Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Astrid Holleeder: Ik heb pas rust als hij er niet meer is

Home

Arjan Visser

Astrid Holleeder © Mark Kohn
tien geboden

In de serie 'tien geboden' interviewt Arjan Visser wekelijks bekende en minder bekende Nederlanders aan de hand van de Bijbelse tien geboden over hun leven, wereldbeeld en religie. Vandaag: Astrid Holleeder (Amsterdam, 1965), advocaat en schrijfster. 

In 2015 legde Astrid Holleeder - samen met haar zus Sonja en met Sandra, de ex-vriendin van Willem Holleeder - belastende verklaringen af in het Passageproces en tegen haar broer in het bijzonder. Willem Holleeder heeft daarna, volgens het Openbaar Ministerie, vanuit zijn cel opdracht gegeven om de drie vrouwen - plus misdaadverslaggever Peter R. de Vries - te liquideren. 

Lees verder na de advertentie

Astrid Holleeder leeft sinds haar verklaringen ondergedoken en verschijnt niet meer in het openbaar. Over haar beslissing om tegen haar broer te getuigen schreef ze het boek 'Judas'. Dit jaar verscheen een roman over de gevolgen van die beslissing: 'Dagboek van een getuige'. 

Willem Holleeder wordt vervolgd vanwege zijn beweerde betrokkenheid bij een reeks afrekeningen, waaronder de liquidaties van mede-Heinekenontvoerder Cor van Hout en vastgoedmagnaat Willem Endstra. De inhoudelijke behandeling van de strafzaak begint op 5 februari.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

"Op een dag, toen ik helemaal rock-bottom zat, vroeg ik me af hoe het mogelijk was dat sommige mensen zo hun gang maar kunnen gaan. Hoe ze iedereen doodongelukkig maken, een spoor van vernielingen achter zich laten en er nog mee wegkomen ook. Ik ben niet religieus opgevoed. Ik ken geen God die voor alles een bedoeling heeft. Hoe moest ik dán met die onrechtvaardigheid omgaan?

"Ik ben gaan lezen, gaan zoeken naar een handvat en kwam uiteindelijk uit bij de geloofsbelijdenis van de oerchristenen. Van alles wat ik over de Nag Hammadigeschriften heb gelezen (verzameling teksten uit de begintijd van het christendom, in 1945 gevonden nabij het Egyptische plaatsje Nag Hammadi - AV) is vooral het gedeelte over de universele wet van oorzaak en gevolg me bijgebleven.

Karma is mijn God. Alles wat je veroorzaakt, krijg je een keer terug.

"Daar hou ik me aan vast. Oorzaak en gevolg. Karma is mijn God. Alles wat je veroorzaakt, krijg je een keer terug."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Mijn broer werd verafgood, opgehemeld, tot knuffelcrimineel gedoopt. Hij ging zelf ook helemaal in die rol geloven. Als je op straat loopt en iedereen schreeuwt naar je, steekt zijn duim omhoog, wil een handtekening of met je op de foto, dan krijg je toch het idee dat je positief wordt gewaardeerd.

"Ik begrijp die aanbidding wel. Wim is een mooie, charismatische verschijning. Lang, krachtig, breed, sterke kop. Kijk maar naar de manier waarop hij loopt: een alfa-man, een leidersfiguur. Als de donkere kant van het bestaan er zó uitziet, wil je daar wel bij horen. Een beetje stout zijn. Misschien konden die mensen - terwijl ze een selfie met hem maakten - niet geloven dat dit de man was die een pact met de duivel had gesloten. Ik wist het. Ik wist waartoe hij in staat was, wat er allemaal was gebeurd en waarover nog niet gesproken was."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"In mijn hart ben ik nog steeds een Jordanese, een meisje van de straat. Jordanezen kunnen behoorlijk schelden, maar dat moet je wel in de juiste context zien. Een kankerlijer is niet iemand die aan kanker lijdt, maar gewoon een vervelende schijtbak, een persoon met nare eigenschappen. Ik zal niet snel iemand een ernstige ziekte toewensen en de naam van God gebruik ik sowieso niet ijdel. Uit respect voor de mensen die in God geloven, ja, maar ook omdat ik er zelf óók van overtuigd ben dat er iets groters bestaat. Iets wat we niet kennen, maar wel moeten erkennen. Een oerkracht. Laat ik het simpel houden: ik kan een zaadje planten, maar wie heeft de boom gemaakt? Mensen maken vooral dingen kapot. We maken ruzie, oorlog en andere shit. We vinden onszelf ontzettend belangrijk, maar in feite stellen we heel weinig voor."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Als ik kerkgezang hoor, lopen de rillingen over mijn rug. Nog steeds. Op zondag was mijn vader thuis. De hele dag."

Ik hoopte altijd dat hij onmiddellijk fysiek geweld ging gebruiken, dan was ik er maar vanaf.

V Eer uw vader en uw moeder

"Noem zijn naam en al die beelden komen terug: hoe hij op zijn 'troon' zit, stomdronken, hoe hij ons allemaal verrot scheldt en in elkaar trapt. Hoe hij me dwingt om alles wat ik heb uitgekotst weer op te eten, hoe hij naar de zolder komt waar wij slapen om degene die wakker is uit te schelden, te schoppen of te slaan. Ik hoopte altijd dat hij onmiddellijk fysiek geweld ging gebruiken, dan was ik er maar vanaf. Op den duur voelde ik toch niets meer. Alles beter dan die vreselijke dreiging.

"In de vensterbank had ik stiekem de letters P I E P gekrast: Papa Is Een Poot. Dat was het ergste scheldwoord dat ik voor hem kon bedenken. Zodra hij begon te tieren, fluisterde ik zachtjes: 'Pieppieppiep...' Zo deed ik toch nog iets terug. Op een dag sloeg hij Sonja met haar hoofd tegen het marmeren blad van het dressoir. Mijn moeder en ik wisten hem van haar af te trekken. Hij draaide zich naar mij om, sloeg me links en rechts in mijn gezicht en schreeuwde: 'Eruit!' Ik was tegen hem in opstand gekomen en dit was de consequentie. Ik was dertien en stond op straat. Mijn moeder besloot niet lang daarna om bij hem weg te gaan, maar nadat de hele buurt zich ermee ging bemoeien - het was toch zo zielig voor die man - is ze toch weer bij hem ingetrokken. En ik moest mee. Na twee jaar van verschrikkelijke terreur zijn ze alsnog uit elkaar gegaan. Ik zou mijn vader pas tien jaar later weer zien.

"Hij lag in het ziekenhuis. Omdat hij van antiek hield, had ik een doosje met een paar halve centen voor hem meegenomen, dan hadden we in ieder geval iets om over te praten. Het was zo'n doosje met van die watjes, weet je wel? God, ik zie mezelf daar weer staan... Hij keek niet eens naar wat ik voor hem had meegebracht. Ik vertelde hem dat ik rechten studeerde en dat ik advocaat wilde worden. Hij lachte me uit en zei dat ik dan zeker fietsendieven zou gaan verdedigen. Dat was alles. Mijn vader had zich nooit voor mij geïnteresseerd. Hij was alleen met zichzelf bezig. Gelukkig stierf hij niet veel later.

Ik heb niet één positieve ervaring met mijn vader gehad.

"Ik heb die man extreem gehaat. Ik heb niet één positieve ervaring met mijn vader gehad. Nu weet ik wie hij was. Mijn vader was niet iemand die nu eenmaal te veel dronk en dan vervelend werd, hij had een diepe, psychiatrische stoornis.

"Toen mijn moeder terugging naar haar man was ik heel erg boos op haar. Later kon ik het wel begrijpen: ze had geen geld, geen huis. Waar moest ze dán heen? Mijn moeder kon als geen ander doen alsof dingen niet bestonden. Ze liet het gebeuren. Zo heeft ze het overleefd. Zo heeft ze haar gezin erdoorheen gesleept. Ze is nu 82. Als ze hier zou binnenstappen, zou je denken: wat een sterke, positieve vrouw! Ze heeft een pak ellende gehad, maar mijn moeder is absoluut geen zielig vogeltje. Je zult haar nooit horen zeggen dat ze jarenlang door haar man is mishandeld. Het is gebeurd. Klaar. Schouders eronder. Verder met het leven. Het gekke is: de instelling die ik haar het meest kwalijk heb genomen is nu mijn eigen overlevingsmechanisme geworden. Ik klaag niet. Ik ga door."

VI Gij zult niet doodslaan

"Ik heb er nog steeds spijt van dat ik Wim niet heb vermoord. De dood is namelijk veel humaner dan voor de rest van je leven opgesloten te moeten zitten. Wim heeft gezegd dat ik nu, vanwege mijn getuigenis tegen hem, als eerste moet worden omgelegd. Dat snap ik. Ik wist dat ik mijn doodvonnis tekende. Tegelijkertijd moest ik hem stoppen omdat hij niet alleen opdracht had gegeven voor de liquidatie van Cor (Cor van Hout, Heineken-ontvoerder, echtgenoot van Sonja Holleeder, vermoord op 24 januari 2003 - AV) en vijf andere criminelen, maar ook dreigde Sonja's kinderen te laten vermoorden.

Wim is een lafaard. Hij laat anderen het vuile werk opknappen en maakt daarmee dus ook de levens van de opdrachtnemers kapot.

"Wim is een lafaard. Hij laat anderen het vuile werk opknappen en maakt daarmee dus ook de levens van de opdrachtnemers kapot. Hij verspreidt het kwaad. In zekere zin is hij daarmee een grotere misdadiger dan degene die de moord uiteindelijk pleegt.

"Het zal voor mij niet veel uitmaken welke straf hij krijgt; Wim zal pas rusten als ik dood ben. En ik heb pas rust als hij er niet meer is. Ja, het lijkt nu wel tussen ons te gaan. Hij of ik. Zo ziet Wim het ook. Misschien is een shoot-out wel de beste oplossing: wij samen in één ruimte en dat je dan na afloop twee lijken weg kan dragen. Dan heb je die langslepende rechtszaak ook niet meer nodig. Is het gewoon in één keer allemaal afgelopen."

VII Gij zult niet echtbreken

"Mijn opa zoende me als klein meisje vol op mijn mond in het schuurtje achter zijn huis, mijn vader heeft me geestelijk en lichamelijk mishandeld: ik heb niet echt een goed oermodel van de man meegekregen. Toch zit 't hem niet per se in het verschil tussen mannen en vrouwen, ik ben gewoon ongeschikt voor intieme relaties. Hoe moet ik me tot de ander verhouden? Hoe doe je zoiets? Het begin is altijd leuk en vrolijk, maar daarna doe ik iets waardoor mijn partners gaan veranderen. Ik word angstig, ik word jaloers, ik ga spoken zien. Ik maak monsters van die mannen. Monsters die ik vervolgens uit mijn leven moet zien te verjagen. Het gaat dus niet over verkeerde keuzes, maar over mijn talent om elke relatie te verprutsen.

Ik vind het idee dat ik nu geen vernielingen in de levens van anderen kan aanrichten erg prettig. Het is beter zo.

"Het is op dit moment in alle opzichten onmogelijk om mezelf te laten gaan. Ik ben een vluchtend hert. Ik moet alert zijn. Los daarvan: ik vind het idee dat ik nu geen vernielingen in de levens van anderen kan aanrichten ook erg prettig. Het is beter zo. Ik ben meer in balans. Ik houd afstand. Letterlijk. Ik vind jou een aardige man, maar je hoeft niet op mijn schoot te komen zitten. En ik ben ook niet zo van het zoenen. Iedereen krijgt van mij een hand ... dat zal ongetwijfeld iets met vroeger te maken hebben: ik kan er maar beter voor zorgen dat een ander niet al te dichtbij kan komen."

VIII Gij zult niet stelen

"In de Jordaan maakte het niet uit hoe je je geld verdiende, zolang je er maar geen ellende mee uitrichtte. Er was een levendige ruilhandel in partijtjes goederen die ergens 'op de kop' waren 'getikt'. Het was een systeem dat heel goed past bij de lagere sociale klasse: als we het niet kunnen kopen, dan gaan we het wel ergens pakken. Ik heb daarom altijd meer moeite gehad met wat ze Heineken en Doderer hebben aangedaan, dan met het feit dat die acht miljoen gulden van het resterende losgeld nooit boven water is gekomen. Geld zegt me niks. Ik weet dat ze het niet hebben verbrand - zoals Wim altijd is blijven beweren - en als Cor een etentje gaf, begreep ik echt wel dat we op kosten van meneer Heineken aan tafel zaten, maar ik heb er nooit wakker van gelegen. In zekere zin heb ik me dus schuldig gemaakt aan heling. Misschien leefde ik in die jaren ook in een cocon. Het was wij tegen de rest van de wereld. Door Wims toedoen werden wij, Holleeders, maatschappelijk uitgescheten. Hoe voorbeeldig ik me ook gedraag, ik zal altijd de zus zijn van de man die twee oudere heren drie weken lang in doodsangst aan een paar kettingen gevangen heeft gehouden."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Juist om te voorkomen dat iemand zou kunnen beweren dat ik een valse getuigenis had afgelegd, besloot ik de gesprekken met Wim twee jaar lang op te nemen. Ik wist dat hij door zijn status van knuffelcrimineel een voorsprong had en hij als geen ander in staat is om dingen te weerleggen. Nu had ik het op tape: hoe jongetjes zich aanbieden om liquidaties voor hem uit te voeren, hoe hij over dood en leven praat alsof het over een pakkie kauwgom kopen gaat.

Hij vertrouwde mij ... ik heb het ultieme verraad gepleegd.

Het klinkt misschien gek, maar als ik zijn advocaat was - ik héb hem ook vaak bijgestaan - zou ik aanvoeren dat er meer juridisch bewijs nodig is om tot een veroordeling te komen. Maar misschien zeg ik dat ook wel omdat ik mezelf ervan wil overtuigen dat hij niet alleen door mijn toedoen tot levenslang zal worden veroordeeld. Hij vertrouwde mij ... ik heb het ultieme verraad gepleegd. Dat ik daarmee anderen heb willen beschermen, doe daar niets aan af. Ik houd van Wim. En ik heb hem verraden."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Het leven ís geen Pall Mall-reclame waarin we met z'n allen zongebruind in een bootje op de Middellandse Zee ronddobberen. Voor de meeste mensen is het leven lijden. Dit is het. Hier moet je het mee doen. 

Ik leid geen ideaal, alledaags bestaan, maar zo erg als het was, wordt het voor mij nooit meer. De doodsbedreiging van Wim is peanuts vergeleken met alles wat ik vroeger thuis heb meegemaakt. Weet je wat ik nu het verdrietigst vind? Dat ik niet de oma voor mijn kleinkinderen ben die ik zou willen zijn. Laatst zei mijn dochter dat ze eraan dacht om een gastouder in te schakelen voor de opvang. Dan breekt mijn hart, echt waar. Ik was het ineens zo beu, dat ik dacht: fuck it, wat kan het mij eigenlijk allemaal nog schelen? Ik ga gewoon, zonder beveiliging, zonder vermomming de straat op. Natuurlijk, het is voor mijn nabestaanden vreselijk als ik word vermoord, maar voor mezelf: Ik zal je eerlijk zeggen dat er momenten zijn waarop ik bijna naar het einde kan verlangen. Eerst moest 'Judas' geschreven worden, daarna was het belangrijk dat 'Dagboek van een getuige' er zou komen. Ik móest blijven leven om mijn verhaal te doen. Ik heb mijn best gedaan om het leed van anderen te verzachten. Ik heb herinneringen aangemaakt. Ik heb alles eruit gehaald wat erin zat. Als het hier stopt, hoop ik in de harten van zoveel mogelijk mensen verder te leven."

Bekijk voor meer artikelen ons dossier: 'Tien geboden'. 

Deel dit artikel

Karma is mijn God. Alles wat je veroorzaakt, krijg je een keer terug.

Ik hoopte altijd dat hij onmiddellijk fysiek geweld ging gebruiken, dan was ik er maar vanaf.

Ik heb niet één positieve ervaring met mijn vader gehad.

Wim is een lafaard. Hij laat anderen het vuile werk opknappen en maakt daarmee dus ook de levens van de opdrachtnemers kapot.

Ik vind het idee dat ik nu geen vernielingen in de levens van anderen kan aanrichten erg prettig. Het is beter zo.

Hij vertrouwde mij ... ik heb het ultieme verraad gepleegd.