Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

ANTROPOSOFISCH ONDERWIJS

Home

EDWIN KREULEN

Schamper lachen, dat moesten veel van mijn oud-klasgenoten en ik ook, toen we een paar jaar terug berichten lazen over racisme op de Vrije School. Boze moeders klaagden over leraren die de arme kinderen lieten opschrijven dat negers dikke lippen hebben, dat soort dingen.

Nou, daarvan hadden wij als leerlingen op de bovenbouw - zeg maar: middelbare school - van de Haagse Vrije School tussen 1980 en 1986 toch weinig last gehad! Sterker nog, ik wist niet beter dan dat de school juist veel aandacht besteedde aan andere culturen. Respect voor de ander en een open houding, dat was belangrijk voor ons op school.

En de boeken van geestelijk vader van de antroposofie Rudolf Steiner - waar een hoop onaardige dingen over andere rassen in zou staan - had ik nooit ingekeken, die hoefden we ook niet te bestuderen in de klas. Vandaag presenteren de Vrije Scholen in samenwerking met de Antroposofische Vereniging een rapport over racisme. Tot voor kort zou ik ook niet beter weten, dat daarin ongetwijfeld een genuanceerd beeld gegeven zou worden waarin de school vrijgepleit zou worden.

Nog niet lang geleden ruimde ik een oude stapel papieren op en vond ik het schoolschrift Rassenkunde en Aardrijkskunde. Dat was een vak waarin we als dertienjarigen twee tot drie weken lang iedere dag werden onderwezen.

“Het is überhaupt al heel verkeerd om een vak die namen te geven: je brengt gelijk onderscheid op ras aan”, zei een kennis van mij die in het onderwijs werkt. Ik vond dat eerst nogal overdreven: “Er is toch verschil.” Maar goed, ik werd toch wel benieuwd naar wat die verschillen dan precies inhouden, dus ik las verder.

Alle rassen stammen volgens de eerste pagina van mijn schrift af van een soort oermens, die tienduizend jaar geleden in het centrale werelddeel Atlantis leefde, dat echter 'door misbruik van de goddelijke wijsheid' moest vergaan. Op de zeebodem zijn nog steeds de resten van dit continent te vinden in een lang uitgestrekt rif”, meent deze theorie. “Ach ja, wetenschappelijk vast sterk omstreden, maar een lief en onschuldig verhaal”, dacht ik nog.

“Bij de eerste Zuidelijke rassen hebben de natuurkrachten van aarde en van zon zó ingewerkt dat hun huid zwart geworden is. Bij de Noordelijke rassen werden de innerlijke lichtkrachten sterker, waardoor ze blanker werden.” “De rassen zijn in hun ontwikkeling van kind tot grijsaard op verschillende trappen blijven staan.” Volgt een indeling waarbij het zwarte ras aan de kinderleeftijd wordt gekoppeld, het bruine aan een veertienjarige en de blanke aan alle leeftijden. Ik werd toch wat onrustig. Had ik dit als veertienjarige allemaal uitgebreid aangehoord, opgetekend en netjes uitgeschreven in het boekwerk dat nu voor mij lag?

Minstens zo opmerkelijk vond ik in dezelfde tabel de koppeling met lichaamsdelen. Bij ieder ras hoort volgens het schrift een deel van de mens. Zintuigen en hersenen worden gekoppeld aan blanken, stofwisseling aan zwarten. En alleen de blanke heeft een recht gezicht. Het gele ras bijvoorbeeld heeft 'scheve ogen, een hol gezicht, platneus en grof zwart haar'.

Vervolgens wordt ieder ras apart behandeld, behalve wij blanken, want dat weten we blijkbaar al. Het meest uitgesproken is het hoofdstuk over het zwarte ras. “Alle negers behouden nog lange tijd een kinderlijke uitdrukking op het gezicht. De lippen zijn ongevormd en breed, de neus wat plat en als het ware nog niet uitgegroeid.” Is het met dat in het achterhoofd hoe ik de allochtone medemens benader? Ik kon me er totaal niets van herinneren, maar werd toch bang dat ik er op die leeftijd onbewust aardig wat van heb meegekregen. Ook van de rest van het verhaal over 'negers': “Hun verhalen, hun voorstelling van de wereld en de schepping hebben iets kinderlijks. In kinderlijke eenvoud vereren zij hun goden.”

Het hoofdstuk over het zwarte ras besluit als volgt: “Na eeuwenlange overheersing ontwikkelen de negers zich nu op eigen kracht, zij het dan met grote problemen en bloedige oorlogen.”

Is dit nou een racistisch schrift? Veel van de uitspraken kunnen echt niet door de beugel. Van andere passages weet ik dat niet zeker. Het hoofdstuk over het 'gele' ras bijvoorbeeld bevat juist veel positieve indrukken. En wat moet ik nou met de volgende zinnen over het 'roodkopere' ras: “Van huis uit zijn veel Indianen wreed, doch zij kennen eerbied voor elkaar, en voor anderen. De komst van de blanken heeft voor hen veel (slechts) betekend.”

Bladerend met een klasgenoot kwamen we ook op een aantal passages die de school zouden kunnen verdedigen.“Toch, al is hun huid zwart, bruin, geel, koperkleurig of wit: het zijn allemaal mensen,” meldt de eerste pagina met het laatste woord onderstreept. Maar je kunt ook volhouden dat het al een belachelijke actie is om een dergelijke passage op te laten schrijven.

Ik word toch wel even heel stil als ik zo'n schrift inkijk. Als ik besef dat ik als jongetje van dertien jaar met veel vertrouwen in het fenomeen leraar - zeker op een Vrije School, waar je het idee hebt dat menig leraar nog een stapje harder zet dan op andere scholen - dergelijke dingen als waarheid, als feit heb aangenomen.

Dus ga ik op zoek naar een tegenargument. Want ik dacht immers dat het vooral ging om respect voor andere culturen. Dus ik blader manmoedig in een schrift maatschappijleer, waar ik een passage verwacht aan te treffen die waarschuwt tegen opkomend racisme. Niet te vinden. “Dat hoorde ook nog niet bij die tijd van begin jaren tachtig, dat kwam pas later”, zegt een andere oud-leerling.

Overtuigend is het niet. Dan maar op zoek naar een ander tegenargument. Kreeg iedere klas deze rassenkunde? In het schrift van een jongere leerling wordt met meer respect over andere culturen gesproken. Maar het blijft rassenkunde. Maar dan zal het toch nu wel helemaal van school verdwenen zijn! Nee, want daar getuigden juist die recente krantenberichten van.

In mijn klas zat geen enkele allochtone leerling. De Vrije School wordt doorgaans bezocht door kinderen van hoger opgeleide en beter verdienende autochtonen. Hoe zou het gegaan zijn, denk ik dan, als we een zwarte klasgenoot gehad zouden hebben aan wie we direct hadden kunnen toetsen of-ie een 'kinderlijke uitdrukking' op z'n gezicht had?

Op een gegeven moment verandert het verdedigen van school in pure kwaadheid. Hoe had men het lef om mij daarmee te indoctrineren? En waarom heeft de overheid via de onderwijsinspectie geen einde hieraan gemaakt? Een woede die alleen maar wordt aangewakkerd wanneer antroposofen, waaronder een oud-docent, met alle middelen dit soort zaken blijven goedpraten. Ze produceren uitgebreide vertogen waarin de theorie van Steiner wordt verdedigd.

Hoe kúnnen ze dat maken, denk ik met dit schrift in de hand. Afgelopen zaterdag probeerden ruim honderd antroposofen publicatie van het rapport over Steiner tegen te houden, want de pers zou er alleen maar vreselijke dingen mee gaan doen. Maar wie is hier nou vreselijk geweest?

De belangrijkste vraag, twaalf jaar na het einde van de school, is natuurlijk: ben ik nu racist of niet? Ik geloof er niets van dat ik negatiever aankijk tegen andere culturen dan leeftijdgenoten die op een andere school hebben gezeten. Ik behoor eerder tot het politiek-correcte deel van de samenleving dat zegt 'je moet niet spreken over het blanke, maar over het witte ras'.

Maar een perfecte voorbereiding op de multiculturele samenleving heb ik in ieder geval niet genoten. En voor niet-antroposfen heb ik de schijn tegen me, en geef ze eens ongelijk. Hoezeer ik ook geleerd heb open te staan voor andere culturen.

Toch blijf ik nog steeds enthousiast praten over mijn schooltijd. Zoals vele oud-leerlingen. Ik heb wel een aantal persoonlijke bezwaren tegen de aanpak bij mij op school. Het vaak ontmoedigen van intellectuele prestaties, 'dat is iets voor de boze buitenwereld', terwijl de hele aanpak op school gestuurd werd door het hoofd: het ging om de Grote Gedachte. Het idee dat wij als puberjongens bijvoorbeeld eerder op zoek waren naar vrouwenborsten dan naar de 'heilige graal', werd ver van school gehouden.

Maar daar tegenover staan veel dingen. De inzet van leraren, de uitgebreide aandacht voor muziek, toneel en beeldende kunst. En natuurlijk een aantal docenten dat wél midden in de samenleving staat en die mij iets meegaven waarvan ik tot op vandaag profijt trek.

Maar het meest vervelend vond ik het idee 'dat wij betere, creatievere en completere mensen zijn dan leerlingen van andere scholen'. Ga met die instelling maar eens ergens werken, of in de collegebanken zitten met mensen van een 'gewone' school. Het heeft mij ongeveer tien jaar gekost om daarvan af te komen. En het steekt me nog steeds als ik weer iemand ontmoet die net van de Vrije School komt: vaak hautain en vol met de pretentie 'wij zijn beter' die ze niet kunnen waarmaken.

Het past ook bij de wereldvreemdheid op de Vrije School: begeef je niet in die boze buitenwereld, blijf observeren op afstand. “Wij leiden niet op voor examens, maar voor persoonlijke ontwikkeling”, alsof dat elkaar uitsluit. En het relateren van leerproblemen aan eenzelfde vage theorie: 'je zit nu nog in een ontwikkelingsfase waarin de dingen vaag zijn, later wordt het scherper' in plaats van 'neem tijd voor die rekensom en maak 'm nauwkeurig'.

Als ik al iets van de Vrije School vind, zie ik mezelf eerder als product van een wat wereldvreemde instelling, dan van een racistisch bolwerk.

Hoewel, dat schoolschrift Rassenkunde, dat blijft toch branden in mijn boekenkast.

Deel dit artikel