Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

architectuur

Home

ROBBERT ROOS

AMSTERDAM - De Amsterdamse wijk De Pijp heeft een plein gekregen: een ronde plak rood asfalt, versierd met boompjes, bankjes en fietsenrekken. Bij mooi weer is het een eldorado voor skeelers, skateboarders, kraampjes en openluchtfeesten, maar als het guurder wordt, verandert het in een winderig en troosteloos oord, dat ongebruikt zal blijven. Een lap asfalt heeft in de winter nu eenmaal weinig aantrekkingskracht.

Vanaf het moment dat de Heinekenbrouwerij besloot de brouwactiviteiten aan de Stadhouderskade te stoppen, is het terrein met de kolossale gebouwen inzet van veel discussies geweest. Wat te doen met de ruimte die vrijkomt?

'Hoogbouw' was de eerste gedachte en dus werd een toren van 107 meter bedacht met onderin een musicaltheater van Joop van den Ende. De musicalmagnaat trok echter naar Scheveningen en de hoge toren was verleden tijd. Gelukkig maar, want in de negentiende eeuwse stadswijk, met haar panden van niet meer dan vijf verdiepingen, zou hoogbouw buitengewoon ongepast zijn geweest. Zeker, omdat het volledig geïsoleerd zou komen te staan en de geschiedenis heeft geleerd dat wolkenkrabbers het beste in groepsverband gedijen.

'Een plein' was de tweede gedachte en die optie bleek uiteindelijk de winnende. De Utrechtse architect Kees de Kat, van het bureau De Jong-Hoogveld-De Kat, kreeg de eervolle opdracht het kavel van ongeveer een hectare groot - in het noorden begrensd door de restanten van de brouwerij, in het westen door de Ferdinand Bolstraat, in het zuiden door de Quellijnstraat en in het oosten door de Eerste van der Helststraat - in te vullen. Budget: zeventig miljoen.

Centraal element is het cirkelvormige plein op de hoek van de Ferdinand Bolstraat en de Quellijnsrtraat. Hieromheen plooide Kees de Kat een complex met woningen, winkels en kantoren. Een echte eye-catcher is de bebouwing direkt aan het plein die de kromming ervan volgt en aan de Ferdinand Bolstraat wordt afgesloten met een elegante woontoren. De 'pleinwand', zoals de architect de bebouwing noemt, loopt trapsgewijs af van de toren met 15 lagen naar een middenstuk met negen lagen en een uitloper van zes lagen.

De woningen hebben allemaal inpandige balkons, zodat een vrij gladde en strakke gevel is ontstaan met de ramen en balkons geometrisch in het gelid. De toren is voorzien van een geprononceerde dakrand, terwijl het middenstuk van de kromme wand is bekroond met maisonnettes, de enige woningen in het complex die uit twee lagen bestaan. De onderste laag hiervan is vrij hermetisch met alleen een slaapkamerraam. De bovenste laag ligt iets naar achteren met ervoor een open balkon. Het is een creatieve manier om het middengedeelte van een visuele dakrand te voorzien.

Na de inspanningen om de bebouwing rond het plein vorm te geven was de creatieve koek vermoedelijk een beetje op. De wanden aan de Quellijnstraat en de Eerste Van der Helststraat zijn vlak en monotoon. Netjes, verzorgd, maar nauwelijks gedetailleerd en zonder schwung. De frontale wand is geen prettig uitzicht voor de mensen in de woningen er tegenover en ontkent ook de redelijk intieme schaal van de rest van de wijk.

Voor fratsen was echter geen plaats in het budgettaire corset waarmee De Kat te maken had. Ieder extraatje werd geboycot, tot aan de steensoort aan toe die De Kat voor de kantoortoren op de hoek van de Stadhouderskade en de Eerste Van der Helststraat had uitgekozen. Het merendeel van het complex is uitgevoerd in een helderrode baksteen, analoog aan het materiaalgebruik in de rest van de wijk, maar voor de kantorenvleugel had de architect gedacht aan een lichte geglazuurde steen. Te duur. Het werd een muisgrijze baksteen, die de toren saai en grauw maakt.

Ook het plein - inmiddels omgedoopt tot Marie Heinekenplein, genoemd naar een volslagen onbekende schilderes die van 1844 tot 1930 leefde en uit de brouwersdynastie stamt - leed onder bezuinigingen. In het door Dick Apon bedachte inrichtingsplan was het de bedoeling om het plein te voorzien van een stenen mozaïek, maar helaas: te duur. Het rode asfalt dat er voor in de plaats kwam, maakt de ruimte onnodig ongenaakbaar.

Wat architectuur betreft is het complex van Kees de Kat een voorbeeld van 'geësthetiseerd pragmatisme', de term die dit jaar door de schrijvers van het Architectuurjaarboek werd geïntroduceerd. Ze bedoelen daarmee dat een architect de wensen van de opdrachtgever zo adequaat en doelmatig mogelijk in een plattegrond verwerkt en deze vervolgens in een fraai compositorisch jasje steekt.

Dit is precies wat Kees de Kat heeft gedaan. Het is gecomputeriseerde rasterarchitectuur die een straf regiem van modernistische geometrie volgt. Op enkele luchtige details na is het complex nogal gesloten en rigide, waardoor het al bijnamen als 'burcht' en 'bunker' heeft.

Het mooiste detail in het project is voor de gewone passant nauwelijks te zien. Aan de achterkant van de gekromde woonwand aan het plein heeft De Kat een gebogen glazen scherm aangebracht om de bewoners te beschermen tegen de weerselementen. Het is een mooi transparant vlak, dat een aardig spel speelt met het beton van de galerijen en het rode baksteen van de omringende muren. Helaas ligt het aan een binnenplaats die eigendom is van Heineken en derhalve niet publiekelijk toegankelijk is.

Deel dit artikel