Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Arts-premier kon Bouterse niet aan

Home

Van onze buitenlandredactie

In Paramaribo is gisternacht oud-president Henk Chin a Sen overleden. De arts/politicus stond in 1980 aan het hoofd van de eerste burgerregering in Suriname na de coup van militairen onder leiding van Desi Bouterse.

De naam van de internist werd onlangs nog genoemd door Bouterse als een mogelijke interimpresident, ter vervanging van de omstreden Jules Wijenbosch. Maar die suggestie werd in Paramaribo door niemand serieus genomen.

Hendrik Rudolf Chin a Sen (65) leidde sinds zijn terugkeer in Suriname in 1996 een teruggetrokken leven, ver van de politiek. Hij werkte in het St. Vincentiusziekenhuis in de hoofdstad en is daar dinsdagnacht gestorven aan de gevolgen van een hartaanval, zo heeft de directeur van het ziekenhuis bevestigd.

De arts woonde in de Verenigde Staten toen hij door de rebellerende militairen in Paramaribo werd gevraagd een regering te leiden. Dat was na hun staatsgreep in februari 1980. De 'diagnose' van de medicus was duidelijk: Suriname gleed naar de afgrond, de maatschappij was ontredderd en ziek. ,,Geen wonder dat ik ben aangezocht om de zaak weer gezond te maken.''

Chin a Sen wilde alle goedwillende krachten in het land bundelen, om een nieuw begin te maken, en om de kansen te grijpen die waren blijven liggen na de onafhankelijkheid in november 1975. Het kwam er niet van: uit onvrede over het optreden van Bouterse c.s. gaf de arts het op, vlak voor de tweede verjaardag van de coup, op 5 februari 1982.

Waar Bouterse en zijn kompanen Roy Horb en Iwan Graanoogst meer bevoegdheden eisten voor het militair gezag, wilde Chin a Sen zoiets als een grondwet, zodat iedereen wist waar hij zich aan te houden had. Maar de premier die het inmiddels tot president had geschopt, bleek onvoldoende gewicht te hebben om overeind te blijven in het machtsspel van de ook onderling ruziënde Surinaamse 'revolutionairen'.

Chin a Sen was op tijd weg: ten tijde van de decembermoorden, in '82, toen vijftien vooraanstaande Surinamers werden vermoord, zat hij veilig in de Verenigde Staten. Hij ging vervolgens in ballingschap in Nederland, vanwaar hij vijf jaar het verzet leidde tegen Bouterse, met zijn Raad voor de bevrijding van Suriname.

Dat leverde weinig op. Hij zag niets in praten met Bouterse, zoals zijn vroegere plaatsvervanger in het Surinaamse kabinet, André Haakmat, wilde. ,,Voor een dialoog heb je twee partijen nodig. Bouterse is geen partij'', verklaarde hij in 1984 in Trouw. Er waren volgens hem sterkere pressiemiddelen nodig, maar hij schuwde een 'militaire oplossing'. Hij zag een rol voor Nederland.

Zijn jaren in Nederland noemt hij in een recent interview met de Volkskrant zijn 'a-productieve jaren'. ,,Het was een periode waarin de telefoon voortdurend rinkelde. Maar uiteindelijk leek het zinloos verder te vechten.''

Met zijn vrouw verhuisde hij naar Hawaï, waar hij zijn dagen doorbracht als bibliothecaris. Drie jaar geleden keerden zij terug naar Suriname. Chin a Sen was verbijsterd door de verloedering en het verval door wanbestuur en corruptie. De hoop dat het beter zou gaan met het land, had hij na zijn terugkeer al snel laten varen.

Deel dit artikel