Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Beleggers malen niet om mensenrechten

Home

ESTHER BIJLO en REDACTIE ECONOMIE

Richtlijnen voor investeringen in bezette Palestijnse gebieden onderschreven én genegeerd

Veel Nederlandse pensioenfondsen, verzekeraars en banken negeren de internationale richtlijnen over mensenrechten in de bezette Palestijnse gebieden. Op papier onderschrijven ze die wel. Maar in de praktijk doen ze er weinig mee en stellen hun beleggingen daar niet ter discussie.

Dat is de conclusie van een onderzoek naar de activiteiten van Nederlandse beleggers en banken in de Gaza-strook en de Westelijke Jordaanoever. "Verbazingwekkend", vindt Giuseppe van der Helm, directeur van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) die het onderzoek uitvoerde. "De internationale richtlijnen van de Oeso voor beleggen zijn aangescherpt. Bedrijven kunnen tegenwoordig een zaak aan hun broek krijgen als activiteiten in strijd zijn met de mensenrechten. Beleggers moeten dus op zijn minst hun afwegingen duidelijk maken. Maar ze lopen er met een grote boog omheen."

De Nederlandse pensioenbelegger PGGM besloot vorige maand wel om kapitaal uit vijf Israëlische banken terug te trekken. PGGM deed dat omdat die banken betrokken zijn bij de financiering van de nederzettingen in de bezette gebieden. Die zijn illegaal verklaard door het Internationaal Gerechtshof. Even daarvoor stopten waterbedrijf Vitens en ingenieursbureau DHV met hun activiteiten in de bezette gebieden.

De besluiten van Nederlandse bedrijven en investeerders veroorzaakten internationale opschudding. Israël vreest dat er een sluipende boycot van het hele land in de maak is en riep de Nederlandse ambassadeur op het matje. Vandaag is er in de Tweede Kamer overleg over het bezoek begin december van minister Timmermans van buitenlandse zaken aan Israël. Die reis werd gedomineerd door de perikelen met Nederlandse bedrijven.

Een aanzienlijk deel van de Nederlandse beleggers doet zaken met bedrijven die ook actief zijn in de bezette gebieden, blijkt uit het onderzoek van VBDO. De vereniging stuurde vorig najaar negentig grote pensioenfondsen, banken en verzekeraars een vragenlijst, 29 kwamen er ingevuld terug. Bijna de helft van de beleggers heeft belangen in bedrijven als Veolia, G4S en Heidelberg Cement die ook in de bezette gebieden werken. Slechts 14 procent van de ondervraagden heeft zo'n onderneming uitgesloten ofwel op de zwarte lijst staan. "Dat is weinig", vindt Van der Helm. "Het werkelijke percentage zal nog lager liggen."

Uitsluiting is geen doel op zich, vindt Van der Helm, beleggers kunnen ook in gesprek gaan met bedrijven om het beleid te veranderen. Maar PGGM laat volgens hem zien dat een besluit om geld terug te trekken niet politiek hoeft te zijn, maar op objectieve gronden, namelijk uitspraken in het internationale recht, te nemen is.

Pensioenfonds ABP kwam vorige week juist tot de conclusie dat het de beleggingen in Israëlische banken handhaaft, omdat ze volgens het fonds "niet handelen in strijd met internationale wet- en regelgeving". ABP hing dat niet aan de grote klok. "Het ligt politiek te gevoelig", constateert Van der Helm.

Deel dit artikel