Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Argumenten voor afschaffen afspiegelingsdemocratie overtuigen niet

Home

Lex Oomkes

Column

Nederlandse politicologen zijn somber over de toekomst van de wijze waarop de Nederlandse democratie is georganiseerd. De twee eindredacteuren van de omvangrijke studie van zo'n vijftig Nederlandse beoefenaars van de wetenschap van de politiek, de hoogleraren Rudy Andeweg en Jacques Thomassen zien geen toekomst meer voor de typisch Nederlandse organisatievorm van democratie, waarbij zoveel mogelijk politieke stromingen in vertegenwoordigende lichamen vertegenwoordigd zijn en waarin wordt gestreefd naar zoveel mogelijk consensus.

Die afspiegelingsdemocratie, zoals dat dan heet, dient vervangen te worden door een afrekendemocratie. Daarin heeft een kiezer meer directe invloed op de regeringsvorming en dus op het te voeren beleid. De afrekendemocratie vooronderstelt een duidelijke tweedeling in de politiek. Is een kiezer tevreden dan mag het ene blok doorgaan, is hij niet tevreden dat brengt hij met zijn stem dat blok ten val en kan de overkant het overnemen.

De redenering van Andeweg en Thomassen is heel wel te volgen. De echte redenen voor het Nederlandse afspiegelingsmodel zijn grotendeels weggevallen. Nederland is tot op zekere hoogte geen land meer van minderheden, die geapaiseerd dienen te worden in hun eigen zuil. Ideologieën zijn verdwenen, of hebben in ieder geval geen scherp kantje meer over. Daar waar vroeger een authentiek gevecht om de macht werd gevoerd door de politieke verschijningsvormen van de zuilen, is het nu zoeken naar de verschillen tussen partijen.

Maar of dat nu tot gevolg moet hebben, dat er, in mijn eigen woorden, tot blokvorming en een tweedeling moeten worden gekomen in de Nederlandse politiek?

Andeweg en Thomassen zoeken in hun bij de studie gevoegde essay een oplossing voor een inderdaad moeilijk te duiden fenomeen. Het vertrouwen in de democratie onder de bevolking is nog immer groot. Het wantrouwen in de instituties van de democratie neemt echter nog steeds toe. Zij denken dit kennelijk op te lossen door de lijnen tussen de macht en de kiezer kleiner te maken. De burger wordt in zijn mondigheid gefrustreerd door het gebrek aan invloed op regeringssamenstelling en -beleid.

Het probleem is echter dat dit wantrouwen niet gelijk verdeeld is over maatschappelijke groepen. Er is een verband tussen wantrouwen en opleiding, zoals onlangs ook weer werd aangetoond in een studie van het SCP. Des te hoger de opleiding des te meer vertrouwen in het huidige parlementaire systeem en de huidige politieke partijen.

Dit ontlokte de Utrechtse bestuurskundige Mark Bovens op een bijeenkomst vorige week over de studie de opmerking dat er geen kloof is tussen politiek en bevolking, maar tussen bevolkingsgroepen onderling.

Dat zet de zaken wel in een ander daglicht. De stelling zou ook kunnen zijn dat mensen, naarmate hun opleiding (en inkomen en woonomgeving en ga zo maar door) hoger en beter is, eerder het idee hebben controle over hun eigen leven te hebben. En dat gaat wellicht vooraf aan tevredenheid over de politiek.

Het pleidooi van Andeweg en Thomassen om afscheid te nemen van de afspiegelingsdemocratie is een al sinds de jaren zestig gehouden pleidooi in een nieuw jasje. De argumenten zijn echter nog steeds niet overtuigend.

Deel dit artikel