Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Anil Ramdas, een vreemdeling, waar hij ook ging

Home

Perdiep Ramesar

Schrijver, journalist en programmamaker Anil Ramdas © ANP Kippa

Hoe intellectueel en bekend hij ook was, Anil Ramdas bleef een vreemdeling in zijn geboorteland Suriname, een buitenlander in zijn land van oorsprong India en een allochtoon in Nederland. Zijn leven was een worsteling, zeggen intimi, een strijd tegen verschillende demonen, allemaal binnen de driehoek Nederland, Suriname en India. Zijn laatste boek dat vorig jaar uitkwam, de roman 'Badal', bleek één lange afscheidsbrief. Donderdag overleed hij op de dag dat hij 54 jaar werd. Een zelfverkozen dood, heet het. Hij was getrouwd en laat twee kinderen achter.

De strijd van de journalist, essayist en programmamaker is terug te zien in zijn boeken en essays, maar veel minder in zijn zelfverzekerde optreden. Zijn wallen onder bloeddoorlopen ogen, brilletje laag op zijn neus, zijn grijze haardos, zijn voorliefde voor wijn en de sigaret, gaven hem een intellectuele uitstraling. Soms had hij een strenge blik, als hij vond dat iemand iets doms zei. Dat had hij niet van een vreemde. Zijn vader was onderwijzer in Suriname en zijn moeder radiomaakster en regisseuse van Surinaams-Hindostaans volkstoneel in Nederland. Zijn ouders waren al lang gescheiden, zijn vader overleed vorig jaar, zijn moeder woont in Den Haag en maakt nog steeds radio en schrijft toneel.

Ramdas zag er ook kwetsbaar uit. Klein van stuk en broodmager. Alsof een harde windvlaag hem zo van zijn voetstuk zou blazen. Als hij iets aan zijn lijf had willen veranderen, dan was dat zijn lengte. Hij moest het hebben van zijn gedachten, ideeën en woorden. Na de middelbare school kwam hij uit Suriname naar Nederland en studeerde in 1986 cum laude af in de sociale geografie in Amsterdam.

Ramdas wilde wetenschapper worden, maar die loopbaan stokte nadat hij een onderzoek met vluchtverhalen van asielzoekers publiceerde waartegen de Nederlandse overheid bezwaren had, omdat hij uit vertrouwelijke informatie had geciteerd. De promovendus won een kort geding tegen het ministerie van justitie, maar moest de verhalen anonimiseren. Dat weigerde hij en hij zag als enige mogelijkheid zijn promotieonderzoek te stoppen. Hij vertrok bij de universiteit.

Schrijven wilde hij, ook al verdiende hij daar nog geen droog brood mee. Mensen wisten dat. Zo werkte bij het archief van Trouw een werkstudent - tegenwoordig stadsdeelvoorzitter in Amsterdam Zuidoost - die Ramdas uit Zuidoost kende en hem aanbeval. De schrijver woonde toen nog in de Venserpolder, zijn favoriete buurt in het stadsdeel. Ramdas schreef toen voor deze krant begin jaren tachtig een van zijn eerste grote reportages, over een sloppenwijk in Bombay waar hij zelf maanden was gaan wonen.

In 1989 trad hij in dienst van De Groene Amsterdammer onder bezielende leiding van Martin van Amerongen. De hoofdredacteur was een voorbeeld voor hem. Hij was scherp, kritisch, maar gaf de auteurs wel de ruimte. Zelf had Ramdas niet in de gaten dat hij later zo'n zelfde rol speelde voor jonge journalisten. Hij wordt vergeleken met Van Amerongen, want ook hij was scherpzinnig en gaf ze het vertrouwen dat zij ook kunnen wat hij kon. Na De Groene ging hij werken voor NRC Handelsblad, als reisverslaggever, columnist en tot eind vorig jaar als reizend commentator.

Inmiddels had ook Hilversum, waaronder de VPRO, hem ontdekt. Hij presenteerde tv-programma's als 'Het Blauwe Licht' waarin hij samen met Stephan Sanders en twee wisselende gasten televisiefragmenten analyseerde en fileerde. Vaak zag hij iets opmerkelijks in beelden dat anderen niet konden ontwaren. Ook presenteerde hij het interviewprogramma 'In mijn vaders huis'. Toen hij gast was van het avondvullende tv-programma 'Zomergasten', was dat een hoogtepunt voor hem.

Ramdas werd erkend als intellectueel en daar was hij trots op. Hij voelde zich een beroemdheid, vertelde hij weleens. De jongen uit het Surinaamse rijstdistrict Nickerie behoorde tot de intellectuele bovenlaag van Nederland. Hij bleef dat in de hoogtijjaren van de zogeheten linkse intellectuele elite. Ramdas zei zich geen excuusallochtoon te voelen, hij werd gekend om zijn werk. Zijn essays, interviews en beschouwingen werden gepubliceerd in verschillende bundelingen bij De Bezige Bij. Ramdas werd niet alleen gekend, ook gelezen.

Zijn maatschappelijk engagement was groot. Ook toen hij nog in Suriname woonde. In één van zijn essays schrijft hij over zijn activisme tegen de Surinaamse onafhankelijkheid. Ramdas vertelde dat hij zelfs in een auto stapte met vrienden om brand te gaan stichten rondom de onafhankelijkheidsceremonie in 1975. Ver kwam hij niet. Hij was zo bang en zenuwachtig dat hij onderweg uit de auto stapte en naar huis terugkeerde. Hij was meer een denker.

Voor NRC Handelsblad werd hij in 2000 correspondent in India. Dat was de baan die hij altijd al had gewild. Maar hij werd niet de verslaggever die hij had moeten worden. Zelf zei hij daarover dat hij niet naar de plek des onheils ging om een ramp te verslaan, maar juist de andere kant opging. Ramdas kreeg veel kritiek op zijn werk in het land waar zijn wortels lagen. Hij was meer antropoloog dan nieuwsjager. Mooie verhalen leverden zijn paar jaren in India wel op, blijkt uit zijn boek 'Zonder liefde valt best te leven'.

Een moeilijke tijd brak aan. Zijn drankzucht nam ernstige vormen aan. Er waren dagen dat hij in een constante roes leek te verkeren, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Onmacht maakte zich meester van zijn echtgenote, dochter en zoon, blijkt uit het zeer autobiografische 'Badal'. Zelf voelde hij zich in zijn land van oorsprong een buitenlander, een Surinaamse Hindostaan, een Nederlander, een westerling.

Dat hij een Hindostaan was, bleek ook uit zijn omgang met mensen. Hij had iets preuts, iets afstandelijks. Ramdas bleef een nette jongen, zoals hij is opgevoed. Kritisch was hij ook over zijn eigen groep. Het leek alsof de ene helft van de Hindostaanse gemeenschap hem bewonderde en het andere deel hem verguisde. Vooral orthodoxe hindoes moesten niets van hem weten, omdat hij hun rituelen, tradities en gebruiken nog weleens op de korrel nam.

Toen hij in Nederland terug was, werd hij directeur van De Balie, het debatcentrum in Amsterdam. Ondertussen slikte hij kalmeringsmiddelen tegen zijn angsten. Zijn kwaliteiten als denker en schrijver maakten van hem nog geen goede manager. Zijn drankprobleem speelde hem ook parten. Medewerkers hebben hem weleens moeten ondersteunen, nadat hij van de trap was gevallen. Door financiële problemen kwam er voortijdig een einde aan zijn directeurschap bij De Balie.

Hij ging naar Suriname om een boek te schrijven, en dat kwam er: 'Paramaribo, de vrolijkste stad in de jungle'. Toch was hij daar niet gelukkig. In Suriname was hij een Nederlander.

Toen hij na een jaar in Nederland terugkwam, leek hij een beter pad in te zijn geslagen. Ramdas ging minder drinken, hij lette op zijn gezondheid, en hij had weer een doel in het leven. Hij trok ten strijde tegen de kiezers die Geert Wilders en zijn PVV groot hebben gemaakt. Ramdas was fel, wat hem veel vijandschap opleverde binnen de spraakmakende kringen die hij bewonderd had. De verrechtsing van die intellectuele elite voelde hij als een dolkstoot. Hij bleef achter de Amsterdamse burgemeester en huidige PvdA-leider Job Cohen staan. Hij was een linkse multiculturalist met een kleurtje, en hij bleef met gestrekt been debatteren, zoals in zijn polemiek met schrijver Joost Zwagerman.

Toen hem werd gevraagd of hij in 2013 niet een boekenweekgeschenk - zoals zijn grote voorbeeld Salman Rushdie - zou willen schrijven, ter nagedachtenis van 140 jaar Hindostaanse migratiegeschiedenis van India via Suriname naar Nederland, vond hij dat wel een 'mooie coup'. Maar dat het hem toch niet zou lukken omdat de elite hem nooit die kans zou gunnen. Hij was ontheemd, eenzaam en had het gevoel dat hij vocht tegen demonen.

Anil Ramdas is geboren op 16 februari 1958 in Paramaribo. Hij stierf op zijn verjaardag in Loenen aan de Vecht.

Deel dit artikel