Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Behoud vooral een brede sociale huursector

Home

RONALD PAPING, DIRECTEUR WOONBONDJAN LAURIER en VOORZITTER WOONBOND

HUISVESTING | Willen ook mensen met een bescheiden inkomen een betaalbare en goede woning kunnen blijven huren, dan moet het roer snel om, betogen Jan Laurier en Ronald Paping.

Nog maar een paar jaar geleden werd internationaal met bewondering gekeken naar de Nederlandse volkshuisvesting. In de huursector konden mensen met bescheiden inkomens een woning huren van goede kwaliteit en tegen een betaalbare prijs. In tegenstelling tot buurlanden als België, Frankrijk en Engeland kwamen probleemwijken met een hoge segregatie hier niet voor. Recente wijzigingen leiden tot het einde van het Nederlandse model, tenzij het roer snel omgegooid wordt.

Nederland heeft van oudsher een uitgebreide niet-commerciële huursector. Niet alleen lage inkomens, maar ook bescheiden middeninkomens kunnen hier terecht. De huurinkomsten gaan niet naar winst maar blijven beschikbaar voor goed onderhoud en het investeren in de huurwoningvoorraad.

De resultaten van het Nederlandse model waren de afgelopen decennia imposant. De naoorlogse woningnood is ondanks de enorme groei van het aantal huishoudens opgeheven met woningen van goede kwaliteit, en verloedering van wijken is grotendeels voorkomen.

Internationaal staat het Nederlandse model bekend als een universeel systeem. Daarbij wordt huisvesting als een primaire verantwoordelijkheid van de overheid gezien en is de sector zonder strenge selectie beschikbaar voor een brede groep. Door de breedte zijn er meer mogelijkheden voor menging van bevolkingsgroepen en wordt er meer geïnvesteerd in wijken. Rechtvaardiging voor een universeel systeem ligt vooral in het falen van de markt en de noodzaak om marktverstoringen zoals de hypotheekrenteaftrek te compenseren. Daartegenover staat het residuele model. Daarbij wordt sociale huisvesting gezien als een minimumvoorziening voor de laagste inkomens, met een lagere kwaliteit.

In de jaren negentig zagen we een kentering. Een verkeerde cultuur en een grote mate van zelfregulering hebben geleid tot hobbyisme, speculatie en onvoldoende dienstbaarheid aan huurders, bleek ook uit de parlementaire enquête. Door de nieuwe Woningwet is hier veel aan veranderd. De publieke inkadering van corporaties is versterkt doordat gemeenten en huurdersorganisaties een grotere rol hebben in het vormgeven van lokaal woonbeleid. Maar het huidige neoliberale beleid van het VVD-PvdA-kabinet gooit het kind met het badwater weg.

Lees verder na de advertentie

Meer betalen

Sinds enige jaren geldt er in Nederland, als enige land ter wereld, een speciale belasting op betaalbare sociale huurwoningen: de verhuurderheffing die jaarlijks 1,7 miljard moet opbrengen. Daarnaast is de huurprijsbescherming verminderd waardoor de huren gigantisch stegen. Tegelijk kregen verhuurders de ruimte aanvullende huurverhogingen te vragen. Ook wil dit kabinet de corporatiesector verkleinen ten gunste van particuliere beleggers. Dat betekent dat maatschappelijke doelen van sociale huisvesting moeilijker gerealiseerd kunnen worden en de huurders meer gaan betalen voor minder kwaliteit.

De gevolgen zijn voor huurders dramatisch. In de periode 2009-2015 zijn de gemiddelde huren met 100 euro per jaar gestegen, bij stagnerende inkomens van huurders. Schokkend is de toename van het aantal huurders met lage inkomens in voor hen te dure woningen. Dit aantal is meer dan verdubbeld naar 520.000 huishoudens. Het huurdossier is een belangrijke veroorzaker van het armoedeprobleem.

De vraag naar betaalbare sociale huurwoningen neemt toe. Ook doordat ouderen en GGZ-patiënten langer zelfstandig moeten blijven wonen en statushouders een woning nodig hebben. Tegelijk neemt de betaalbare voorraad steeds verder af. De totale voorraad sociale corporatiewoningen is in de periode 2009-2015 gedaald met 262.000, een daling van 12 procent.

De toenemende vraag en het afnemend aanbod leiden tot hogere huren, langere wachtlijsten en verdringing. De reactie hierop is niet dat er meer geïnvesteerd wordt, maar dat huurders met een bovenmodaal inkomen de schuld krijgen van de krapte. Door scherpe toewijzingsregels, inkomensafhankelijke huurverhogingen en tijdelijke huurcontracten worden zij de corporatiesector uitgejaagd. De maatschappelijke effecten, zoals extreem hoge huren voor middeninkomens, toenemende segregatie en een toename van verloederde koop- en huurwoningen, zijn groot.

Energiekwaliteit

Zo wordt van de corporatiesector een residuele minimumvoorziening gemaakt, in plaats van een brede sociale huursector. Ook al valt er bij corporaties veel te verbeteren, toch is het jammer als het kind met het badwater weggegooid wordt. De overgang van een universeel naar een residueel volkshuisvestingssysteem gaat snel, maar het is nog niet te laat. Uiteindelijk is het model waar we op afstevenen een politieke keuze. De komende verkiezingen kunnen het tij dan ook nog keren. Een toekomstig kabinet kan kiezen voor het behouden en in ere herstellen van het brede Nederlandse model. Definieer de grenzen voor de doelgroep ruim. Schaf de verhuurderheffing af en verbied dat corporaties woningen verkopen en liberaliseren. Voer daarbij een verplichting in zodat corporaties weer gaan investeren in energiekwaliteit en nieuwbouw en lagere huren. Laten we een ooit internationaal erkend volkshuisvestingsmodel niet zo maar uit onze handen laten glippen.

Deel dit artikel