Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

AZIZ BEKKAOUI

Home

JOSE TEUNISSEN

“Ik wil graag een vertrouwd gevoel oproepen met mijn kleding”, vertelt de succesvolle mode-ontwerper Aziz Bekkaoui vanuit zijn onberispelijke atelierzolder in het Amsterdamse West-Indisch huis. Alle patronen hangen er keurig geordend en de stoffen liggen er overzichtelijk uitgestald onder de snijtafels. Hier werkt een georganiseerde ontwerper die graag alles onder controle heeft. Die methode heeft succes. In nog geen twee jaar is de naam van Aziz Bekkaoui niet meer uit de internationale modewereld weg te denken.

“Kijk, ik ontwerp geen colberts”, vervolgt Bekkaoui zijn verhaal, “want daarin kun je hoogstens nog wat aan het silhouet veranderen of aan de stof. Maar ik probeer wel vanuit vertrouwde kledingstukken, nieuwe soorten kleren te maken die dezelfde functie hebben.” Voor Bekkaoui is zo'n 'nieuw' colbert dan bijvoorbeeld een overhemd waarin gedeeltes van een trui zijn vastgenaaid. Net als een colbert heeft de 'shirtrui' ook een binnenzak en voering. Het zit vele malen comfortabeler dan een colbert en oogt een stuk nonchalanter en informeler.

SPEELGOED Aziz Bekkaoui kwam als zesjarig jongetje uit Marokko naar Nederland. Zijn vader was automonteur en de droom van de modewereld stond mijlenver van hem af. “Wat ik wel al vroeg deed is dingen zelf maken”, vertelt de ontwerper. “In Marokko was bijvoorbeeld helemaal geen speelgoed, dus maakten we autootjes van afval. In mijn tienerjaren werd dat kleding voor mezelf om uit te gaan. Heel primitief hoor, dat zou geen kleermaker moeten zien, maar het maakte wel zo nieuwsgierig naar het vak dat ik in Arnhem mode ging studeren.” Hij leerde er het modevak in 'Arnhemse stijl': met veel nadruk op ambacht en het experimenteren met patronen, vallingen en bestaande kledingstukken.

Intussen is Bekkaoui uitgegroeid tot een herkenbare Arnhemse mode-ontwerper, maar hij vult die invalshoek op zijn manier in. Hij probeert bestaande kledingstukken zo te combineren dat ze vloeiend in elkaar overgaan. Behalve de shirtrui heeft hij bijvoorbeeld ook een jurk die er door de bloezingen uitziet als een losse blouse en rok. En gebreide jurken met randjes die een twinset suggereren dat er niet is. Qua ideeën en patronen is het allemaal volgens de Arnhemse school, maar zijn dessins en stofkeuzen zijn dat niet. Die verraden een rijkdom een verfijning en smaak die niet Nederlands is: ze zijn rijker en royaler.

“Toch hou ik in me in mijn ontwerpen niet bewust bezig met Marokkaanse invloeden”, zegt Bekkaoui. “Ik voel me echt een Nederlandse ontwerper. Ik weet dat er soms wel exotische invloeden insluipen en dat hou ik ook niet tegen, maar je ziet ze niet een, twee, drie, denk ik.”

PACO RABANNE Toch zou het weleens juist die eigenaardige mix kunnen zijn die Bekkaoui in korte tijd tot zo'n enorm succes maken. Vorig jaar, kort na zijn afstuderen, won Bekkaoui de belangrijkste modeprijs in Franse Hyères. Toevallig las couturier Paco Rabanne daarvan een verslag in Libération en vond hem zo interessant dat hij hem liet optreden in Parijs in het voorprogramma van zijn coutureshow vorig jaar juli. En alsof dat nog niet genoeg was - tijdens de show Paco Rabanne kregen de Saoedi-Arabiërs in de zaal last van chauvinistische gevoelens. Eindelijk iemand van Arabische afkomst, al komt ie dan uit Nederland, die naam maakte in de mode. Zij nodigden hem als een verloren zoon uit om in hun land een show te komen geven. Er volgden publicaties in tijdschriften en televisieoptredens over de gehele wereld.

CHEFKOK “Al die publiciteit toen was niet te geloven”, vertelt Bekkaoui nog enthousiast, “maar daarmee ben je er niet.” Daarom stippelde Bekkaoui vanaf dat moment zijn eigen weg uit. Hij deed geen shows meer - stuurde nog wel zijn kleding naar Saoedi-Arabië, maar ging zelf niet mee en zei zelfs een uitnodiging voor de prestigieuze London Fashion week af. Hij besteedde zijn tijd liever aan het maken van een draagbare mannen- en vrouwencollectie die echt in de winkel verkocht kan worden. Bekkaoui: “Ik kon natuurlijk nog jaren op mijn zolderkamer collecties voor shows blijven ontwerpen. Maar pas met een draagbare collectie, die je in serie kunt maken en verkopen, bewijs je dat je echt bestaat. Als ontwerper ben je toch de chefkok van de keuken, dat betekent dat je boven op je collectie moet zitten. Je moet stoffen zelf uitzoeken en patronen zelf ontwikkelen.”

VAN BINNENUIT Dat vakmatige is wat Nederlandse en Belgische mode-ontwerpers van de rest onderscheidt, meent Bekkaoui. Een Engelse ontwerper als Galliano levert wel veel nieuwe ideeën, maar laat ze door zijn vakmensen uitvoeren. “Die levert dus eigenlijk een decor aan dat anderen draagbaar moeten zien te maken”, legt Bekkaoui uit. “Als je vakmatig ontwerper bent, zoals ik, dan begin je bij de basis. Het nieuwe plak je dan niet aan de buitenkant, maar je maakt het van binnenuit en dat kost veel tijd.”

Ook de stap om een merk te worden ging Bekkaoui gemakkelijk af. Binnen een jaar lukte het hem om het label AZIZ Bekkaoui in de beste winkels van Tokio, Parijs, New York en Antwerpen verkocht te krijgen. Hij is zelfs al zover (gerenommeerde ontwerpers doen daar jaren over) dat stoffenfabrikanten op zijn verzoek speciale stoffen voor hem ontwikkelen.

GEEN KRUIWAGENS Het is hem allemaal gelukt zonder kruiwagens, deskundige adviseurs of zelfs maar een secretaresse. Dat is bijzonder want veel beginners struikelen de eerste jaren over oplichters, stoffen die niet op tijd geleverd worden en wanbetalende winkeliers. “Nou”, zegt Bekkaoui, “ik ben te verlegen om deskundigen in te schakelen, maar mij is het nog niet overkomen dat ik een stof in het paars kreeg in plaats van het bestelde blauw. Ik ben heel georganiseerd en ik heb een drive om precies die dingen te vinden die ik zoek en mensen daarvoor enthousiast te maken. En juist die persoonlijke betrokkenheid is belangrijk: daarom kopen sommige winkels ook bij me in. Ze weten dat de ontwerper zelf in de stand zit, zelf zijn proefmodellen maakt en patronen ontwikkelt. Dat enthousiasme en die betrokkenheid spreekt aan.”

Deel dit artikel