Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Bangladesh traineert akkoord met textielindustrie

Home

Hans Nauta

Werknemers in de textielindustrie herdachten dit weekeinde de brand in een fabriek in de stad Tazreen, die zes jaar geleden 133 levens kostte. © EPA

Al is er internationale druk om meer te doen aan de veiligheid van fabrieksarbeiders, voor de organisatie die kledingfabrieken inspecteert levert dat nog geen resultaat op.

Het Bangladesh Akkoord, de internationale organisatie die 1600 textielfabrieken in het land controleert op brand- en bouwveiligheid, verkeert in grote onzekerheid over de toekomst. Een hoge rechter in Bangladesh bepaalde eerder dat de organisatie op 30 november de deuren moet sluiten. Donderdag heeft het Hooggerechtshof dat verbod voorlopig uitgesteld tot 6 december, als er een uitspraak in hoger beroep komt.

Lees verder na de advertentie

Adjunct-directeur Joris Oldenziel van het Akkoord noemt het uitermate onzeker wat die uitspraak zal zijn. De internationale druk op de overheid van Bangladesh, van minister Sigrid Kaag van buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking, het Europees Parlement, vakbonden, ngo’s en modemerken heeft nog geen resultaat opgeleverd.

Rana Plaza

Nadat in 2013 het fabriekscomplex Rana Plaza was ingestort, met ruim 1100 doden als gevolg, werd het onafhankelijke Bangladesh Akkoord opgericht om fabriekslocaties in Bangladesh te inspecteren op bouw- en brandveiligheid. Zo’n 200 merken sloten zich aan, waaronder C&A, H&M en Esprit. Zij beloven alleen textiel te kopen bij fabrieken die gecontroleerd worden door het Akkoord. De afspraken zijn juridisch bindend.

In totaal zijn er 150.000 veiligheidsrisico’s aangetroffen. Daarvan is 90 procent verbeterd. Maar bij de resterende 10 procent gaat het nog om grote risico’s. Zo zijn bouwconstructies niet in orde of ontbreekt een brandalarm of een brandblusinstallatie. Het is wel de bedoeling dat Bangladesh de controles op termijn overneemt, maar de eigen inspectiedienst zou daar nog niet klaar voor zijn. Ook minister Kaag pleit voor een ruimere overgangsperiode. Tijdens haar reis naar Bangladesh deze maand besprak zij de kwestie met premier Sheik Hasina en vertegenwoordigers van de textielsector. 

Het opgeheven vingertje van het Westen kan voor wrevel zorgen

André Nijhof, professor duurzaam ondernemen

Minister Kaag merkte verder op dat Bangladesh steun krijgt bij het versterken van de eigen arbeidsinspectie. Ook draagt het Akkoord sneller dan voorzien fabrieken over aan de overheidsinspectie van Bangladesh. “We hebben ze niet meer nodig”, zei minister van handel Tofail Ahmed laatst over de buitenlandse inspecties. Sinds Rana Plaza is er immers geen grote ramp meer geweest. En China en India hebben ook geen internationaal toezicht, zei hij. De overheid wil zelf toezicht houden op haar eigen industrie. 

Maar het land strijkt veel partijen tegen de haren in. Het Europees Parlement nam twee weken terug een resolutie aan waarin het eist dat het Akkoord mag blijven. Europarlementariër Agnes Jongerius waarschuwde dat Bangladesh de handel met de EU op het spel zet. En volgens Esprit kan het merk ‘Made in Bangladesh’ ‘besmet’ raken.

Grote belangen

Bangladesh heeft 5000 textielfabrieken met 4 miljoen goedkope werknemers. De sector exporteert voor 30 miljard dollar, vooral naar Europa en de VS. Grote belangen. Waarom neemt het nu zo’n drastisch besluit?  

André Nijhof, professor duurzaam ondernemen aan de Nyenrode Business Universiteit, was de afgelopen jaren vijfmaal in Bangladesh en kent de textielindustrie goed. Hij merkt op dat veel partijen in Bangladesh het Akkoord juist wel steunen. Dat zijn niet alleen werknemers of vakbonden. “Ook veel fabrikanten vinden veiligheid belangrijk en willen net als de internationale merken vooruit.” 

Trots speelt een rol in deze kwestie, zegt hij. “Textiel is de belangrijkste exportindustrie van Bangladesh. Het opgeheven vingertje van het Westen kan er daarom voor wrevel zorgen. Bij welwillende textielproducenten is het wellicht beter om het gesprek aan te gaan.” 

Als volgende week de uitspraak luidt dat het Akkoord niet verlengd wordt, is nog niet alles verloren, zegt Nijhof daarom. “Er is al veel bereikt. En merken en fabrikanten kunnen uiteraard blijven samenwerken. Niet alleen aan bouw- en brandveiligheid, maar ook aan leefbare lonen of verzekeringen voor werknemers.”

Ook betekent sluiting door de Bengaalse rechter niet het defintieve einde van het Akkoord. Het zal in dat geval de werkzaamheden voortzetten buiten Bangladesh. Het Akkoord heeft een ondersteunend kantoor in Amsterdam. De afspraken met de textielmerken blijven tot 2021 van kracht.

Lees ook: 

Ik kan mijn moeder niet beloven dat ik veilig thuiskom’

Vijf jaar nadat in Bangladesh een textielfabriek instortte, is de veiligheid verbeterd. Vijftig rampen zijn sindsdien voorkomen. Desondanks is er nog veel te doen, zegt vakbondsactiviste Kalpona Akter (41). Zij zat in de gevangenis, haar collega werd vermoord.

Deel dit artikel

Het opgeheven vingertje van het Westen kan voor wrevel zorgen

André Nijhof, professor duurzaam ondernemen