Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

beeldende kunst

Home

ROBBERT ROOS

T/m 29 mei, Van Kranendonk, Westeinde 29, Den Haag, wo-za 12-17 uur (galerie dicht van 30-4 tot 10-5).

Vader nog minder dan zoon. Kraaijpoel is een 'precieze', de Ebeling Konings zijn 'rekkelijken'. Hun passie voor de schilderkunst is er niet minder om, eerder meer. Schilderen is bij hen beleven, de op het doek gematerialiseerde expressie van een eigen werkelijkheid. Bij Galerie Van Kranendonk in Den Haag exposeren vader en zoon voor het eerst samen.

'Elk werk is weerspannig en toch afgewogen', oordeelde de jury van de SNS Bank Gelderland Kunstprijs 1994 over het werk van Hans Ebeling Koning. 'Eigenzinnig' is ook een woord dat veelvuldig terugkeert in stukken over het werk van de oud-docent tekenen en schilderen aan de AKI in Enschede. Ebeling Koning houdt ervan het vlak van het doek als een eigen universum te zien, met eigen regels. De instrumenten zijn de elementen uit de werkelijkheid: gebruiksvoorwerpen, bloemen, planten, landschappen, huizen en hier en daar een mens. In de schildershanden van Hans Ebeling Koning zijn het echter subjectieve elementen, overgeleverd aan de persoonlijke visie van de kunstenaar.

Het ene moment behouden de motieven hun eigen anekdotische betekenis, het volgende figureren ze als abstracte lichamen in een droomvoorstelling en soms zijn ze niet meer dan een 'vlak' in een uitgebalanceerd betekenisloos tafereel. Met genoegen laveert Hans Ebeling Koning tussen formalisme, naïeve beelden en psychologisch geladen figuratie. Hierbij lijkt hij niet alleen de kijker, maar ook zichzelf te willen verrassen. Ieder nieuw doek biedt weer ruimte voor een eigen realiteit.

Flirten

Het schilderkunstige scala dat Hans Ebeling Koning bedient is breed. In kunsthistorische termen vertaald, schurkt hij het ene moment tegen Pierre Bonnard aan, lijkt hij het volgende te flirten met de Duitse expressionisten, brengt hij odes aan Max Ernst of betoont hij zich een figuratieve exponent van de colourfield-painters. Bij dit alles is er één constante: het ruimhartige schildersgebaar. Borstelig soms, rauw, vegerig en grof, maar altijd met veel oog voor compositie en detail. Als kijker wordt je 'gemanipuleerd' in het kijken naar exotische vegetatie en waanzinnige landschappen, die met abstracte middelen zijn opgezet, maar een verleidelijk realisme voorspiegelen.

Zoon Koen - winnaar van de Koninklijke Subsidie in 1994 - heeft niet hetzelfde brede beelden-repertoire als zijn vader, maar deelt wel zijn expressieve toets. Zijn monumentale doeken worden bevolkt door robuuste mansfiguren, liggend dan wel staand. Het zijn archetypes, maar wie beter weet herkent de rijzige gestalte van vader Hans. Deze 'autobiografische' connectie lijkt niet relevant voor de inhoud van het schilderij.

Bij Van Kranendonk hangen twee reusachtige doeken met steeds twee boven elkaar liggende mannen. De omgeving is onbestemd: noch landschap noch interieur. De kleuren zijn al even ongrijpbaar: vaalwit, paars. De melancholische ondertoon is onmiskenbaar, nog eens versterkt door de ondoorgrondelijke onbeweeglijkheid van de figuren.

Stilistisch is Koen Ebeling Konings werk tekenachtiger van karakter dan dat van vader Hans. De laatste vertrekt vanuit de 'vlek', de eerste vanuit de lijn. Bij Koen lijkt de figuratie er meer op aan te komen dan bij Hans, hoewel ook Koen zich niet aan anatomische regels houdt. Hun houding ten opzichte van schilderkunst is in ieder geval eenduidig: beiden laten de intuïtie een grote rol spelen. Anders dus dan Kraaijpoel die de met de ratio neergezette figuratie predikt. Voor hem geldt dat iemand zich pas een groot vakman mag noemen, als hij of zij met grote nauwkeurigheid de werkelijkheid weet weer te geven. De Ebeling Konings hebben lak aan dit soort fijnslijperij. Hun werk spreekt.

Deel dit artikel