Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ben Bot: Over het verleden heenkijken

Home

Edo Sturm

Met zijn spijtbetuiging voor de politionele acties en erkenning van de onafhankelijkheidsdag van Indonesië heeft minister Ben Bot oud zeer tussen Nederland en het eilandenrijk weggepoetst. Als ’kind van Indië’ betekende dit voor hem een persoonlijke bevrijding van een pijnlijk verleden.

Nederland stond aan de verkeerde kant van de geschiedenis, vertelde minister van buitenlandse zaken Ben Bot (67) afgelopen maandag de veteranen in het Haagse Congresgebouw en twee dagen later de Indonesische gastheren. Een uiterst wrange positie voor een land dat zich toch lang heeft gezien als gidsland in het labyrint van de (internationale) ethiek.

Die erkenning van een prominente politicus van christen-democratischen huize kwam uit de mond van Ben Bot geloofwaardig over. Bot was kind van een bestuursambtenaar in Nederlands-Indië, één van de uitvoerders van het naoorlogse beleid van Nederland in het Aziatische gebiedsdeel. Dus stond ook het gezin Bot aan de verkeerde kant van de geschiedenis.

Met zijn spijtbetuiging nam hij in moreel opzicht afstand van het handelen van zijn vader, Theo Bot, die net als hij een glanzende carrière had. Eerst als topambtenaar in de Gordel van Smaragd en vervolgens als Indië-adviseur in het moederland, later als minister in drie kabinetten en vervolgens als topdiplomaat. ,,Ik sta hier ook, net als velen van u, als een kind van Indië. Net als bij u roept deze herdenking bij mij gevoelens en emoties op, komen op deze dag zowel positieve als negatieve herinneringen boven aan Indonesië.” Toen Bot deze woorden maandag uitsprak zal hij ongetwijfeld ook aan zijn vader hebben gedacht.

Of hij krap twee maanden geleden, bij de herdenking van de val van de enclave Srebrenica, het gevoel had aan de verkeerde kant van de geschiedenis te staan, weten we niet. Maar vele Bosniërs, speciaal de vluchtelingen en nabestaanden uit Srebrenica, nog afgezien van een grote groep Nederlanders, vinden van wel. Zij achten Nederland medeschuldig of in ieder geval medeverantwoordelijk voor de vernietiging van de ’veilige haven’ en de moord op 7000 moslim-mannen.

Toch dacht Bot met zijn kampverleden een brug te kunnen slaan naar de moeders die hun echtgenoten en zonen na 11 juli 1995 nooit meer terug zagen. Het scheiden van de mannen en vrouwen, terreur van de bewakers, angst en honger; Bot maakte het allemaal mee als kind in het Jappenkamp Tjideng nabij het vroegere Batavia, waar hij met zijn moeder vier jaar probeerde te overleven. Zijn vader werd als krijgsgevangene weggevoerd en werkte als dwangarbeider aan de Burma-spoorweg.

Als het delen van gevoelens en herinneringen uitgangspunt was van het gesprek met de Srebrenica- moeders, dat op zijn initiatief in Sarajevo werd gevoerd, dan werd het een grote deceptie voor Bot. Het werd een keihard en grimmig gesprek. Advocaten en vrouwen eisten excuses van Nederland als hoofdverantwoordelijke van het drama, en geld. De minister sprak na afloop van deze zeer pijnlijke ontmoeting van een van de moeilijkste gesprekken in zijn leven. De ervaren diplomaat en minister bleek niet in staat de plooien glad te strijken.

Zijn ’Grand tour’ door zijn jeugdherinneringen begon drie maanden daarvoor, in Japan, een land dat eveneens aan de verkeerde kant van de geschiedenis stond. Vanwege zijn kampjaren onder de Japanse commandant Soni – later ter dood veroordeeld – stond het land bovenaan zijn lijstje. ,,Ik was ongeveer tien jaar toen ik er uit kwam, dus ik heb die jaren heel helder voor de geest”, blikte hij terug, staande op de Hodogaya-begraafplaats bij Yokohama, waar 21 omgekomen Nederlandse militairen begraven liggen. Hij zei toen ook dat voor hetzelfde geld zijn vader daar had kunnen liggen.

In zijn toespraak afgelopen maandag in het Congresgebouw kwam hij er nog op terug. Die atoombommen op Hiroshima en Nagasaki waren verwoestend en afschuwelijk, maar, tekende Bot daarbij aan: ,,Ik weet ook dat de oorlog niet veel langer had moeten duren of wij hadden dat kamp niet overleefd. En mijn vader zou zeker niet zijn teruggekeerd uit Burma en Siam.” Daaruit spreekt een zekere vergoelijking van het werpen van de atoombommen.

Hij moest zijn vader opnieuw leren kennen toen die uit gevangenschap terugkeerde. Zelf was Bot praktisch analfabeet toen hij uit het kamp kwam en moest zijn grootvader, een onderwijzer, hem weer alles leren. Toch heeft hij onder deze nare jeugdherinneringen een streep gezet. ,,Het was een vervelende periode, maar daar moet je op een gegeven moment overheen kunnen stappen. Het is heel belangrijk om er persoonlijk een punt achter te kunnen zetten, ook als voorbeeld voor anderen. Ik wil vooruit kijken.”

Je kunt wel blijven omzien in wrok, het helpt je niet verder, dat typeert de mens Bot. Vanuit dit gezichtspunt kon hij afgelopen woensdag in Jakarta de onafhankelijkheidsviering bijwonen, in Srebrenica de val van de enclave herdenken en naar Japan afreizen. Tegelijkertijd betreurt hij wel dat Japan in de nieuwste geschiedenisboeken geen klare wijn schenkt over zijn rol in de Tweede Wereldoorlog. Maar in Irak werkten troepen van Japan en Nederland weer samen. ,,Dat zijn stappen vooruit”, vond de minister.

Het zijn stappen die worden gezet door een minister met groot gezag, binnen en buiten het kabinet. Bot suste ruzies met Berlijn en Moskou, zorgde voor een verlenging van het verblijf van Nederlandse troepen in Irak en werd geprezen voor zijn leidende rol toen Nederland voorzitter van de EU was. Hij voorzag ruim een jaar geleden al dat het referendum over de Europese Grondwet verkeerd kon aflopen. Hij sprak toen, in een rede voor de Berlijnse Humboldt-universiteit, over het onbehagen onder de kiezers over de steeds groter worden Unie, toenemende invloed van Brussel en het verlies aan nationale identiteit.

Bot wordt ook als mens gewaardeerd vanwege zijn fatsoen, kennis van zaken, zijn loyaliteit en zijn charmante persoonlijkheid. Aan zijn diplomatieke carrière, die hij in januari 2003 beëindigde na een tienjarig verblijf als permanente vertegenwoordiger bij de EU in Brussel, zit een schaduwzijde. Aan het eind, in 2002, overleed zijn vrouw.

Binnenkort verschijnt op verzoek van de Tweede Kamer het onderzoek van professor Drooglever over de overdracht van Papoea –het vroegere Nederlands Nieuw Guinea– aan Indonesië. Gevreesd wordt dat dit rapport over de gedwongen aansluiting bij Indonesië de relaties onder druk kan zettten. Ook hier zit een persoonlijk element in voor Bot. Zijn vader was begin jaren zestig als staatssecretaris Nieuw-Guinea nauw betrokken bij de overdracht, die door papoea’s immer als verraad is gezien.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel