Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Bestaat kritiek pas als de kunst haar kritiseert?

Home

CEES STRAUS

Geel van jaloezie en tegelijkertijd plaatsvervangend gestreeld word je als kunstrecensent bij het zien van de voorstelling 'Liefhebber' door Toneelgroep Amsterdam.

Niet vanwege dat intrigerende beeld, waarin de hoofdrolspeler zijn tirade uitspreekt, zonder zich bewust te zijn van het feit dat er pal naast hem een copulatie-scene wordt bedreven, maar vanwege de intentie die achter het stuk steekt. Eindelijk neemt de toneelschrijver hier wraak op de vele critici die hij vanwege hun opvattingen niet kan uitstaan. Hij schrijft er een stuk over, waarin van de toneelkritiek geen spaan overblijft en daar mag je als toneelcriticus vervolgens weer een beschouwing aan wijden! In Nederland staat de toneelkritiek op een zodanig niveau dat toneelschrijvers en -makers haar serieus nemen. Zo serieus, dat ze er door geprikkeld worden - of dat nu positief of negatief is doet in dit verband weinig terzake - en er zelfs een (kort) toneelstuk over willen maken.

Waaraan ligt het, dat beeldende kunstenaars zich nooit uitlaten over wat kunstcritici te debiteren hebben? Komt dat omdat, zoals museumdirecteuren nog wel eens zeggen, de kunstkritiek op een laag pitje staat in dit land, waar zich sinds de Cobra-beweging geen belangrijke ontwikkelingen meer hebben voorgedaan?

Kunstenaars interesseren zich genenmale, zo blijkt elke keer weer, voor kritiek op hun werk. Misschien wel voor kritiek op hun collega-kunstenaars, want ik ken heel wat kunstenaars die op het toilet of in hun atelier de laatste beschouwing ophangen over het kunstbedrijf zoals Anna Tilroe dat beschrijft. Zo gauw het echter over hun eigen werk gaat, hullen ze zich in diepste stilte.

Mede daarom is er in dit land geen discussie over de waarde van de kunstkritiek. Die speelt op geen enkel niveau een rol van belang. Beter nog gezegd, die bestaat gewoon niet, ook al staan sommige bladen er helemaal vol mee.

De enige schilder die ooit met zijn werk op kunstkritiek heeft gereageerd, is Rob Scholte. Hij maakte een schilderij naar aanleiding van een artikel in NRCHandelsblad over een eerder door hem gemaakt schilderij. In dat werk had hij een ander beroemd schilderij gepersifleerd door het in een gewijzigde context nogmaals te schilderen. Het nieuwe schilderij waarmee Scholte op het krante-artikel reageerde, was een pastiche in het kwadraat. Scholte schilderde het artikel namelijk precies na, inclusief de foto van het eerste schilderij en met de bijbehorende tekst, de complete opmaak en zelfs de zelfde lettersoort waarin het was gedrukt.

Rob Scholte is er de schilder niet naar om echte kritiek te hebben op de kunstkritiek, hij gebruikt haar gewoon en dat naar hartelust, zoals men een hoer bezoekt en vraagt haar identiteit uit te leveren om er van te genieten. Alles wat ik tegenkom en wat bruikbaar is voor een nieuw schilderij, kan ik gebruiken, denkt hij, en schildert dan ook een kitscherig prentje met vies mannetje Terpen Tijn tegen het decor van het Venetiaanse Dogenpaleis; of hij haalt uit een boek een historisch prentje van een aap die een penseel op het linnen neerdrukt, omdat een aap net als de eerste de beste prutser kan schilderen.

Bij Scholte is de kritiek altijd verpakt in de vorm die hij kiest, minder dan in de inhoud. Juist daarom was het zo aardig dat hij de criticus van NRC-Handelsblad letterlijk ging plagieren; de kritiek ging immers over het vermeende plagiaat bij Scholte zelf. Iedereen kan nu zeggen dat Scholte plagiaat pleegt, zelfs dat hij zijn eigen plagiaat weer gaat plagieren.

Nee, ik blijf jaloers op Peter Liefhebber, de toneelrecensent van de gezond-verstand-krant, die behalve in zijn eigen toneelkritieken in zijn eigen krant zal voortleven in de titel van een toneelstuk. En wat vond Liefhebber van het stuk Liefhebber? Tot het moment dat deze zinnen zijn geschreven, heeft hij zich over de produktie van Toneelgroep Amsterdam nog niet uitgelaten. Zou hij beschroomd zijn zich te laten kennen door er over te schrijven? Nee, het zal toeval zijn, denkt hij waarschijnlijk, dat het stuk net zo heet als mijn achternaam. Tenslotte gaat het ook om een algemeen begrip en daar hoef ik niet op te reageren, zou zijn conclusie kunnen luiden. Maar het blijft intrigeren, die opvatting van een aangesproken toneelcriticus.

Deel dit artikel