Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Annie M.G. Schmidt 1911 - 1995

Home

FRANK VERHALLEN

AMSTERDAM - Zaterdag vierde Annie M.G. Schmidt nog allerplezierigst haar vierentachtigste verjaardag. Maar de volgende ochtend is zij niet meer ontwaakt. Met het overlijden van Annie M.G. Schmidt (20 mei 1911-21 mei 1995) verloor Nederland dit weekeinde een van zijn grootste schrijfsters.

In 1992 verscheen het laatste boek van Annie M.G. Schmidt, getiteld 'Wat ik nog weet'. Het bevat herinneringen aan haar jeugd in het Zeeuwse Kapelle, waar haar vader dominee was. 'Anna' voelde zich een vreemde in dit dorp van vrome landbouwers. Op de lagere school hoorde zij er niet bij. Ze was het enige meisje uit een stads milieu, met een verkeerde uitspraak van het Zeeuws en met verkeerde kleren aan. Of, zoals zij zelf schrijft: “Ik was de enige met een andere 'huidskleur' en dat is altijd bitter.” Haar jeugd moet ongelukkig zijn geweest. Zij zonderde zich af in de pastorie, die zij beschouwde als veilige burcht tegen “de barre wereld van de landbouwers”, nam de voortdurende ruzies van haar ouders waar, was bevreesd voor de norsheid van haar vader en leefde steeds in de wetenschap dat het gedrag van de domineesdochter in het dorp scherp werd geobserveerd. Maar in plaats van te vervallen in neerslachtigheid, wapende zij zich toch al snel met optimisme, nuchterheid, fantasie en humor. Dat zullen de voornaamste pijlers zijn van het enorme en zeer veelzijdige oeuvre voor kinderen en volwassenen dat zij vanaf de jaren vijftig publiceert. Het bestaat uit proza en poëzie, cabaret- en musicalteksten, toneelstukken en televisie- en radiowerk.

“Een luchtfoto van Nederland vóór en ná Annie M.G. Schmidt zou schitterende verschillen laten zien,” schreef Kees Fens in 1984 in een uitgave over haar en haar werk. Want, zo vervolgde hij, in het oude land waren de kinderen nog geen volwaardige wezens en stonden er overal borden met verboden toegang. In het nieuwe land daarentegen zijn kinderen 'kleine zelfstandigen' en is er sprake van 'een Holland zonder hekken'.

Haar liefde voor de kinderliteratuur noemde Annie M.G. Schmidt eens 'haar wettig huwelijk'. De boeken van 'Jip en Janneke', 'Otje', 'Pluk van de Petteflet' en 'Minoes' en de versjes van 'Beertje Pippeloentje', 'De Spin Sebastiaan', 'Het Schaap Veronica', 'Dikkertje Dap' en al die andere zijn ontegenzeglijk hoogtepunten van de wereldjeugdliteratuur. Haar theater- en televisiewerk noemde zij in vergelijking daarmee 'ongeoorloofd overspel'. Toch staat zij ook met dat werk op onovertroffen hoogte.

Na de lagere school in Kapelle volgde Annie M.G. Schmidt de HBS in Goes. Haar rapport met een twee voor Nederlands heeft zij later met veel plezier ter publikatie afgestaan, evenals de brief die 'de God van de Nederlandse Dichtkunst', Willem Kloos, schreef aan de moeder van de toen 15-jarige HBS-studente. Mevrouw Schmidt had hem gedichten van haar dochter gestuurd. Kloos schreef terug “dat zij waarachtig aanleg heeft” en “dat er wezenlijk diep in haar iets zingt.” Hij adviseerde de moeder om de dochter vooral aan te blijven moedigen.

Het succes zou toch nog zeer lang op zich laten wachten. Haar vervolgstudie, notariaat, brak zij af en zij ging als au pair in Duitsland werken. In 1932 begon zij aan een opleiding tot bibliothecaresse. Dat beroep zou zij tot 1946 blijven uitoefenen. Inmiddels was in november 1938 al een gedicht van haar gepubliceerd in het protestants-christelijke tijdschrift Opwaartsche Wegen, maar pas in 1947 begon Annie M.G. Schmidts loopbaan als literair auteur. Toen verscheen de eerste kinderpoëzie van haar hand in Het Parool. Vanaf 1950 zouden die gedichten verschijnen in tientallen bundels. De voornaamste kenmerken van deze lichtvoetige poëzie en van de latere kinderverhalen waren niet alleen haar grote humor en fantasie, maar ook het feit dat kinderen daarin steeds superieur zijn en volwassenen geen of slechts een zeer ondergeschikte rol spelen. Ook dat aspect heeft ongetwijfeld te maken met het afzetten tegen die ongelukkige jeugd, waar moralisme, braafheid en burgermansfatsoen hoogtij vierden. Met haar literaire werk schudt zij dit alles voorgoed van haar af.

Toen Annie M.G. Schmidt in 1947 in Het Parool ging publiceren, werkte zij inmiddels op de documentatieafdeling van die krant. Ook ging zij al spoedig cursiefjes voor volwassenen publiceren en schrijven voor en acteren in De Inktvis, het journalistencabaret van Het Parool. Daarmee ving ook haar succes aan als tekstleverancier voor het Nederlandse cabaret. Wim Sonneveld en Wim Kan maakten kennis met haar werk voor de Inktvis, namen teksten daaruit over en vroegen haar nieuwe voor hen te schrijven.

In 1952 schreef zij het VARA-'radiofeuilleton' De Familie Doorsnee. De uitzending was één keer in de veertien dagen, maar mensen bleven er voor thuis, verzetten hun afspraken en maakten het programma tot belangrijkste gespreksonderwerp van de volgende dag. De Familie Doorsnee liep door tot 1958. Inmiddels was in 1957 voor de VARA-televisie haar 'muzikale komedie' Pension Hommeles gestart, die eind jaren zestig in populariteit nog ruimschoots werd overtroffen door Ja Zuster Nee Zuster.

In de jaren zestig en zeventig schreef zij tal van nieuwe boeken, losse cabaretteksten voor onder anderen Conny Stuart en Wim Sonneveld, enkele tv-komedies en enkele zeer succesvolle blijspelen, zoals 'Er valt een traan op de tompoes'. Maar met componist Harry Bannink zette zij ook de toon voor de musicaltraditie die in ons land zou gaan ontstaan.

In 1965 wilde producent John de Crane Annie Schmidt als vertaalster van een musical, maar zij liet weten: “Zolang ik zelf nog zoveel ideeën heb, voel ik niet de geringste behoefte om iets te vertalen.” Uit dat contact werd het idee geboren voor 'Heerlijk duurt het langst', de eerste van acht musicalprodukties. Die kenmerkten zich, zoals al het werk van Annie M.G. Schmidt, door hun bijzonder originele verhaalaanpak: nimmer echt taboedoorbrekend, maar steeds speels en humoristisch van toon en zeer modern qua thematiek. En tientallen van die musicalliedjes zullen ook over honderd jaar nog altijd gelden als evergreens van het Nederlandse theateramusement, zoals 'Op een mooie Pinksterdag', 'Vluchten kan niet meer' en natuurlijk 'Het is over'.

Halverwege de jaren tachtig was het ook werkelijk over. Annie M.G. Schmidt schreef nog wel, maar zij werd nagenoeg blind, wat haar literaire arbeid bemoeilijke en uiteindelijk onmogelijk maakte. Bovendien was zij de laatste jaren, na een heupbreuk, weinig mobiel. Maar nog altijd borrelden ideeën en teksten in haar hoofd op.

Nu zij is overleden, rijst wederom de vraag of zij met de late erkenning van haar literaire kwaliteiten wel de nationale en internationale waardering heeft gekregen die zij verdiende. Maar gelukkig hechtte zij niet aan literaire prijzen en zij heeft zich dan ook nimmer miskend gevoeld. Annie M.G. Schmidt is gestorven in haar slaap. Ik hoop dat zij mooi droomde.

Deel dit artikel