Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Baardloos is Jezus het echtste

Home

Claudine Chavannes-Mazel

Morgen presenteert de BBC het gelaat van Jezus, zoals moderne wetenschappers dat met methoden van deze tijd hebben gerecontrueerd. De joodse man die de krantenlezer deze week uit de kolommen al aanstaarde komt echter niet overeen met de oudste portretten. Want Christus droeg geen baard.

In het begin van de vroeg-christelijke kunst kennen wij, als bekend, twee beelden van Christus: het zogenaamde hellenistische en het historische type. Er zijn veel legendes hoe deze, niet door mensen gemaakte afbeeldingen totstandkwamen. Het is geen verrassing dat er twee typen afbeeldingen circuleerden omdat de officiële kerk haar voorkeur niet uitsprak.

Augustinus stelde rond het jaar 400 vast: ,,Hoewel er maar één Heer was, werd zelfs de lichamelijke verschijning van de Heer op verschillende manieren voorgesteld omdat er talloze verschillende gedachten over hem bestonden. Noch kennen wij het aanschijn van de Maagd Maria.''

Van de pelgrim uit Piacenza, die het Heilige Land omstreeks 570 bezocht, is bekend dat hij in het paleis van Pilatus een afbeelding van Christus zag, die hij als volgt beschreef: ,,Hij had een goed gevormde voet, klein en verfijnd (merkwaardigerwijs begint hij zijn beschrijving bij de voet), maar was van gebruikelijke lengte met een knap gelaat, krullend haar en een fraaie hand met lange vingers. Dit is te zien op een afbeelding in het Praetorium die geschilderd is bij zijn leven.''

Toen hij in Egypte was, zag hij een andere beeltenis, niet door mensenhanden gemaakt, 'maar het was te helder om er ons op te concentreren omdat het, terwijl wij het aandachtig beschouwden, veranderde voor onze ogen'.

In het apocriefe boek Handelingen van Johannes wordt beschreven hoe Johannes en de apostel Jacobus vanuit hun schip zagen hoe Christus op de oever op hen stond te wachten. Johannes zag hem als 'enigszins kaal' maar met een zware golvende baard, terwijl Jacobus het had over een jonge man wiens baard nog maar net tevoorschijn kwam. Ook nadat zij hem op de oever ontmoetten had Jezus nog twee verschijningen. In feite komen deze verschillende verschijningen overeen met klassieke types.

Het Hellenistische is het oudste, bestaat sinds de derde eeuw en is direct afgeleid van de ideale mannelijke Romeinse god, de eeuwig jeugdige Apollo en van Dyonisios, de god van de aarde en de vier jaargetijden.

Het Hellenistische type, de Christus zonder baard, komt voor in vele afbeeldingen, onder meer op fresco's, mozaieken, op ivoor en op sarcophagen. Tot de zesde eeuw wordt elk moment in Christus' leven, van zijn doop tot zijn kruisiging, of als zoon Gods, als de majesteitelijke Christus, zowel in de oosterse als de westerse kerk afgebeeld.

Datzelfde geldt voor het tweede type, de afbeelding van de Christus met baard, het historische type. Ook dat is gebaseerd op een klassiek prototype, dat van de geleerde filosoof. Zijn wijsheid en dus zijn status en leeftijd geven hem een baard zoals Jupiter, die gewoonlijk een baard draagt.

De afgelopen eeuw zagen theologen in die twee soorten beelden leerstukken tot uitdrukking gebracht: de jeugdige Christus is het nog niet vleesgeworden Woord, de eeuwige jeugd die reeds bestond voor de schepping der wereld. Terwijl het vleesgeworden Woord zorgde voor het volwassen aangezicht met een lange donkere baard. In die twee beeltenissen zou de theologische tegenstelling tussen het armanianisme en de orthodoxie tot uitdrukking komen. Later is aangetoond dat deze stelling aanvechtbaar is, daar verschillende voorbeelden het tegenovergestelde bewijzen. Ik verzamelde zoveel mogelijk afbeeldingen uit de periode tussen de derde en de zesde eeuw om enige begrijpelijke logica te vinden, maar die bestaat niet.

Mijn conclusie is dat er geen iconografie is die de christelijke dogma's van de derde tot de vijfde eeuw weerspiegelt, noch in het oosten, noch in het westen. Er kan beter vastgesteld worden dat de constant veranderende aangezichten van Christus afspiegelingen zijn van de inzichten van de kerkvaders die verschillende ideeën hadden over de weergave van Christus' gelaat. Het voorkomen van de baard was toeval met enige uitzonderingen, maar die hebben, nogmaals, niets te doen met de leer van de drie-eenheid of de christologie. Christus heeft doorgaans geen baard wanneer hij een afspiegeling is van Apollo, Orpheus of de Goede Herder. Dit zijn allen jeugdige personen. De Goede Herder heeft vrijwel nooit een baard.

In de oosterse kerk komt Christus met baard vanaf de zesde eeuw veel vaker voor dan het jeugdiger type. Christus ziet er dan uit als een monnik. Waarom dit het geval is valt niet te zeggen. De algemene regel bij het maken van ikonen is dat de heilige steeds op dezelfde wijze wordt weergegeven. Dit zorgde er voor dat de kunstenaar vasthield aan hetzelfde type.

Er zijn in het oosten verhalen van christenen die in hun nood te hulp geschoten werden door een heilige. Zij herkenden de heilige omdat zij afbeeldingen van hem hadden gezien.

Het westen is op dit punt totaal verschillend. Overal zie je een Christius zonder baard: deze beeltenis is tot de 13de eeuw bijna net zo gewoon als die met baard.

Draagt Christus een baard bij speciale omstandigheden? Ja, in elke weergave die te maken heeft met de Mandylion (de meest verspreide 'niet door mensenhanden gemaakte' icoon van Christus), de doek van Veronica, de lijkwade van Turijn en volgens de brief van Lentulus, draagt hij een baard. De brief van Lentulus zou zijn verstuurd door Publius Lentulus, de bewindvoerder van Judea en volgens verhalen de voorganger van Pilatus, aan Octavius Cesar. De brief bevat een beschrijving van Christus die aan een ooggetuige wordt toegeschreven: ,,Zijn baard is vol en heeft de vorm van een vork'. De beschrijving verschijnt voor het eerst in een manuscript uit de 14de eeuw en dateert waarschijnlijk uit de dertiende.

In 1559, aan de vooravond van het Concilie van Trente gaf paus Paulus de Vierde opdracht om de naakte Christus van Michelangelo in de Sixtijnse kapel van een sluier over de benen te voorzien. Velen hadden zich geërgerd een de naakte Christis. (Michelangelo was toen nog in leven). De sluier kwam er, maar Christus bleef wel baardloos.

Het is de vraag waarom speciaal in de westerse kerk zo'n onduidelijk bestond over het gelaat van Christus. Portretten van Petrus en Paulus zijn vanaf de derde eeuw meteen te herkennen. Waarom waren legenden zoals de brief van Lentulus, de doek van Veronica en de lijkwade van Turijn nodig om orde op zaken te stellen?

De geschiedenis van de lijkwade van Turijn is nog vreemder dan de brief van Lentulus. Uit het einde van de 14de eeuw (1389) hebben wij brieven over de lijkwade, geschreven door een boze bisschop van Tryes, Pierre d'Arcis, aan paus Clemens de Zevende, die toen in Avignbon zetelde. De bisschop schrijft dat de doek vals is. Hij kende het onderzoek van Henry van Poitiers, die 34 jaar eerder bisschop in Troyes was, en die de kunstenaar opspoorde die de lijkwade had vervaardigd. (Daardoor weten wij dat de oorsprong van de doek samenviel met de uitbraak van de pest in 1348.) Toch kreeg de geestelijkheid toestemming om de lijkwade opnieuw ten toon te stellen. De bisschop liet hem echter verwijderen, de paus kwam met de vage reactie dat het volksgevoel de bisschop in het geheel niet steunde. De bisschop verloor zijn zaak en de lijkwade werd beroemd. Het publiek won dus.

Samengevat bezat de kerk van het westen voor allerlei redenen geen vroeg prototype van de beeltenis van Christus. Tegelijkertijd werden de portretten van Petrus en Paulus vanaf het begin gestandaardiseerd. Christus woonde in Palestina, een land zonder een langdurige traditie in de portretkunst. Petrus en Paulus stierven in Rome, in een cultuur vol verering van gelijkende portretten van belangrijke personen zoals de keizer. Is het mogelijk dat Petrus en Paulus, omdat zij leefden en stierven in Rome, visueel anders werden herinnerd dan Christus en zijn moeder? Dat Christus geen gestandaardiseerd portret had omdat hij in een streek woonde die niet hechtte aan portretten?

Voorts is de conclusie dat de doek van Veronica en de brief van Lentulus laat-middeleeuwse vervalsingen zijn. Dat wisten de autoriteiten, maar het volk verlangde naar betrouwbare beeltenissen. Men wilde in wonderen geloven en de officiële kerk liet dat toe. En aan vervalsingen tilde men niet zo zwaar

Mogelijk is de maatschappelijke dynamiek te complex geweest om nu nog vast te stellen of de ontwikkeling van het Christusbeeld bevorderd werd van de top naar onder of dat de beeltenis werd gedicteerd door het volksgeloof, dat gevisualiseerd werd door legendes zoals de doek van Veronica en de lijkwade van Turijn. In andere woorden: deze legendes kwamen tot leven teneinde een definitieve zekerheid te krijgen hoe Christus en echt uitzag. De officiële kerk moest er aan toegeven en een theologische rechtvaardiging vinden voor de naïeve, animistische gedachten van de massa.

Deel dit artikel