Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Betalen? Maar het is toch voor God?

Home

GERRIT-JAN KLEINJAN EN MONIC SLINGERLAND

Met internetuitzendingen en beamerprojecties schenden kerken massaal het auteursrecht van tekstschrijvers en componisten van het Liedboek.

Hoeveel kost Huub Oosterhuis? Wie tegenwoordig een liturgie voor een kerkdienst samenstelt, hoeft maar even op het internet te zoeken om te stuiten op tal van teksten van de meest populaire Nederlandse liturgische dichter, vaak op muziek gezet. Misschien wel het populairst is zijn 'Licht dat ons aanstoot in de morgen'.

In het nieuwe Liedboek, dat onlangs in de protestantse kerken is ingevoerd, is dit lied nummer 601. Een protestantse gemeente die dit lied in de zondagse dienst wil zingen, kan op allerlei manieren aan de tekst en de muziek komen. Sommige van die manieren zijn illegaal, al weet lang niet iedere gemeente dit.

Zolang iedereen uit een papieren Liedboek zingt, is er niets aan de hand. Pas zodra internet in beeld komt, dreigt het mis te gaan. Wie de tekst in Google intikt, komt vanzelf terecht bij tientallen websites waarop de tekst te vinden is. Van allerlei pagina's van kerken, predikanten en zelfs sites met tips voor een uitvaartviering, is de tekst van het lied te halen. Helemaal handig is YouTube: daar heeft iemand een filmpje in elkaar geknutseld waarbij de koorzang klinkt, terwijl in beeld de tekst plus bladmuziek verschijnt. Conclusie: het werk van Oosterhuis is gratis te krijgen.

Althans, dat is hoe veel kerkelijke gemeenten tot op de dag van vandaag denken, is de ervaring van Coen Verboom van uitgeverij Kok uit Utrecht. De uitgever van het liturgische werk van Oosterhuis ziet met lede ogen aan hoe het werk van de immens populaire dichter overal op internet opduikt en in de vorm van downloads of andere kopieën naar buiten gebracht wordt, vaak zonder toestemming en zonder vergoeding.

Toch gaat Verboom meestal niet op jacht naar de overtreders. "Vaak gebeurt het uit onkunde. Je kunt niet bovenop alle gevallen springen", zegt hij. Alleen in uitzonderingsgevallen komt de uitgever in actie. "Soms is er een dominee die rondmailt dat bij hem alles gratis te krijgen is. Dat gaat overduidelijk te ver."

Rekening sturen
Voor het plaatsen van liederen op internet hebben kerkelijke gemeenten toestemming nodig van de auteur. Maar de meeste gemeenten hebben daar geen flauw benul van, ondervond kerkmusicus Jan Marten de Vries. Van hem staan vier liederen in het nieuwe Liedboek. Hij krijgt weliswaar een vergoeding van de uitgever van het Liedboek voor het feit dat zijn liederen erin staan, maar hij ziet geen cent wanneer dezelfde werken op een website verschijnen, of via de kerkradio uitgezonden worden naar thuisblijvende gemeenteleden. Onlangs besloot De Vries een voorbeeld te stellen: hij stuurde een rekening naar kerkelijke gemeenten die zijn werk openbaar op het web hadden gezet. Hij stuitte op een muur van onbegrip. "De reactie van de gemeenten is dan: 'Betalen? Maar het is toch voor God?'"

Zingen uit het Liedboek leek altijd gratis. Een paar papieren boekjes, een kopieerapparaat en een beamer, dan was je er wel. De kwestie dat er voor kerkmuziek betaald moet worden, net als voor 'gewone' muziek, is plotseling actueel geworden voor veel kerken. De invoering van het nieuwe Liedboek vorig jaar heeft nogal wat illegaal gebruik van kerkliederen aan het licht gebracht. Al gebeurt dat vaak zonder opzet.

Wat mag er dan wél? Wie op legale wijze liederen uit het nieuwe Liedboek tijdens een kerkdienst wil projecteren of ze wil opnemen in een liturgieboekje, moet daarvoor een digitaal abonnement afsluiten. Tekst en bladmuziek van de liederen kunnen dan van een website worden gedownload. Een abonnement is beperkt: iedere wijkgemeente moet er een afsluiten, samen delen mag niet.

Veel gemeenten vinden de prijs voor het digitale Liedboek te hoog: die kan oplopen tot bijna duizend euro per jaar voor een kerk met meer dan 500 gemeenteleden. Wie, zoals veel kerken, tussen de 300 en 349 bezoekers heeft in een dienst, betaalt per jaar 750 euro. De uitgever zegt dit bedrag nodig te hebben voor ontwikkeling en onderhoud van de software, voor een heldpdesk én voor de afdracht van auteursrechten. Gemeenten zijn verbaasd dat ze nog eens extra moeten betalen als ze een lied op hun website zetten.

Klein liedje
De protestantse gemeente van het Zuid-Hollandse Hazerswoude ontving een nota van 160 euro van kerkmusicus Jan Marten de Vries. De gemeente was onaangenaam verrast. "Het was maar een klein liedje dat we van hem gezongen hebben", zegt scriba (secretaris) van de kerkenraad Jan Luuk van Dijk. Maar dat liedje was wel op de website geplaatst en uitgezonden via de kerkomroep. "Wij hadden geen idee dat we hiervoor auteursrechten moesten betalen. Het is bij het oude Liedboek nooit voorgekomen dat we een rekening kregen", zegt hij.

Van Dijk stelde de kwestie aan de orde op een vergadering van de classis, de regionale kerkvergadering. "Niemand wist ervan." Dat musicus De Vries een rekening stuurde, vindt de scriba achteraf wel terecht. Zijn verwijt geldt de Protestantse Kerk in Nederland, die in zijn ogen onduidelijk is geweest over de rechtenkwestie.

Nico de Waal van Boekencentrum, een van de uitgevers van het nieuwe Liedboek, weet best dat ook van de vorige editie van het Liedboek volop illegale kopieën zijn gemaakt. "Dat is zo oud als de zonde." Dat de kwestie juist nu actueel is, heeft er volgens hem mee te maken dat de auteursrechten van het nieuwe Liedboek duidelijker geregeld zijn. Een ervaring waaraan gemeenten blijkbaar moeten wennen, beaamt hij. Dat een kerkmusicus als Jan Marten de Vries zijn rechten doet gelden, vindt De Waal terecht. "Hij heeft het recht om dit te doen. Maar het is voor individuele personen ondoenlijk om dit te doen. Je hebt er bijna een dagtaak aan. Dan kun je je afvragen wat het oplevert."

De Waal kent geen andere individuele musici die zo grondig speuren naar illegaal gebruik van hun werk. Dat gemeenten niet weten dat er een prijskaartje hangt aan het naar buiten brengen van liederen, zou volgens De Waal niet nodig hoeven te zijn. "De protestantse kerk heeft een brochure hierover op de website gezet."

Buma
Maar volgens musicus Jan Marten de Vries volstaat zo'n brochure niet om gemeenten erop te wijzen dat ze geen liederen op de beamer of de website mogen zetten of via zelfgemaakte liturgieboekjes verspreiden, zonder daarvoor een vergoeding te betalen aan de makers van het lied. In de bewuste brochure staat dat uitsluitend het zingen uit een liedboek tijdens een kerkdienst gratis is. Daarvoor heeft de protestantse kerk met auteursrechtenorganisatie Buma een regeling getroffen. Jaarlijks betaalt de kerk uit de landelijke kas een bedrag waarmee voor alle plaatselijke gemeenten de uitvoeringsrechten zijn afgekocht. Maar al het andere kost geld: van het projecteren met de beamer tot het afdrukken in de liturgie.

Coen Verboom van uitgeverij Kok pleitte vorig jaar in deze krant voor een speciale organisatie die bemiddelt tussen de uitgevers en kerken. Wie helemaal volgens de regels wil werken, zo is zijn ervaring, ziet door de bomen het bos niet meer. Toch is voor zijn plan, zo laat hij nu weten, nog geen enkele concrete stap genomen. "Je moet dat echt landelijk oppakken. Als uitgever alleen is dat niet te doen. De vraag is dan: is het nog praktisch uitvoerbaar?"

De gemeente Hazerswoude heeft inmiddels alle muziek van de website gehaald. Een digitaal abonnement hebben ze niet. Te duur, vinden ze. En de liederen van Jan Marten de Vries, die kiezen ze voorlopig even niet uit.

De Vries zelf heeft een licentiesysteem bedacht. Voor 20 euro per jaar mag een gemeente vrijelijk uit zijn oeuvre putten, en ook op internet publiceren.

De Kloosterkerk in Den Haag heeft een filmpje op YouTube gezet met de tekst en muziek van lied 601 uit het nieuwe Liedboek. Dat mag niet.

Deel dit artikel