Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Belastinginspecteur liet Procter & Gamble 676 miljoen dollar doorsluizen

Home

Jan Kleinnijenhuis

© ANP/AP/Trouw

De Belastingdienst houdt de afspraken die hij maakt met multinationals het liefst geheim. Maar voor het eerst komt nu een dergelijke Nederlandse ‘ruling’ naar buiten via de zogenoemde Paradise Papers. Trouw legde de ruling uit 2008 voor aan de Belastingdienst die erkent dat die niet voldoet aan de eigen voorwaarden. 

Te lezen valt dat een lokale inspecteur op het Rotterdamse kantoor van de Belastingdienst de Amerikaanse multinational Procter & Gamble persoonlijk toestemming geeft voor het onbelast doorsluizen van 676 miljoen dollar naar belastingparadijs de Kaaimaneilanden.

Lees verder na de advertentie
Of het vaker voorkomt dat lokale inspecteurs op eigen houtje afspraken maken met mul­ti­na­ti­o­nals, weet de fiscus niet

Procter & Gamble (P&G) - bekend van merken als Pampers, Ariël, Oral-B en Gillette - bespaart dankzij de ruling 169 miljoen dollar aan belastingen in Nederland. Dergelijke grote beslissingen moeten inspecteurs voorleggen aan een apart team van rulingspecialisten. De Belastingdienst heeft er geen verklaring voor waarom dat in dit geval niet is gebeurd. Of het vaker voorkomt dat lokale inspecteurs op eigen houtje afspraken maken met multinationals, weet de fiscus evenmin.

Geheime afspraken

De laatste jaren komt er steeds meer kritiek op de rulings. Doordat de afspraken geheim zijn, kan de Tweede Kamer niet controleren wat precies met bedrijven wordt afgesproken. Opeenvolgende staatssecretarissen willen de rulings echter behouden, omdat multinationals daardoor vooraf weten wat ze aan belasting moeten afdragen. Dat zou een belangrijke reden zijn voor multinationals om zich in Nederland te vestigen. Om grip te houden op deze afspraken, zijn ze aan strenge voorwaarden verbonden. Voormalig staatssecretaris Wiebes van financiën stuurde in 2017 ‘voorbeeldrulings’ naar de Tweede Kamer. Die standaard opmaak vereist bijvoorbeeld een omschrijving van de wereldwijde structuur van het bedrijf, een tweede handtekening van een andere inspecteur, het aantal jaren waarvoor die geldig is en een reeks van ontbindende voorwaarden die de ruling nietig maakt als het bedrijf er niet aan voldoet.

"Dit is kwalijk, omdat het rulings opnieuw in een kwaad daglicht stelt"

Jan van de Streek, hoogleraar belastingrecht

Volgens hoogleraar belastingrecht Jan van de Streek van de Universiteit van Amsterdam lijkt de afspraak met P&G ‘in niets op de voorbeeldrulings die recent nog naar de Tweede Kamer zijn gestuurd’. Het gaat om een brief van twee kantjes, afgedrukt op briefpapier van belastingadvieskantoor PricewaterhouseCoopers. Daarin wordt slechts verwezen naar een telefoongesprek dat is gevoerd met de inspecteur, en ontbreken een tweede handtekening, ontbindende voorwaarden en vermelding van de duur van de afspraak.

“Dit is kwalijk, omdat het rulings opnieuw in een kwaad daglicht stelt”, zegt Van de Streek. “Het roept bovendien de vraag op of dit vaker gebeurt, en hoe de Belastingdienst daar zicht op houdt.” De Belastingdienst heeft geen sluitend antwoord op die vragen, maar stelt: “Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. De Belastingdienst vraagt intern continu aandacht voor het borgen van de kwaliteit.”

Openbare uitleg

Volgens Van de Streek gaat de Belastingdienst op nóg een punt de mist in. De fiscus heeft ten minste anderhalf jaar verzuimd om melding te maken van de manier waarop het de wet uitlegt in de afspraak met P&G. De regels omtrent rulings vereisen dat die uitleg van de wet direct openbaar wordt gemaakt. De ruling van P&G stamt uit begin 2008, en pas in het najaar van 2009 wordt die uitleg wereldkundig gemaakt, nota bene via antwoorden op Kamervragen.

“De Belastingdienst is bevoegd om uitleg te geven aan de wet”, zegt Van de Streek. “Maar als die uitleg niet bekend is, belet je andere bedrijven ervan gebruik te maken.”

In de overeenkomst met P&G wordt afgesproken dat een brievenbusmaatschappij op de Kaaimaneilanden geen belasting hoeft af te dragen over de verkoop van aandelen in een Nederlands bedrijfsonderdeel. Van de Streek vermoedt dat het destijds staande praktijk was om niet te heffen over de verkoopwinsten op Nederlandse bedrijfsonderdelen die multinationals onderbrengen in belastingparadijzen.

“Dat kan, vanwege de in het belastingrecht ontwikkelde ‘schakeldoctrine’”, zegt Van de Streek. “De Nederlandse Belastingdienst is kennelijk de wet zo gaan uitleggen, dat hij niet heft als de buitenlandse brievenbusmaatschappij alleen maar een tussenschakel is. Dat is zo in dit geval: de brievenbusmaatschappij op de Kaaimaneilanden is uiteindelijk in handen van Procter & Gamble in de Verenigde Staten.”

Tweede Kamerleden reageren verontwaardigd op het belastingvoordeel van 169 miljoen dollar dat multinational Procter & Gamble kreeg van een lokale Rotterdamse inspecteur. Lees hun reacties hier.

Bekijk de ruling hieronder of op volledig scherm.

Lees ook: 

- Wilt u weten of de Belastingdienst dit zomaar mag doen? En waarom het belangrijk is dat deze informatie naar buiten komt? Lees het in ons artikel 'Zeven vragen over de omstreden ruling met de fiscus'.

Verder in de Paradise Papers:

De vlucht vooruit van Apple
Waar je je Nike’s ook koopt, de kassa rinkelt in Holland
- Of bekijk al onze berichtgeving in het dossier Paradise Papers.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Of het vaker voorkomt dat lokale inspecteurs op eigen houtje afspraken maken met mul­ti­na­ti­o­nals, weet de fiscus niet

"Dit is kwalijk, omdat het rulings opnieuw in een kwaad daglicht stelt"

Jan van de Streek, hoogleraar belastingrecht