Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Bach tot de laatste noot

Home

CHRISTO LELIE

Johann Sebastian Bach | Hij zat acht jaar lang achter het 'Bach-orgel' van de Grote Kerk in Dordrecht om het complete orgelwerk van de componist op te nemen. Komende week voltooit Cor Ardesch zijn levenswerk. 'Bach heeft veel meer te vertellen dan de noten.'

Er is heel wat moois door mijn vingers gegaan in de afgelopen acht jaar." Dat 'moois' waren de complete orgelwerken van Johann Sebastian Bach, die organist Cor Ardesch sinds 2008 heeft opgenomen op het 'Bach-orgel' van de Grote Kerk te Dordrecht. Woensdagavond zal Ardesch het laatste, 18de deel presenteren van het project, dat hij in acht jaar tijd dankzij crowdfunding geheel in eigen beheer heeft kunnen realiseren.

Wat was er eerder: het idee om Bach op te gaan nemen of de komst van het Bach-orgel?

"Het Bach-orgel was er het eerst. We wilden destijds in de Grote Kerk naast het romantische Kam-orgel een instrument hebben waarop barokmuziek goed uitgevoerd kan worden. Orgelbouwer Verschueren kreeg toen van de Stichting Bach-Orgel de opdracht een orgel volgens de bouwwijze van Gottfried Silbermann (de beroemde Duitse orgelbouwer uit de omgeving en tijd van Bach) te maken. Dit instrumenttype was er nog niet in Nederland. Toen dit Bach-orgel er in 2007 eenmaal stond, bedacht ik dat het een uitgelezen kans was de complete orgelwerken van Bach op één en hetzelfde orgel op te gaan nemen. Daarmee zou ik mij onderscheiden van alle andere organisten die voor hun integrale Bach-opnames altijd meerdere instrumenten gebruikten."

Het moet een heel klus geweest zijn om zoveel muziek van dezelfde componist in te studeren.

"Zeker, het was een kwestie van heel gedisciplineerd studeren en er de tijd voor nemen. Alle muziek die ik heb opgenomen, heb ik eerst op concerten gespeeld. Dat is een voorwaarde. De werken hebben tijd nodig om te rijpen. Het moeilijkste vond ik de composities die mij minder aanspraken. Als je alles van een componist gaat spelen, is het onvermijdelijk dat je die tegenkomt. Bijvoorbeeld 'Kleines harmonisches Labyrinth'. Als je die wonderlijke akkoordovergangen doorspeelt denk je: interessant, maar wat moet ik ermee? Maar zodra je er tijd in gaat steken en je overgeeft aan de harmonische wegen die Bach inslaat, wordt het een boeiend verhaal.

"Je moet je ervoor openstellen en dat lukt niet als je het boek zomaar openklapt en gaat spelen. Ik heb dit werk vervolgens met veel plezier op concerten uitgevoerd en vind het nu wonderschoon. Dat is een van de mooie dingen van het project: dat het een zoektocht is en dat je met muziek geconfronteerd wordt die je anders links zou laten liggen. Je moet immers alles opnemen. Dat graafwerk is heel verrijkend. Bach heeft veel meer te vertellen dan de noten. Dat te ontdekken, is een groeiproces. Ik heb heel veel gelezen over de achtergronden van Bach, de koraalteksten bestudeerd en de muziek geanalyseerd. De partituren zijn eigenlijk maar een klein aftreksel van wat het verhaal moet zijn."

Hebben die inzichten tot een andere speelwijze geleid?

"Ja. Ik ben in de loop van de jaren veel vrijer geworden in mijn interpretaties. In het begin wilde ik heel netjes spelen, maar nu durf ik er veel meer eigen emoties in te leggen. Je moet Bach niet te afstandelijk spelen. Bezieling, daar gaat het om. Ik speel nu waar dat kan uitbundiger, vrijer in het metrum, maar durf ook tijd te nemen in sommige koraalvoorspelen om de enorme verstilling ruimte te geven. Je gaat bijna met gevouwen handen luisteren. Niet alles hoeft snel. De ruime akoestiek van negen seconden nagalm van de Grote Kerk laat dat ook niet toe.

"De Triosonates heb ik vrij rustig gespeeld; er valt zoveel in te beleven, zo'n immense schoonheid. Als er 'allegro' boven staat, betekent dat niet 'snel' maar 'levendig'; die levendigheid kun je bereiken door het toucher, niet door te snel spel.

"Ik ben bepaald niet dogmatisch, ook niet in het kiezen van registraties. Bachs zoon Carl Philipp Emanuel schreef dat zijn vader heel ongebruikelijke registraties toepaste. Dat zet je aan het denken. Omdat je alles op één orgel speelt, is het mooi dat je zoveel mogelijk verschillende klanken laat horen. In de loop van het project ben ik steeds meer, soms heel ongebruikelijke, registraties gaan gebruiken die wonderschoon klinken. Als je de complete Bach opneemt op allemaal verschillende orgels, wat op zich prachtig is, kom je nooit zo tot de kern van het instrument en de muziek, dan als je het allemaal op één plek doet.

"Op het Bach-orgel bleken steeds meer registercombinaties mogelijk te worden. De klank is namelijk sinds 2007 aanmerkelijk gegroeid doordat het pijpwerk zich is gaan 'zetten'. Mijn opnametechnicus Aad van der Waal heeft vanaf de eerste opname exact dezelfde microfoons op de millimeter nauwkeurig op dezelfde plaats gestationeerd.

Als je de eerste en de achttiende cd met elkaar vergelijkt, hoor je het verschil! Om dat te demonstreren heb ik cd 18, de laatste van de serie, afgesloten met hetzelfde Preludium en Fuga in C, waar ik de eerste cd mee begonnen ben."

Klankvoorbeelden en cd-box zijn te vinden op www.corardesch.nl

Deel dit artikel