschappers zoeken we uit welke visserij in die gebieden mogelijk is.”

Pauly, groot voorstander van beschermde zeegebieden, deelt een compliment uit. „Jullie zijn daar goed mee bezig, ook in andere delen van de wereld.”

Maar, keert hij terug naar MSC, helemaal fout is het als de vangst van vis voor de vismeelindustrie zou worden gecertificeerd. „Dan verliest MSC zijn geloofwaardigheid en heb je pas echt een groot probleem”, waarschuwt hij. In Peru bijvoorbeeld wordt ansjovis verwerkt tot vismeel voor varkensvoer en visvoor voor de zalmkweek. Die industrie is een gruwel, vindt Pauly.

„Als je daarin meegaat, zeg je eigenlijk dat het zo wel verder kan gaan. Maar je moet je ogen niet sluiten voor de sociale aspecten, voor hoe rot de situatie is in Peru. En is het ethisch om miljoenen tonnen vis te verwerken tot varkensvoer of visvoer voor de zalmkweek van Noorwegen? Is dat duurzaam? Die vis moet je gewoon niet eten. Die vismeelindustrie leidde ertoe dat Peruvianen hun gezonde ansjovis nauwelijks zelf meer eten. Weet je wat ze wel eten? Dure zalm, gekweekt in Noorwegen of de VS.”

Maar MSC is nooit opgericht om de bestemming van welke vis dan ook te beoordelen, vindt Drijver. MSC heeft betrekking op de vangstmethode. Die moet goed zijn. „Wat een regering vervolgens doet met die vis, daar blijft MSC buiten.”

Weet je wat pas echt duurzaam is? daagt Pauly uit. „Het idee van Patricia Majluf om een heel land te veranderen.” Deze wetenschapper heeft de autoriteiten in Lima ervan weten te overtuigen dat het veel beter is als de Peruvianen weer hun eigen ansjovis gaan eten. Zij voert daar nu campagne voor. „Met succes. De hoeveelheden zijn nog bescheiden, maar Peruvianen eten weer ansjovis. Er ontstaat zo een interne markt, de verwerking en handel in de vis levert werkgelegenheid en deviezen op. Per saldo krijgt Peru zo per ton ansjovis duizend keer zoveel als de vee- of visvoerindustrie geeft.”

Maar stel dat MSC inderdaad tekortschiet, is het dan aan de overheid om in te grijpen? Die wist eerder de tabaksindustrie op de knieën te krijgen, dat moet dan toch ook lukken met de visserij? „Dat is natuurlijk het echte mysterie van de overbevissing”, zegt Pauly. Hij trekt een parallel met de mijnindustrie. Ook stoere mannen, ook zwaar werk. „Maar toen in Engeland en Frankrijk de mijnen sloten, is het verzet met harde hand gebroken. Als vissers echter een haven blokkeren of geweld gebruiken, schrikken politici altijd terug en komen er weer subsidies.” Terwijl het economisch belang van visserij nihil is. Drijver: „In Nederland is de bijdrage aan het nationaal product te vergelijken met die van de champignonteelt.” Pauly: „In Frankrijk met die van de tomatenteelt.”

Misschien is het wel het romantisch imago van de visserij waarvoor politici bezwijken, suggereert Pauly. „En die geloven het gewoon niet dat kleine veranderingen in zee tot grote gevolgen kunnen leiden” Een visje meer of minder; er blijft toch genoeg over? Drijver: „Politici denken: milieuorganisaties overdrijven.”

Maar in de grond van hun hart zijn politici vooral bang, vermoedt Pauly. Ze zijn bang voor geweld van vissers. En, onderstreept Drijver: „Duurzaamheid is een zaak van de lange termijn. En politici moeten altijd herkozen worden. Die hebben daar geen tijd voor.”

Lees verder na de advertentie
Carel Drijver, hoofd Oceanen en kusten van het Wereld Natuur Fonds. (Trouw)
Deze makreelvissers in Hastings werken onder het MSC-keurmerk. (Nick Turner, HH) ©  /Hollandse Hoogte
(Trouw)
Daniel Pauly (AFP)

Deel dit artikel