Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Azghari / Ik zeg iets en vraag de ander daarover na te denken

Home

Rob Pietersen

Ruim vijf jaar lang schreef hij columns in Trouw. Hij leverde kritiek, beet van zich af, zocht het debat en opperde van alles en nog wat om de samenleving te verbeteren. Youssef Azghari is een optimist.

Het gaat de goede kant op met de integratie. Maar natuurlijk kan het sneller. Youssef Azghari: „Soms denk ik wel eens: ik moet de politiek in. Want alleen maar al die ideeën in je column opschrijven is één ding, de verantwoordelijkheid nemen en ermee aan de slag gaan, is een andere stap.”

Maar de politiek... Dat is waar hij zich zo vaak tegen afzet. En vooral de politieke correctheid: daar gruwelt hij van. „Je ziet het aan Aboutaleb: in Den Haag word je ingekapseld in partijpolitiek, houden ze elkaar in de tang. Daar kun je niet meer zeggen wat je wil.”

Politieke correctheid: Azghari denkt dat de huidige problemen bij de integratie daarmee begonnen zijn. Problemen werden niet benoemd, wat slecht ging werd goed gepraat, angstgevoelens bleven achter de voordeur, Den Haag zweeg. En het ongenoegen werd steeds groter, constateerde Azghari die in 1977 op zesjarige leeftijd met zijn ouders naar Nederland verhuisde.

Hun ’beloofde land’ bleek een ’asociale buurt’. Het Marokkaanse gezin werd vergast op geluidsoverlast. Met de liedjes van Zangeres zonder Naam en Hazes in voor- en achtertuin, en dwars door de muren heen. Met Oranjegekte als er gevoetbald werd. Ze zagen heel veel naakt op zomerse dagen.

„Al die korte rokjes, blote shirtjes. Voor ons als nieuwkomers leek het alsof we tussen de vrouwen van lichte zeden woonden. We vonden die Nederlanders luidruchtig, onbeschoft en ongeïnteresseerd. Ze noemden ons ook nog Turken.”

Later besefte Azghari dat ook voor de autochtone Tilburgers het leven veranderde. „Zij schrokken van schapen die op balkons werden geslacht, zagen vrouwen die werden onderdrukt, kinderen die werden geslagen en slecht werden opgevoed: want ze speelden nog zo laat buiten. Dat was de valse start, het eendimensionale beeld. En omdat er niet over werd gepraat groeiden de ergernissen.”

Dinsdag schreef de 36-jarige Marokkaanse Tilburger, getrouwd met een Nederlandse vrouw, zijn laatste column. Eén van de eerste van de docent communicatie, cultuur en ethiek aan Avans Hogeschool in Breda en Den Bosch ging over Pim Fortuyn, precies een jaar na diens dood. ’Fortuyn opende terecht aanval op moslims’, stond erboven. „Fortuyn was niet laf. Hij wekte in ieder geval de indruk dat hij echt wat wilde verbeteren. Het is jammer dat zijn volgelingen dat idee hebben verkwanseld.”

Na de moord op Fortuyn gingen zijn vingers jeuken. „Ik was geïrriteerd, boos. Ik hoorde niemand mijn geluid verkondigen. Op tv, in de kranten stonden steeds weer de extreme polen tegenover elkaar. Hirsi Ali tegenover Abu Jahjah, atheïsten of ex-moslims tegenover radicale imams of bekeerlingen, de gefrustreerden tegenover mensen zonder zelfkritisch vermogen. Het podium was voor knuffelallochtonen en mediasletten. Er kwamen weinig andere opvattingen aan bod, de meerderheid zweeg.”

In de ogen van Azghari zijn politica Hirsi Ali, jurist en publicist Ellian en ex-moslim Jami ’Nederlandser dan de Nederlanders’. Ze zijn opgegroeid in landen als Iran, Somalië, waar op vrijuit praten de doodstraf staat en denken al levensgevaarlijk is. Dan komen ze hier en mogen ze ineens alles zeggen. „Dan trekken ze de hele beerput open. Het is net als die mensen uit drooggelegde landen die naar het buitenland gaan en daar niet gewoon een glaasje alcohol drinken, maar zich gaan bezatten. Of met junks en drugsdealers die ineens het geloof vinden en dan heel extreem worden.”

„Het zijn allemaal labiele persoonlijkheden. Autochtone Nederlanders zijn met die vrijheden opgegroeid. Maar ook met het idee waar hun vrijheden ophouden en waar je andere mensen beschadigt. Bij hen is dat tweede natuur. Ik vind dat de omgang met de vrijheid van meningsuiting onderdeel moet uitmaken van de inburgeringscursussen.”

Hij is tegen boerka’s, maar waarschuwt voor choquerende homo’s: „Dat werkt niet bij moslims. We moeten onze eigen jihad voeren, ons eigen emancipatieproces ondergaan. Op onze eigen manier.” Hij had respect voor Fortuyn, waarschuwde voor radicale imams. Met die opvattingen kreeg hij van alle kanten kritiek.

„Als columnist maak je meer vijanden dan vrienden. Anders ben je geen goeie. Ik ben bedreigd, maar heb geen concessies gedaan. Ik hoorde uit de Marokkaanse gemeenschap dat ik de islam moest verdedigen. Maar waarom? De islam houdt zichzelf al ruim 14 eeuwen staande. En heeft mij niet nodig om nog 14 eeuwen te blijven bestaan.”

Ik ben openminded, liberaal, zegt hij. Om zich heen ziet hij vooral veel starheid, conservatisme, intolerantie. „Ik ben verknocht aan de Nederlandse naïviteit, de onbevangenheid om de wereld te willen verbeteren door alles bespreekbaar te maken, de problemen onder een vergrootglas te leggen. Ik verdedig Nederland, de cultuur van vertrouwen en vrijheid. En ik waarschuw voor de mensen die daar misbruik van maken.”

Hij vindt dat veel columnisten choqueren, polariseren om te polariseren, of hun frustraties van zich afschrijven. „Dat heb ik nooit gedaan. Met mijn frustraties ga ik een ander niet belasten.”

Zijn columns bevatten nooit definitieve conclusies, zegt hij. Het waren voorlopige meningen. Als je ouder wordt, meer luistert en discussieert, kunnen meningen worden bijgesteld. „Ik heb geen kant en klare antwoorden zoals zelfbenoemde moslimvoormannen als Cheppih en Eddaoudi, godsdienstfanaten als de Samir A’s en Samir B’s, of hoe die betweters ook mogen heten. Zo’n polderimam als Cheppih zegt: ’ik zeg dit, volg mij’. Ik zeg iets en vraag de ander daarover na te denken.”

Daarvoor zocht hij de discussie en daar zal hij mee doorgaan. Ook al is het lastig, zo ervoer hij. „Iedereen zoekt in het debat zijn eigen tegenstander. Ik wil graag debatteren met mensen als Wilders, Ellian, arabist en moslimhater Hans Jansen, publicist Paul Scheffer, AEL-voorman Abu Jahjah en bekeerlingen als Abdul Jabbar van de Ven. Die gebruiken zoveel grote woorden, maar als het erop aankomt, durven ze niet. Ze kibbelen liever wat over en weer met straatschoffies, of met radicalen. Maar op hoog niveau debatteren willen ze niet.”

Toch is hij met elk geluid blij. Het gaat er niet altijd om wat er wordt gezegd, maar dat er iets wordt gezegd. Ook domme mensen hebben recht op vrijheid van meningsuiting. Laat ze maar: dan kunnen we erover praten, zegt hij. Zo voerde hij zelf een gesprekje met een mevrouw uit een volkswijk die zo’n hekel aan moslims had. „Ik vroeg ’waarom?’. Bleek dat ze in de buurt geen varkenskoteletje meer kon kopen.”

„Ik heb helemaal niets met politiek correcte mensen. De grootste winst van de afgelopen vijf jaar is dat die krampachtigheid verdwenen is. De angst voor allochtonen, de onvrede, bestaat al heel lang. Maar de aanhangers van Wilders en Verdonk stemden niet, omdat ze dat ongenoegen nooit terughoorden van al die politiek correcte politici.”

Daar is hij Wilders –een xenofoob, een racist in zijn ogen toch– zelfs bijna dankbaar voor. „Ik hoop dat hij nog even op de voorgrond blijft. Qua denken en spreken is hij namelijk een evenbeeld van moslimextremisten. De meerderheid van de moslims zal in debat met deze fanatici worden gedwongen daar ook fel afstand van te nemen.”

„Maar binnenkort zullen mensen aan hem vragen: ’hé Geert’, heb je nog iets anders te melden dan dat alle moslims het land uitgepest moeten worden? En dan blijft het stil.”

De tijd van de schouderklopjes voor moslims is voorbij. Nederland is met vuistslagen wakker geschud, zegt hij. Er is veel kapotgemaakt, veel vertrouwen geschaad en angst gezaaid door de populistische politici, sommige bange columnisten en de politieke moorden. „Maar zonder het allemaal haarscherp te benoemen kun je geen vooruitgang boeken.”

„We praten nu open over de problemen van de multiculturele samenleving. Over zwarte wijken en zwarte scholen. Maar ook over zwarte gevangenissen. Nu wordt het tijd dat we de problemen ook echt gaan oplossen.”


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel