Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Beb Bakhuys, van volksheld tot paria

Home

Matty Verkamman

In de eerste vijf maanden van 1937 speelde Beb Bakhuys de laatste vier van zijn 23 interlands met het Nederlands elftal. Voor de wondermidvoor waren die wedstrijden aangename onderbrekingen in de kommervolste periode uit zijn leven. Bakhuys zat tot aan zijn nek in de financiële problemen. Als voetballer werd hij door heel het land bejubeld, maar mede door zijn tamelijk losbandige levenswandel kon het gebeuren dat daags na een interland de echtgenote van het verarmde idool, op kosten van Maatschappelijk Hulpbetoon moest worden geopereerd.

De andere spelers van het Nederlands elftal werden eind januari 1937 in Düsseldorf geconfronteerd met de trieste situatie waarin Bakhuys verkeerde. Geen speler kreeg precies te horen met welke privéproblemen de midvoor kampte, maar iedereen begreep wel dat het om een ernstige kwestie ging. Bakhuys werd kort voor de aftrap tegen de Duitsers door enkele 'bewakers' in het Rheinstadion afgeleverd en meteen na de interland weer ingerekend en weggebracht.

Anderhalf jaar eerder was Beb Bakhuys na veel trammelant van het Zwolse ZAC naar het Haagse HBS overgestapt. In Zwolle was Bakhuys al niet de ware amateur geweest, die hij volgens de strenge regenten van de voetbalbond diende te zijn. Hij werkte op het assuradeurskantoor van ZAC-bestuurder Jasper Warner; althans, bij diens bedrijf stond hij op de loonlijst. Veel later zou Bakhuys over die baan opmerken: ,,Wat mijn werk was, begreep niemand. Ik zelf wel het allerminst.'' En dan te bedenken dat Jasper Warner zelf jarenlang de voorname voorzitter van de KNVB was geweest.

Beb Bakhuys werd in 1909 in Pekalongan op Java geboren. Als jongen van zestien debuteerde hij bij het Haagse HBS in de eerste klas, als negentienjarige jongen stond hij in Oranje. Bij die eerste interland, in het San Siro-stadion tegen de Italianen, was hij lid van ZAC. Bij die club was hij terecht gekomen, nadat plaatsvervangende opvoeders - zijn ouders zaten in Indië - het verstandiger hadden gevonden alle grootstedelijke verlokkingen te ruilen voor een verblijf in de provincie. Bij ZAC was Bakhuys in twee perioden een ware doelpuntenmachine. In 1930 keerde hij terug naar Indië, waar hij te Soerabaja zijn goals ging produceren voor THOR, Tot Heil Onzer Ribbekasten.

Zijn maatschappelijke loopbaan verliep er niet rooskleurig. In 1933 was hij weer eens ontslagen en ten einde raad zocht hij hulp bij ZAC. In Zwolle was Bakhuys andermaal welkom, want iedereen herinnerde zich zijn enorme scoringsdrift. Het scoren bleek hij inderdaad niet te hebben verleerd. Eenmaal bereikte hij zelfs een seizoenmoyenne van bijna drie. In 1935 ging hij, na veel herrie, van ZAC terug naar zijn oude liefde HBS. Aan die overstap lag een financieel verschil van mening ten grondslag. Voor een interland had Bakhuys voor 312 gulden aan kaartjes gekocht. Hij vond dat ZAC die kaartjes moest betalen.

Vergelijkbare problemen deden zich nadien ook bij HBS weer voor. ,,Voor ons is Bakhuys dood'', zei HBS-voorzitter Van der Wilde, nadat de sterspeler in de lente van 1937 plotseling overschrijving had aangevraagd naar de Venlose tweedeklasser VVV. Die stap kostte Bakhuys uiteindelijk zijn status als amateurvoetballer. Te Venlo werden financiële constructies bedacht, die het daglicht niet konden verdragen. Een onderzoekscommissie stortte zich op de kwestie en eind juli 1937 was men er uit: Beb Bakhuys werd op de beroepslijst geplaatst. Commissievoorzitter Wim Klarenbeek gaf Bakhuys na het vonnis nog even een trap na: ,,Ik vraag mij af of Bakhuys, die meer kansen op een goede betrekking heeft verknoeid dan een dozijn andere mensen, wel normaal is.''

Na de uitspraak van de commissie, nam Beb Bakhuys een logische stap. Hij werd professional; de eerste in Nederland. FC Metz werd zijn club. Met wisselend succes en met een onderbreking van de oorlogsjaren toen hij als dwangarbeider in Leipzig zat, speelde hij tot 1947 bij deze Franse club. De KNVB bleef hem tot in de jaren vijftig als een paria bleef behandelen. In zijn gloriejaren had Bakhuys heel veel betekend voor de KNVB, maar na de oorlog kreeg hij zelfs geen kaartje voor een interland.

Na een mislukte poging in het begin van de jaren zestig als tv-commentator bij 'Sport in Beeld', sleet Bakhuys in betrekkelijke anonimiteit zijn dagen op het Haagse kantoor van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen. De man die beroemd werd door zijn snoekduikkopbal tegen België in 1934, overleed op 7 juli 1982, 73 jaar oud.

Deel dit artikel