Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Arjan Ederveen

Home

Iris Pronk

Voor acteur Arjan Ederveen (1956) zijn het spannende weken. Op 13 september hoort hij of hij de Louis d’Or krijgt en twee weken later gaat de musical ’Hairspray’ in première. Daarin speelt hij de corpulente Edna Turnblad. „Een rol waarin ik veel van mezelf kwijt kan. Mijn gekte, mijn humor, mijn streberigheid.”

Ze dansen als gekken, zegt Arjan Ederveen, die even uitpuft in het repetitielokaal van studio Focus in Amsterdam. Daar werken jonge, in joggingbroeken gehulde artiesten aan de musical ’Hairspray’, die op 27 september in première gaat. Ze zweten en hijgen, zes dagen per week.

Tussen al die lenige lijven staat de boomlange vijftiger Ederveen, nu nog in stoere kakibroek en T-shirt. Op het podium draagt hij straks een ’dikmaakpak’ met ’enorme tieten’, zegt hij zelf. En daaroverheen een tent van een jurk, want hij speelt de corpulente Edna Turnblad. Zij is in deze campy sixties-musical de moeder van het dikke meisje Tracy, dat dolgraag als danseres wil doorbreken op tv.

Hij doet zichtbaar zijn best in deze Fame-achtige setting: pasje, pasje, armzwaai, armzwaai, en nog zingen ook. Het gaat niet vlekkeloos, maar no worries, zegt regisseur Martin Michel: „Je moet niet in paniek raken.”

Hij worstelt met ’die kutdyslexie’ en ook met ’een soort coördinatieding’, vertelt Ederveen later op een avond in zijn woning aan een Amsterdamse gracht. „Als ik aan de passen denk, dan vergeet ik mijn tekst. Ik voel me schuldig als ik de groep ophoud. Anderzijds zie ik mijn collega’s strugglen met spelscènes en die gaan mij weer makkelijk af.”

Ederveen is beweeglijk: hij doet danspassen voor, schenkt nescafé en later een rood wijntje in, steekt kaarsen aan, wiebelt op zijn stoel. Zijn we bijna klaar, vraagt hij na een uur. Interviews geven is niet helemaal ’zijn ding’: „Je krijgt vaak van die moeilijke vragen, waar je een heel theaterprogramma over kunt maken en waar je eerst een half jaar over moet nadenken. Daar kan ik soms wat kriegel van worden.”

U moet hard werken voor ’Hairspray’, met al die jonge honden. Houdt u dat wel vol?

„Ik ben wel kapot, maar ik hou dit repetitieschema vol tot de première. Daarna ga ik een jaar lang vier avonden in de week Edna spelen. Dat is superluxe in musicalland, want de meeste collega’s moeten zes of zeven avonden werken.”

Ik ben de oudste van de hele groep, dat is raar om te ervaren. Heb ik ook nog nooit meegemaakt; lange tijd was ík de jonge hond. Voor mij is ’Hairspray’ een laatste kans: op een gegeven moment ben je te oud, dan trek je zo’n musical niet meer.”

Wat doet Arjan Ederveen – de VPRO-man van Theo en Thea, 30 Minuten en Kreatief met Kurk, het troetelkind van de hoge cultuur – in zo’n commerciële musical?

„Ik doe graag afwisselend werk. En ik vind het prettig om weer eens een radertje te zijn in een voorstelling en niet de motor. ’Hairspray’ is grotesk en een tikje kitsch. En Edna is een echte karakterrol, waarin ik veel van mezelf kwijt kan. Mijn gekte, mijn humor, mijn streberigheid. Toen ik hoorde dat de producer Albert Verlinden een Edna zocht, heb ik hem meteen gebeld.

Tien jaar geleden speelde ik in de musical ’Oliver’ en dat was een fijne ervaring. Musical neigt naar circus en amusement. Je hoeft mensen niet in verwarring te brengen, het gaat om timing, alles is duidelijk.”

Uw ouders zaten ook in het amusement. Uw vader was goochelaar, uw moeder revueartieste. Hebben zij u gevormd als artiest?

„Mijn vader was gespecialiseerd in table magic, kleine kaarttrucs aan tafel. Dus geen dames doorsnijden of iets met vuur en wapperende haren, Hij stopte met professioneel goochelen toen hij kinderen kreeg, want hij vond het een te onzeker beroep. Hij werd marketingmanager, maar zat in zijn vrije tijd wel altijd te knutselen en nieuwe trucs te verzinnen.

Dat knutselen, dat doe ik ook. Dat betekent dat je iets maakt en dat je een plan hebt. Met 1000 luciferstokjes, of met een oud idee, dat je in het script van een nieuwe voorstelling gebruikt, dat is hetzelfde principe.

Mijn moeder, Greetje van Schaik, deed mee aan het radioprogramma ’De bonte dinsdagavondtrein’. Ik ging wel eens met haar mee als ze schnabbelde, maar toen ik een jaar of zes was, stopte ze met werken. Ze had het druk genoeg met haar gezin.

Wat ik van ze geleerd heb? Pff, dat is nou zo’n moeilijke vraag. Ik ging in mijn jeugd helemaal niet vaak naar het theater. Mijn ouders hebben me niet gestimuleerd om deze kant uit te gaan, maar ze zeiden ook niet: ’doe het niet’. Ik vind dat ik een hele goeie jeugd heb gehad.

Misschien heb ik voor mijn werk wel het meest geleerd van het feit dat ik thuis de jongste was. Ik keek de kat uit de boom, was altijd aan het observeren hoe mijn broers zich gedroegen.”

Zijn observatietalent spreekt uit de vele tientallen karakters die Ederveen neerzette, nadat hij in 1981 afstudeerde aan de Kleinkunstacademie. Van de gladjakker Ron Selling, die zich zorgen maakt over ’de toekomst en de bomen enzo’ en kapitalen verdient met volstrekt lege liedjes. Tot het mediageile Tweede Kamerlid – ook een hoofdpersoon in een van zijn pseudorealistische ’30 minuten’ documentaires – die er alles voor over heeft om in ’Nova’ te verschijnen. Ederveen vertolkt ze met een subtiele overdrijving, die de persiflage overstijgt.

Volgens musicalregisseur Martin Michel balanceert u op de grens tussen geloofwaardig en ’over the top’. Vindt u dat moeilijk?

„Nee, dat is de the feeling, dat voel ik als vanzelf aan. Ik kan rare dingen geloofwaardig zeggen. Zodat mensen denken: is dit nou een grap, of om te huilen? Al op de Kleinkunstacademie realiseerde ik me dat ik iets kan wat niemand anders kan.”

Wat dan?

„Toneelspelen.”

Dat kunnen toch wel meer mensen?

„Nee, dat vind ik niet. Nou ja, ik doe het anders dan anderen.”

Dat Ederveen kan acteren, vindt ook de jury van de Louis d’Or, de jaarlijkse prijs voor de beste, mannelijke, dragende acteursrol. Op 13 september wordt de prijs uitgereikt, Ederveen is een van de drie genomineerden voor zijn rol in ’Tocht’.

In die intieme voorstelling, die Ederveen zelf voor het RO-theater schreef, speelt hij de hoogbejaarde revueartieste Margot. Zij reddert rond, met grijze watergolf en een oude damesvestje om de gebogen schouders, in een decor van Verkadeboekjes en gebloemde koektrommeltjes van Douwe Egberts. „Kinderen, heerlijk toch”, zegt Margot. Maar haar dochter Trees is dood, haar man Piet ook, en haar kleindochter Jannika heeft het te druk voor een bezoekje aan oma.

Over verlies gaat deze voorstelling, en over de dood die ’als een onzichtbaar spook’ om de achterblijvers heen hangt. Ederveens moeder, die nu 84 is, vormde de inspiratiebron voor ’Tocht’. Zij verloor twee van haar drie zonen: Arjans ene broer stierf aan aids, zijn andere aan een zeldzame bloedziekte. Na een periode van Alzheimer overleed ook Arjans vader Jan Ederveen. „Een moeder die haar kind verliest, dat is het ergste wat er is”, zegt Margot in ’Tocht’. „Toen kreeg ik dat Alzheimertoetje van Piet geserveerd.”

Hoe heeft u de Alzheimer van uw vader beleefd?

„In de laatste paar maanden herkende ik mijn vader wel, maar hij mij niet meer. Ik kon hem observeren, naar hem kijken, hij voelde volgens mij wel dat het vertrouwd was. Ik heb over hem later een voorstelling gemaakt, ’De Grote Verdwijntruc’, over een goochelaar met Alzheimer.

Als ik hem bezocht, ging ik naar boven met de lift. Om de deur naar zijn afdeling te openen, moest ik een code intikken. Want daar zaten allemaal mensen die een gevaar voor eigen leven waren. Dat is natuurlijk schrijnend om te zien. Maar hij werd goed verzorgd, hij werd gewassen, hij was moeilijk, agressief.”

U maakte de laatste jaren verschillende voorstelling over ouderdom en verlies. Worstelt u daar zelf mee: ouder worden?

„Nee, want ik schuif dat voor me uit. Het duurt nog zo lang, die aftakeling. Ik accepteer wel dat je lichaam gaat zakken, dat het allemaal niet zo snel meer gaat. Maar ik zet mijn tanden erin.

Het heeft ook geen zin om er nu over na te denken. Misschien krijg ik Alzheimer, net als mijn vader. Je kan lullen wat je wil, weten doe je het niet. Leef in het nu, dat is al moeilijk genoeg.”

Heeft ouder worden ook voordelen?

„Tot ongeveer mijn vijftigste zat ik in een crisis, ook door de dood van mijn vader en mijn broers. Ik was depressief, dacht: ze willen me niet meer, ik kan het niet meer.

Maar die crisis is voorbij. Ik werk iets minder hard, ik maak me minder druk. Maar ik wil nog steeds de beste zijn, al lukt dat natuurlijk nooit.

Je weet dat vriendschappen niet altijd dezelfde intensiteit hebben. Dat je in de liefde wel kunt zeggen ’ik beloof je alles’, maar dat je er tien jaar later achterkomt dat je die belofte niet kunt waarmaken. Die levenservaring zet je ook in als acteur.”

U speelt de laatste tijd vooral vrouwenrollen. Vindt u die makkelijker dan mannenrollen?

„Nee, het maakt me niet zoveel uit. Waar het om gaat is dat je een karakter – man of vrouw – naar jezelf toehaalt. Een beetje husselen in een pannetje, dat is het.

Al kan ik misschien makkelijker een vrouw spelen dan een hele hetero macho die zijn dochter verkracht. Ik heb trouwens wel pooier-portierrollen gespeeld, in mijn ’25 minuten’ documentairereeks bijvoorbeeld, maar daarin zocht ik toch de overdrijving.

Ik speel dit hele jaar in een jurk. Daarna niet meer hoor, dan plak ik weer een baard op.”

De vrouwen die u speelt zijn moeders. Terwijl u zelf geen kinderen heeft.

„Dat is er nooit van gekomen. Soms speelt het even op. Ik fietste laatst door de stad, zag vaders met kinderen, het bloosde en het straalde, toen dacht ik: wat een geluk straalt hieruit. En: Goh, dat mis ik wel, dat had ik ook kunnen hebben. Maar veel vaker denk ik: wat een gezegend leven, dat ik geen kinderen heb.

In de kraakperiode had ik vriendinnen, die wel zwanger van me wilden worden. Maar dan moest ik me laten testen op aids. En dat wilde ik niet, aan aids ging je toen nog dood. Ik stak liever mijn kop in het zand.

In het begin van mijn relatie met mijn vriend Howie, met wie ik inmiddels getrouwd ben, hebben we het wel gehad over het adopteren van een kind. Stel je voor, dat was nu een puber van negentien geweest. Maar we hebben dat nooit doorgezet.

Nu denk ik: de bomen in Friesland (Ederveen heeft een huisje in Friesland, red.) zijn mijn kinderen, die worden driehonderd jaar oud. En mijn hond Stuk, die gabber die daar op de bank ligt, is mijn kind.”

Dan werpt Ederveen zelf nog maar even een ’moeilijke vraag’ op: „Moeten we het voor Trouw niet over God hebben?” Iets van zijn godsbeeld sprak al uit zijn kunstrevue ’Fly away’ uit 1997.

Daarin werd de rol van God gespeeld door Aat Nederlof, een acteur met het Downsyndroom, die in een stofjas banjerde door een hemel die nogal veel op een armoedig gemeentearchief leek.

Wat wilt u kwijt over God?

„Ik geloof niet in God, ik geloof in het moment, en in op is op, en in mezelf. En ik geloof dat ik het middelpunt van het heelal ben. De kern van het alles zit in je zelf. Dat kun je soms delen met mensen, maar vaak sta je er alleen voor. Dus moet je pakken wat je pakken kan.”

Lees verder na de advertentie
Arjan Ederveen: 'De bomen in Friesland, dat zijn mijn kinderen, die worden driehonderd jaar oud, en mijn hond Stuk is mijn kind.' (FOTO MARCO HOFSTÿ) © Marco Hofste

Deel dit artikel