Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Bestrijding extreem-rechts faalde jaren

Home

Antoine Verbij en Berlijn

Leden van de extreem-rechtse partij NPD bij een herdenking van Duitse krijgsgevangenen in de Tweede Wereldoorlog. ©REUTERS

Neem Chemnitz. Rechercheurs van de Thüringse politie hadden in 1999 ontdekt dat het ondergedoken drietal Uwe Böhnhardt, Uwe Mundlos en Beate Z. - gezocht vanwege bezit van wapens, explosieven en neonazistische propaganda - zich in de Saksische stad ophielden. Ze wilden toeslaan, maar de Saksische politie gaf geen toestemming.

Hadden ze die toen opgepakt, dan zou dat tien mensenlevens hebben gescheeld. Vanaf 2001 tot 2007 vermoordde het drietal negen allochtone middenstanders en een politie-agente. Daarnaast pleegden ze minstens veertien bankovervallen. Door de falende samenwerking tussen de politiediensten van Thüringen en Saksen kon het trio zijn gang gaan.

Het is een van de vele voorbeelden van hoe politie en geheime diensten de afgelopen dertien jaar faalden bij het opsporen van de verdachten en hun helpers. De leiders van de betrokken diensten geven nu toe dat er fouten zijn gemaakt. Wat ze niet toegeven is dat de diensten systematisch het probleem van het rechts-extremisme hebben verwaarloosd.

Toch stapelen de aanwijzingen er zich op. In de jaarverslagen van de inlichtingendiensten duikt telkens weer de formulering op dat er van "rechts-extreme structuren" geen sprake is en dat het slechts gaat om afzonderlijke en niet om systematische misdrijven met een rechts-extreme achtergrond.

Wijd vertakt
De afgelopen twee weken hebben experts en onderzoeksjournalisten echter aangetoond dat rechts-extreme groepen een wijd vertakt en goed functionerend netwerk vormen. Ook ex-neonazi's en ex-medewerkers van de geheime diensten bevestigden dat. De netwerken reiken van kleine cellen tot diep in de nationalistische partij NPD.

Wat vooral verbijstert, is dat de inlichtingendiensten over talloze informanten in rechts-extreme kringen beschikken. In de NPD zijn het er zelfs bijna honderd, van wie sommigen in de directe nabijheid van de partijtop. Toch leidde de informatie die zij leverden niet tot het beeld van 'criminele verenigingen' die moeten worden vervolgd.

Volgens een voormalig medewerker van de geheime dienst kwam het nogal eens voor dat collega's die contacten met informanten onderhielden zelf rechts-extreem gedachtegoed koesterden. Daardoor vloeide er niet alleen informatie uit het rechts-extreme milieu naar de politie maar ook omgekeerd.

Burgerlijke midden
De leiding van de NPD ontkent overigens hardnekkig met rechts-extreme geweldsmisdrijven te maken te hebben. De partij probeert de laatste tijd een schoon imago op te bouwen, teneinde ook kiezers uit het burgerlijke midden te trekken. Maar tal van partijfunctionarissen blijken nauwe banden met gewelddadige groepen te onderhouden.

De Federale Hoofdaanklager, die het onderzoek naar de drie terroristen van de regionale recherchediensten heeft overgenomen, richt het vizier momenteel op twee NPD-leden die het drietal bij het onderduiken zouden hebben geholpen. In totaal worden nu negen mensen ervan verdacht de terroristen hand- en spandiensten te hebben verleend.

Twee van hen zijn gearresteerd. Een van hen, André E., zou de terroristen onder meer hebben geholpen met het maken van het filmpje waarin ze triomfantelijk bekennen de tien moorden en de aanslag met een spijkerbom in een Keulse migrantenwijk te hebben gepleegd. De andere arrestant, Holger G., verschafte het drietal auto's en valse papieren.

Holger G. was al eerder in beeld gekomen. Thüringse agenten zaten in 1999 achter hem aan in de hoop dat hij hen naar de drie gezochte extremisten zou leiden. Ze volgden hem drie dagen lang in Nedersaksen. Maar de Nedersaksische politie vond de man te ongevaarlijk om te arresteren. Het dossier ging dicht.

Parlement verbijsterd
De parlementaire commissie voor binnenlandse veiligheid heeft al enkele spoedvergaderingen met de geheime diensten en de federale politie belegd. Wat daarover naar buiten komt, is verbijsterend. Op herhaalde navraag van enkele parlementariërs bleken de opsporingsdiensten niet in staat om aan te geven naar hoeveel rechts-extremisten ze momenteel nog zoeken. Het gebrek aan coördinatie tussen de diensten blijkt hemeltergend te zijn. De voorzitter van de commissie, de CDU'er Wolfgang Bosbach, meldde de pers "dat ik in mijn lange loopbaan nog nooit zo'n opeenstapeling van miskleunen heb meegemaakt". De SPD-specialist voor binnenlandse veiligheid Dieter Wiefelspütz eist al het aftreden van minister Hans-Peter Friedrich.

Deel dit artikel