Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Beperken van opwarming is niet kostbaar

Home

Joep Engels

Werkgroepvoorzitter Pachauri (rechts) en medevoorzitter Edenhofer met het stuk voor de beleidsmakers. © reuters

Het is nog niet te laat om de opwarming van de aarde een halt toe te roepen, maar de tijd dringt. Alleen met drastische maatregelen kan het lukken de stijging van de wereldtemperatuur te beperken tot een relatief veilige twee graden Celsius. Dan moet de mondiale uitstoot van broeikasgassen in 2030 zijn teruggebracht tot het niveau van 2010, en daarna verder dalen tot nul in 2100. Bij die aanpak zijn de kosten te dragen - ze bedragen slechts een fractie van de economische groei.

De plaat die het IPCC, het klimaatbureau van de VN, gisteren in Berlijn opzette, is inmiddels grijs gedraaid, maar de wereld is dan ook in dezelfde groef blijven hangen. Sterker nog, in de afgelopen tien jaar steeg de uitstoot van broeikasgassen als nooit tevoren. De helft van de CO2 die sinds de Industriële Revolutie door de mens aan de atmosfeer is toegevoegd, dateert van na 1975.

Eigenlijk is dat goed nieuws, zegt Reyer Gerlagh, hoogleraar milieueconomie aan de Universiteit van Tilburg en één van de hoofdauteurs van het IPCC-rapport.

"Die groei van de uitstoot is het directe gevolg van de bevolkingsgroei en met name de economische groei. Oftewel, de stijging van de uitstoot weerspiegelt het feit dat heel veel mensen uit de armoe zijn bevrijd. Alleen: het rapport laat zien dat het verband tussen economische groei en CO2-uitstoot robuust is. Het is een mammoettanker waarvan we blij zijn dat die op snelheid vaart, maar waarvan we toch de steven moeten wenden."

0,06 procent minder groei
Bij ongewijzigd beleid stevent de wereld af op een opwarming van 4 à 5 graden in 2100, stelt het rapport. Er zijn vergaande maatregelen nodig, waarbij de hele wereld en alle sectoren - industrie, landbouw of transport - meedoen. En waarbij alle beschikbare middelen worden ingezet: energiebesparing, duurzame bronnen, herbebossing en ondergrondse opslag van CO2.

Dat hoeft niet veel te kosten. Drie tot tien procent van de economische groei in 2100. Dat komt neer op 0,06 procent minder groei per jaar. Gerlagh: "Normaal is die groei jaarlijks 1,6 à 3 procent. Dat wordt dan bij een streng klimaatbeleid 1,54 à 2,94 procent. Dat is een verschil dat in de jaarlijkse schommelingen niet eens opvalt."

Vorm van klimaatbeleid
Maar de rekening wordt niet gelijkelijk verdeeld. Er zullen altijd winnaars en verliezers zijn, bedrijven en landen die baat hebben bij de status quo, en partijen die verandering nastreven maar nu nog te weinig macht hebben om te laten zien hoe dat uitpakt.

Daarom is de vorm waarin het klimaatbeleid wordt gegoten van groot belang, zegt Gerlagh. "Dat moet voorspelbaar zijn. Bedrijven moeten voor hun investeringen weten waar ze over een jaar of tien aan toe zijn. Als de prijs van CO2 boven de 30 euro per ton uitkomt, wordt windenergie rendabel. Ook zonder subsidies."

Het IPCC noemt in zijn rapport twee instrumenten die werken: beprijs de uitstoot van CO2 en schaf alle subsidies op brandstoffen af. "Ook die op fossiele brandstoffen. Wordt nog overal in de wereld gedaan, om de armen te beschermen. Maar, zegt het rapport, ook zij zijn zonder subsidie beter af."

Lees verder na de advertentie
Bij ongewijzigd beleid stevent de wereld af op een opwarming van 4 à 5 graden in 2100

© Trouw | Bron: IPCC

Eerst boosheid, daarna begrip voor opkomende economieën
Het was een bittere pil, die hij na een week onderhandelen moest slikken. Er lag een dik wetenschappelijk rapport - 2000 pagina's, 235 auteurs - en een concept voor de zogeheten samenvatting voor beleidsmakers. Maar bijna alle passages uit 'zijn' hoofdstuk werden uiteindelijk uit dat concept geschrapt. Die passages lieten zien dat het klimaatprobleem in 1990 een zaak was van de ontwikkelde landen - EU, VS, Japan, Australië en de voormalige Sovjetunie - maar dat na 2000 de bakens zijn verzet en opkomende economieën zoals China, India en Brazilië een grotere rol in de CO-uitstoot kregen.

Deze landen wilden niet dat dit zo duidelijk in de samenvatting werd opgenomen, zegt Reyer Gerlagh. "Ik was daar eerst boos om. Maar zaterdag ben ik, na afloop van de besprekingen, met de delegaties uit die landen gaan praten. En nu begrijp ik ze wel."

Het punt dat deze landen maken, is dat de rijke landen eerst maar eens in actie moeten komen. "Twintig jaar geleden is een lijst opgesteld van landen die het zich konden permitteren klimaatmaatregelen te nemen. De zogeheten Annex-1 landen. Vervolgens hebben die zo goed als niets gedaan. Alleen de Europese Unie een beetje. En dan is nu de boodschap: we moeten met zijn allen de schouders eronder zetten. Logisch dat die opkomende economieën zeggen: Laten jullie eerst maar eens wat zien. Laat maar zien dat het jullie menens is."

Dat is misschien wat gechargeerd, voegt hij eraan toe. "Ze willen wel klimaatmaatregelen treffen, maar ze willen niet dat de rijke landen hun de wet voorschrijven. En dat vind ik een redelijk valide argument. Ze willen die passages niet in deze samenvatting hebben, omdat ze bang zijn dat het rapport bij de komende onderhandelingen tegen hen wordt gebruikt. Dus: als die Annex-1 landen het klimaatprobleem serieus nemen, doen ze er goed aan nu af te spreken dat ze meer dan proportioneel hun best gaan doen."

Twintig jaar geleden is een lijst opgesteld van landen die het zich konden permitteren kli­maat­maat­re­ge­len te nemen. De zogeheten Annex-1 landen. Vervolgens hebben die zo goed als niets gedaan

© Trouw | Bron: IPCC

Deel dit artikel

Bij ongewijzigd beleid stevent de wereld af op een opwarming van 4 à 5 graden in 2100

Twintig jaar geleden is een lijst opgesteld van landen die het zich konden permitteren kli­maat­maat­re­ge­len te nemen. De zogeheten Annex-1 landen. Vervolgens hebben die zo goed als niets gedaan