Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Asterix ziet Abraham

Home

Marijn Kruk

Het begon in 1959 in een piepklein flatje in een voorstad van Parijs. Daar schiepen René Goscinny en Albert Uderzo de beroemdste Galliërs van de wereld, Asterix en Obelix.

Het gaat er dan toch echt van komen. Vandaag begeven de Galliërs zich buiten de palissade van hun onverwoestbare dorp en nemen ze bezit van Parijs. Oeps. Lutetia natuurlijk, zoals de Romeinse legerplaats heette voordat het de Franse hoofdstad werd.

Op niet minder dan tien plaatsen, waaronder Place de la Concorde en de Eiffeltoren, vinden manifestaties plaats, waarbij het traditionele feestmaal aan het einde van ieder album zal verbleken.

Parijs, Frankrijk, ja, de hele wereld zal het weten. Asterix en Obelix, de legendarische helden van tekenaar Albert Uderzo en schrijver René Goscinny, bestaan vandaag vijftig jaar. De invasie van Parijs werd voorafgegaan door de lancering van een jubileumalbum: ’De verjaardag van Asterix en Obelix: Het Guldenboek’. De wereldwijde oplage bedraagt drie miljoen exemplaren.

In een halve eeuw groeiden de twee besnorde Galliërs uit tot een begrip. Neem alleen al Frankrijk: Sinds 1959 werden 325 miljoen albums verkocht en zagen elf films het licht (waarvan drie met echte acteurs). Ten noorden van Parijs verrees een pretpark dat dit jaar zijn twintigste verjaardag viert. Na Disneyland-Parijs is het het best bezochte van het land. Kreten als ’bij Toetatis!’ en ’de Gal...Gal... Galliërs!’ werden gevleugeld en het kleine dorpje dat zich manhaftig blijft verzetten groeide uit tot een metafoor voor de Franse verzetscultuur.

Tegenwoordig zijn de striphelden zelfs onderwerp van academisch onderzoek. Zo promoveerde Nicolas Rouvière in 2004 met zijn boek ’Astérix ou les lumières de la civilization’, volgens dagblad Le Monde het beste universitaire werk van het jaar. Het boek werd tot in The Times Literary Supplement besproken. „Ik ben in de spreekwoordelijke toverketel gevallen”, zegt Rouvière over de telefoon vanuit Grenoble. „Als kind verslond ik alle albums.”

Ter verklaring van het onmiddellijke succes van de strip wijst de jonge wetenschapper naar de historische context van de jaren vijftig. „Met zijn mythe van een glorieus en verenigd verzet tegen de Duitsers probeerde president De Gaulle het duistere collaboratieverleden naar de achtergrond te dringen. Asterix en Obelix sloten daar perfect op aan.”

De grote kracht van Goscinny en Uderzo is volgens Rouvière dat zij steeds subtiel bleven inspelen op gevoeligheden in de Franse cultuur.

De afkeer van het Amerikaanse culturele imperialisme bijvoorbeeld. „Neem een album als ’De Grote oversteek’ (1975). Daarin ontdekken Asterix en Obelix bij toeval het Amerikaanse continent. Ze keren echter gedesillusioneerd huiswaarts als ze er niets bijzonders ontdekken: een subtiele verwijzing naar hoe er destijds door veel Fransen over de Amerikaanse massacultuur werd gedacht.”

Dat de strip ook de rest van de wereld aanspreekt, verbaast Rouvière niet. De Disney-achtige tekeningen en het burleske karakter spelen uiteraard een rol. „Daarbij gaat steeds om stereotypen en culturele referenties die iedereen kent: de koele Brit, de luie Corsicaan, de heethoofdige Spanjaard. Die worden vervolgens tot in het belachelijke opgeblazen.”

De ontstaansgeschiedenis van Asterix en Obelix is al vaak verteld: op een achternamiddag in 1959 kwamen Goscinny en Uderzo bij elkaar in het minuscule flatje van de laatste in de Parijse voorstad Bobigny. Ze wilden iets doen met het verhaal van de Vos Reinaerde voor het stripblad Pilote, maar dat bleek al eens gedaan. Ze bladerden wat door een geschiedenisboek en stuitten op de Galliërs. Binnen twee uur schetsten ze de contouren van het dorpje en de personages. Het succes bleek verzekerd.

Krap twintig jaar later overleed Goscinny op een manier die hij alleen zelf had kunnen verzinnen: in 1977 kreeg hij een hartaanval op de hometrainer in de behandelkamer van zijn cardioloog.

Uderzo besloot alleen verder te gaan. Niet iedereen vond dat een succes. De albums bleven komen en bleven verkopen, maar de critici lieten hem vallen. Het vorige week uitgebrachte jubileumboek werd vrijwel unaniem neergesabeld in de Franse pers.

„Geen intrige, een alibi voor de tekenaar om zich uit te leven in een chaotische visuele montage” oordeelde weekblad Le Nouvel Observateur onverbiddelijk.

En: „Liefde maakt ongetwijfeld blind, maar de vraag dringt zich op hoelang de passie nog zal duren.”

„Het geheim van een goed stripalbum is de chemie tussen een scenarist en een tekenaar”, zegt Gilles Ratier vanaf zijn vakantieadres in Limoges. Ratier is behalve gezaghebbend striprecensent ook voorzitter van de Association des Critiques et des Journalistes de Bande Dessinée. Deze bond verenigt meer dan tachtig journalisten die de Franse strip een warm hart toedragen. Want dankzij alle tumult die de om aandacht vechtende Galliërs veroorzaken, zou je het bijna vergeten: de strip is in Frankrijk niet louter een bron van vermaak voor kinderen en een handjevol fanatici. Het geldt als een eerbiedwaardig en zeer serieus te nemen genre – ’de negende kunst’ zoals de tekenaar Francis Lacassin het eind jaren zestig formuleerde.

Zo aarzelt een deftige krant als Le Monde niet om een in stripvorm uitgegeven Geschiedenis van Frankrijk op de markt te brengen.

De 285 uitgevers van stripalbums die Frankrijk telt, brengen jaarlijks duizenden titels uit en halen daarmee rond de 350 miljoen euro op. Het stripfestival van Angoulême (het grootste van Europa) reikt elk jaar in januari een viertal belangrijke internationale prijzen uit.

Waar komt de voorliefde voor de strip in Frankrijk eigenlijk vandaan? Ratier wijst op lange traditie van karikaturen en spotprenten. „Het stripverhaal is daar in zekere zin een voorzetting van.”

Vladimir Lecointre houdt het op de levendige beeldcultuur van de katholieke kerk. „Die maakte Fransen vertrouwd met het denken in beelden.” Lecointre drijft de stripwinkel Aaapoum Bapoum in de Rue Dante in Parijs. Maar liefs zeven soortgelijke winkels bevinden zich hier in de buurt. „Kijk hier maar eens”, zegt hij terwijl hij een collectors item van de Franse tekenaar Guy Peellaert uit een van de houten wijnkisten trekt waar de albums in gerangschikt zijn. Het is ’Pravda, la Survireuse’ uit 1968. „Een echte klassieker”, aldus Lecointre. „Dit zou ik meenemen als ik een jaar op een onbewoond eiland moet doorbrengen.”

Volgens Lecointre is de strip uiteindelijk toch pas in de jaren tachtig in Frankrijk echt volwassen geworden. Ratier beaamt dat. „De thematiek werd gevarieerder, rijker en complexer. Denk maar aan de sociale geëngageerde strips van iemand als Etienne Davodeau. Vooral zijn album ’Rural!’, over de Franse plattelandscultuur. Of neem ’Les Petits Ruisseaux’ van Pascal Rabaté, dat handelt over het thema ouderdom en seksualiteit.”

„Het aanbod strekt zich tegenwoordig uit van licht vermaak als Asterix tot strips met een literaire aspiratie”, zegt Lecointre.

Wat de jarige Galliër betreft: uiteraard heeft Aaapoum Bapoum ook albums van de jarige held. „Maar alléén van voor 1977. Die latere albums, dat blijven toch een beetje de Barbaren in stripland.”

Lees verder na de advertentie
Tekenaar Albert Uderzo bedacht, met de in 1977 overleden schrijver René Goscinny, Asterix en Obelix. (FOTO AFP )

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie