Bersiapkampen boden schuilplaats in de chaos

home

Mary C. van Delden en promoveerde in 2007 op de Republikeinse kampen in Nederlands-Indië (1945-1947)

Met vrachtwagens woden gevangen soldaten van de Tentara Nasional Indonesia (TNI), geevacueerd. TNI werd gevormd door het samengaan van het Republikeinse leger en de Pemoeda's per 3 juni 1947. Op Java beschikte ze over 110.000 en op Sumatra over 64.000 man. © ANP
Opinie

Vandaag wordt de Japanse bezetting van Nederlands-Indië herdacht, die op 15 augustus 1945 eindigde. Kort na de capitulatie van Japan riep Soekarno de Indonesische onafhankelijkheid uit, het begin van een chaotische periode in de toenmalige Nederlandse kolonie, beter bekend als 'Bersiap'. Voorzitter Herman Bussemaker van het Indisch Platform schreef op 26 juli hierover in Trouw.

Het is treurig dat Bussemaker poogt een aantal aspecten van deze dekolonisatie-periode naar zijn hand te zetten. De Nederlandse troepen die vanaf 1 december 1946 in Indië arriveerden, hadden niet de taak om de 300.000 Nederlandse burgers tegen de Indonesische volkswoede te beschermen. Dat hadden de Britten én de Indonesiërs al gedaan in de laatste gewelddadige maanden van 1945, na de Japanse capitulatie. De Britten door het vestigen van vijf bruggenhoofden en door gevechten in Surabaja, Buitenzorg, Bandung en de corridor Magelang - Ambarawa - Semarang. De Indonesiërs door van 11 tot 19 oktober 1945 eerst de (In-do-)Europese mannen en oudere jongens in Republikeins gebied te interneren in beschermingskampen en niet veel later de vrouwen en kinderen. Zo werden de Nederlanders onbereikbaar voor groepen fanatieke Indonesiërs. Soekarno wilde steun van Amerika en Engeland en kon zich geen moord en doodslag in de nieuwe republiek permitteren.

Buiten de Nederlanders om
De evacuatie van de geïnterneerden naar de bruggenhoofden Batavia en Semarang en de afvoer van het Japanse leger werden door de Britten geregeld, samen met het jonge Indonesische leger. Het overleg hierover begon al medio december 1945 op initiatief van de Britten, achter de rug van Nederlandse bewindslieden om. De Britten wilden geen voet in Republikeins gebied zetten, terwijl zich juist daar het Japanse leger en de interneringskampen bevonden. In die kampen zaten ook zo'n 4500 blanken uit Japanse gevangenschap, voor wie de Britten verantwoordelijk waren. Bij het Brits-Indonesisch overleg werd overeengekomen dat ook alle geïnterneerde Indo-Europeanen die de kampen wilde verlaten, geëvacueerd zouden worden. Het speciaal daartoe opgerichte Indonesische legeronderdeel POPDA voerde de evacuatie uit, met alle aandacht voor de veiligheid van de geïnterneerden. Met deze operatie wilden de Republikeinen aantonen dat zij niet die ongeorganiseerde extremisten waren, waarvoor de Nederlanders hen voortdurend uitmaakten.

Tussen het eerste evacuatietransport op 22 januari 1946 en het laatste op 30 mei 1947 evacueerde de POPDA onder gewapend escorte circa 37.000 geïnterneerden per trein - en met Britse hulp - per Dakota naar Batavia en Semarang. Bij deze evacuaties was geen enkele Nederlandse militair betrokken.

Geen bewijs
Bussemaker heeft het over ruim 50.000 Nederlandse geïnterneerden, van wie duizenden kinderen en ouderen door ondervoeding in de kampen stierven. Het Nederlands-Indische Rode Kruis telde circa 46.000 personen in de bersiapkampen. Daarvan zijn er dus 37.000 geëvacueerd. Uit archiefmateriaal valt op te maken dat er zo'n 9000 geïnterneerden niet wilden evacueren. Zij kozen voor het Indonesische staatsburgerschap. Waar komen dan die 'duizenden verhongerden' vandaan? In de archieven is geen enkel bewijs voor hun bestaan te vinden. Volgens vijf Zwitserse gedelegeerden van het Internationale Rode Kruis die in 128 bezoeken 89 kampen controleerden, was de gezondheidstoestand gemiddeld niet slecht en het sterftecijfer vergeleken met de hoge mortaliteit in de Japanse kampen laag. Nederlandse bezoekers kwamen evenmin met alarmerende berichten.

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie