Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

beeldende kunst

Home

CEES STRAUS

T/m 7 januari in het Grand Palais in Parijs, dag. 10-20 uur, wo tot 22 uur. Gesloten di en Eerste Kerstdag. Het is mogelijk voor bepaalde uren te reserveren onder tel.nr. 00 33 1 49 97 54 54. Cat. Frs. 350 (ca. ¿ 116,50). Van 8 feb t/m 28 april in de Tate Gallery, Londen.

En Paul Cézanne (1839-1906) moet een publiekslieveling worden, daar is de hele opzet van de retrospectieve in Parijs naar. Die tentoonstelling, de grootste over Cézanne sinds 1945, heeft veel weg van een megamanifestatie, een show van internationale allure, zoals dat het geval was bij Rembrandt en Van Gogh in Amsterdam.

Een schilder voor schilders, en tegelijk voor het grote publiek, kan dat samen gaan? Het Grand Palais heeft die vraag volmondig willen beantwoorden. Maak er een spektakel van, maar houdt alles binnen de grenzen die door het werk zelf worden gesteld. Dus is de expositie met 200 werken zo groot mogelijk opgezet, zodat iedereen er met zijn vragen terecht kan en verwachtingen ziet ingelost.

Tegelijk stelt zo'n enorme presentatie beperkingen aan het vermogen om alles goed te bekijken: zelfs wie er snel rondkijkt, is toch gauw een halve dag bezig. Behalve veel te zien, is er ook veel te lezen, overal zijn teksten aanwezig en kunnen cd-roms worden geraadpleegd. Het tentoongestelde moet dan wel van hoge kwaliteit zijn om tot het einde overeind te blijven.

Slimme opzet Het verrassende is dat dat met Cézanne geheel het geval is. Slim in de opzet van het Grand Palais is trouwens dat de bezoeker wel het hele traject moet aflopen: wie eenmaal binnen is, loopt er niet zo gauw uit en er zit een goed ritme in het geëxposeerde wat betreft de dosering. Bovendien zitten de lekkerste hapjes in het tweede deel en dat ben je meteen in een lager gelegen etage waar de inrichting minder vol en dus ook minder drukkend is. De expositie heeft dan het chronologische deel laten varen en pakt uit met een aantal thema's die verhelderend worden uitgewerkt.

De vraag is allereerst wat de reden is van een megashow als deze. Er zijn in het verleden veel meer schilders uit de negentiende eeuw geweest met een grote expositie in een van de Palais. Zo veel dat er geen impressionist meer te bedenken valt aan wie een groot overzicht moet worden gewijd. Wat in de nabije toekomst belicht wordt, zal hoofdzakelijk het tweede échelon zijn: van Manet tot Van Gogh, van Monet tot Matisse, de hele periode van 1850 tot 1930 is in de afgelopen jaren in beeld gekomen.

Met Cézanne wordt dus een tijdvak afgesloten en tegelijk een nieuwe periode geopend. Niet alleen in chronologisch opzicht, maar stilistisch. Want Cézanne mag dan een poos impressionist zijn geweest, hij is veel bekender geworden als wegbereider van een nieuwe kunst. Het jaar waarin hij stierf (1906), valt gelijk met de ontstaansgeschiedenis van het beroemde doek van Picasso 'Les Demoiselles d'Avignon', waarin belangrijke ideeën van Cézanne, overgezet in een kubistische stijl, zijn weergegeven. Picasso en Braque zijn de belangrijkste erflaters van de opvattingen van Cézanne, door hùn werk is uiteindelijk de abstracte kunst onstaan, als logisch resultaat in de lijn Cézanne-Picasso-Mondriaan.

Picasso en Braque slaagden er in een schilderij te maken dat iets uitbeeldt, maar dat bovendien een zelfstandig verschijnsel is. Zij schilderden op grond van een visuele ervaring, maar net zo goed vanuit een geestelijke beleving. Een goed voorbeeld daarvan is de harlekijn van Picasso. Deze figuur is opgebouwd uit eenvoudige, onversierde vormen die in een symmetrisch verband zijn samengebracht. De betekenis van de figuur is nog steeds goed te herleiden, maar de vormen verwijzen al bijna alleen naar zichzelf.

Op de expositie hangt een harlekijn van Cézanne uit 1888. Het is bepaald onthullend, hoe Cézanne hier al met ideeën over het 'vergeestelijkte' schilderij rondliep. Eigenlijk alles waar hij voor staat, is in dit doek terug te vinden: de realiteit van de natuur die in een heldere orde wordt geplaatst, net zo goed als de idee van de 'harlekijn' waarvoor hij een ritmisch lijnenspel bedacht dat een architectonische structuur opleverde.

Met uitzondering van de impressionistische periode slaat het werk van Cézanne vaak door naar het zuiver vergeestelijkte. Zijn doeken wekken niet een euforische stemming zoals Van Gogh en Monet die moeiteloos exploiteerden, het is kunst die je met de geest moet veroveren.

Toch zijn er momenten dat hij puur op esthetische kwaliteiten uit is. In het Grand Palais hangen de stillevens, de vazen met bloemen, wat houterig geschikt, tafels met enkele stuks fruit en wat andere, simpele attributen rijgewijze naast elkaar. Ook in dat onderwerp, dat hij tientallen keren heeft geschilderd, ging het om oplossingen hoe de vorm van de natuur moet worden beheerst. Maar opvallend is dat hij dan toch de bekoorlijkheid van het onderwerp liet prevaleren. Opvallend gebeurt dat uitsluitend in de stillevens. Neem je de landschappen, met name de Provençaalse gezichten waarin de berg Saint-Victoire een dominante plaats inneemt, dan is er van bekoorlijkheid nauwelijks of geen sprake.

Cézanne, die aan de rand van de stad Aix-en-Provence woonde, had de Mont Victoire als het ware in zijn achtertuin staan. Eeuwig aanwezig zag hij haar vanuit zijn atelier en kon de berg onder elke weersomstandigheid verbeelden. Maar van een geografische of klimatologische situering, zoals andere impressionisten wèl zouden doen, is bij Cézanne geen sprake.

Waar Monet zijn populieren of de hooi-oppers in stralende zon, in mistig herfstlicht of in een verkillend sneeuwtje zette, daar koos Cézanne voor een gelijkmatige belichting, met alle aandacht voor de vorm. Een vorm, die nooit wordt opgelost, maar in tegendeel, altijd heel nadrukkelijk aanwezig is. Het is Cézanne's antwoord op het tijdelijke, lichtheid, de spontaniteit van de impressionisten, die hij pareerde met volledige duurzaamheid en vergeestelijking.

Baadsters Het is op deze tentoonstelling voor het eerst dat nagenoeg de volledige reeks baadsters bij elkaar hangt. Met de hele gang er naar toe: vanaf de eerste, voorzichtige figuurstudies tot de apocalyps, de explosie van de wat stijf aandoende torsen waar Matisse later zoveel invloed van heeft ondergaan.

Cézanne's vrouwen zijn evenmin als bij Matisse mensen van vlees en bloed. Ze bestaan uit bolle, opgestapelde vormen, ontdaan van de betekenis vlees, van het paradijselijke, het exotische, tot de essentie teruggebracht. Ze laten zien dat het voor Picasso en zijn Démoiselles d'Avignon een kleine stap moet zijn geweest: het meeste voor dit schilderij, dat later de gevestigde kunstwereld zo zou schokken, was al bedacht nog voor het was gemaakt.

Deel dit artikel