Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Anders eten? Het gaat stapje voor stapje

Home

Emiel Hakkenes

Vegetarisch fastfoodketen Maoz, opgericht om het vegetarisch eten te promoten. © Hollandse Hoogte

Nederland kan best gezonder en duurzamer eten, denkt consumptiesocioloog Hans Dagevos. Een vleestax is daarvoor niet de oplossing. Wel: een beter imago voor vleesvervangers.

Het kán wel, zegt Hans Dagevos. Het is geen utopie. “Maar het zal héél geleidelijk gaan.” Dagevos, consumptiesocioloog aan de universiteit Wageningen, bestudeert wat we eten. En vooral waarom we eten wat we eten. Ook onderzoekt hij of dat te veranderen valt. Het antwoord op dat laatste: niet snel en makkelijk, maar het kan wel.

Lees verder na de advertentie

Dat is dan een opsteker voor de Nederlandse overheid, die wil dat consumenten gezonder en duurzamer gaan eten. Minder vlees op het menu, en minder eten weggooien, zou een begin kunnen zijn. Binnen vijf jaar moet Nederland hiermee voorop lopen in Europa, luidde de oproep van staatssecretaris Martijn van Dam op de ‘Voedseltop’ afgelopen januari in Den Haag.

Bij critici heette de top al snel een ‘voedselflop’. Zij verwachten dat het bij mooie gewichtige woorden blijft en dat Nederlanders echt niet anders, verantwoorder, gaan eten. Is die vrees terecht? En hoe kan Nederland de ambitie voor gezond en duurzaam voedsel dan wel waarmaken?

Hoe kan Nederland de ambitie voor gezond en duurzaam voedsel dan wel waarmaken?

Daarover gaat het ‘Duurzame 100-debat’ van Trouw, maandag in Amsterdam (zie kader). Hans Dagevos is een van de sprekers, net als boerenvoorman Hans Huijbers, ‘vegetarische slager’ Jaap Korteweg en Marlijn Simons-Somhorst, manager duurzaamheid bij Lidl.

Dat de prijs niet het probleem hoeft te zijn om anders te gaan eten, bewijst Lidl. De discounter breidt zijn assortiment biologische producten gestaag uit. Tot schrik van de biologische speciaalzaken die zich afvragen hoe het zo goedkoop kan. Simons heeft daar wel een antwoord op: de supermarkt heeft een bescheiden assortiment van producten die afkomstig zijn van een beperkt aantal vaste leveranciers. Dat maakt het verduurzamen een vrij overzichtelijke klus.

De jury van de Duurzame 100 prees Simons voor haar inspanningen: ‘Marlijn maakt grote stappen, niet alleen met het meest duurzame distributiecentrum, ook door over te stappen op palmolie, soja en cacao uit duurzame bronnen.’

Op een heel andere schaal opereert Jaap Korteweg. Korteweg is biologisch akkerbouwer in West-Brabant, maar bekender als de ‘vegetarische slager’. Onder die naam baat hij een speciaalzaak in vegetarische gerechten uit in Den Haag. Het nepvlees van de vegetarische slager, met namen als ‘kipstuckjes’, ‘gehackt’ of ‘speckjes’, is ook verkrijgbaar bij supermarkten als Albert Heijn, Jumbo en Plus.

Uit onderzoek van Hans Dagevos kwam eerder naar voren dat de acceptatie van nieuwe voedselproducten bij het publiek nogal eens stuit op neofobie, een afkeer van nieuwe dingen. Korteweg lijkt dat te ondervangen door zichzelf ‘slager’ te noemen en zijn producten namen te geven die doen denken aan bekende stukjes vlees. Is dat slim? “Ja en nee”, reageert Dagevos. “Zulke namen werken positief voor wie gehecht is aan vlees. Maar bij overtuigde vegetariërs roept het weerstand op, omdat die namen verwijzen naar vlees, dat zij juist hebben afgezworen.”

Consumentenmisleiding

Vleesproducenten zijn ook ongelukkig met Kortewegs gehackt en kipstuckjes. Het leidde tot Kamervragen, waarin de vegetarische slager consumentenmisleiding werd verweten. De minister kreeg het verzoek te verbieden dat vegetarische producten namen hebben die naar vlees verwijzen.

Dagevos: “Belangrijker dan de naam van het product is het imago ervan. Van plantaardige vleesvervangers bestaat nog vaak het beeld dat die niet smakelijk zijn. Volkomen onterecht. Maar het imago van vegetarische gerechten loopt een generatie achter op de werkelijkheid.”

Het imago dat het publiek van je heeft, is ook voor boeren een belangrijke kwestie

Het imago dat het publiek van je heeft, is ook voor boeren een belangrijke kwestie, weet Hans Huijbers. Op zijn Brabantse boerderij werkt Huijbers, voorman van boerenorganisatie ZLTO, volgens de nieuwste inzichten. Dat betekent bijvoorbeeld: meerdere malen per groeiseizoen kleine beetjes beschermingsmiddelen spuiten, en niet één keer grootschalig met de gifspuit over de gewassen. Dat heeft het middelengebruik bijna gehalveerd. Maar het publiek ziet de boer nu vaker met de gifspuit in de weer. Dat is lastig uit te leggen, ervaart Huijbers.

Hij denkt dat boeren serieus werk kunnen maken van het produceren van (nog) duurzamer voedsel als supermarkten beter zouden betalen. “Als onderste in de keten zitten de boeren in de tang van een handjevol grote inkopers”, zei Huijbers daarover in Trouw.

Daarnaast mist hij als boer vertrouwen, de overtuiging bij het publiek en de overheid dat hij zo duurzaam mogelijk werkt. Ja, hij laat zijn koeien buiten lopen, zodat de consument weidemelk krijgt, maar dat moet hij met een hele administratie bewijzen. “Dat vertik ik.”

Zo lijken boeren en consumenten, de overheid en de markt allemaal met de rug naar elkaar toe te staan, terwijl iedereen zegt dat het tijd is voor een ‘voedseltransitie’. De staatssecretaris wil die zelfs binnen vijf jaar. Waar moet hij beginnen?

“Gewoonten veranderen is een hardnekkig proces”, zegt Hans Dagevos. “Bij onze voedselconsumptie spelen verschillende zaken mee: de prijs, bijvoorbeeld, maar ook de manier waarop een product wordt aangeboden en de vraag wat anderen doen. Als je ziet dat iemand in je omgeving vegetarisch kookt, wordt voor jezelf de stap kleiner om dat ook te gaan doen. Maar daar heeft een staatssecretaris natuurlijk geen invloed op.”

Extra belasten?

En de prijs dan? De overheid kan toch bepalen om sommige producten duurder te maken met een belasting en andere goedkoper? “Zo eenvoudig ligt het helaas niet”, zegt Dagevos. “De overheid heeft bijzonder weinig invloed op de prijzen in de supermarkt. Natuurlijk, je kunt accijns gaan heffen. Die discussie komt de laatste paar jaar vaak op. Dan gaat het weer over een vettax, dan weer over een suikertax of een kiloknallertax. Maar de wetenschappelijke bewijzen dat zoiets werkt, zijn gering. Wat er nu over getoeterd wordt, is weinig science based. Het zou echt eens uitgezocht moeten worden. Van sigaretten weten we dat accijns tot minder verkopen leidde. Maar daar was de bijbehorende boodschap: roken is slecht voor uw persoonlijke gezondheid. Dat is een eenvoudiger boodschap dan ‘vlees is slecht voor het milieu’.”

Toch kan de regering wel een stapje zetten om Nederlanders duurzamer te laten eten.

Toch kan de regering wel een stapje zetten om Nederlanders duurzamer te laten eten. “We hebben de Richtlijn gezonde voeding. Die beveelt onder andere aan om minder vlees te eten. Maar het beleid van de overheid volgt die richtlijn nog niet altijd. Als dat nu eens veranderde, en dan ook serieus, zonder voor de bühne te praten en zonder subsidies die voor het tegendeel zorgen.

“Je ziet de laatste jaren dat mensen bewuster zijn van wat ze eten en waar ze dat kopen. Die ontwikkeling zie ik zich wel voortzetten. Maar je moet tegelijkertijd niet vergeten: er zal altijd een hardnekkige groep blijven die niet wil veranderen. Duurzaam eten zal deze mensen worst wezen.” 

Trouw-debat in pakhuis de zwijger

Debat: ‘Nederland eet anders’. Met Hans Dagevos, Jaap Korteweg, Marlijn Simons en Hans Huijbers. Maandag 20 maart, 19.30 uur. Pakhuis De Zwijger, Piet Heinkade 179 Amsterdam. Reserveren via Trouw.nl/exclusief

Deel dit artikel

Hoe kan Nederland de ambitie voor gezond en duurzaam voedsel dan wel waarmaken?

Het imago dat het publiek van je heeft, is ook voor boeren een belangrijke kwestie

Toch kan de regering wel een stapje zetten om Nederlanders duurzamer te laten eten.