Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

AMSTERDAM: HET KENNISLAB

Home

SYBE I. RISPENS

NewMetropolis heet het gloednieuwe science and technology center dat bovenop de IJtunnel in Amsterdam is verrezen. Hoe past de nieuweling tussen de wetenschapsmusea in andere Europese hoofdsteden? In de aanloop naar de opening, volgende week dinsdag, belichtte Trouw de kijk op wetenschap, techniek en samenleving zoals Britten, Duitsers, Fransen die in hun nationale wetenschap- en techniekmuseum tentoonstellen. Vandaag tot besluit de aanpak van newMetropolis zelf. “Een van de belangrijkste kenmerken wordt het menselijk gezicht.” NewMetropolis is het hele jaar geopend. Op zondag tot en met donderdag van 10.00 tot 18.00 uur, vrijdag en zaterdag van 10.00 tot 21.00 uur. Van 1 juli tot en met 31 augustus op alle dagen van 10.00 tot 21.00 uur. Entree: kinderen tot en met 16 jaar ¿ 15,-. Volwassenen ¿ 22,50.

Het plaatselijke karakter van newMetropolis zit als het ware ingebakken in zijn ontstaansgeschiedenis. In 1923 bracht de kunstenaar Heijenbrock zijn collectie schilderijen en industriële objecten bijeen in het Museum van den Arbeid. De verzameling vormde de basis van het in de jaren vijftig opgerichte, in Amsterdam gevestigde Nederlands instituut voor nijverheid en techniek, het Nint.

Daar zijn de plannen voor een nieuw publiekscentrum voor wetenschap en technologie aan het eind van de jaren tachtig geboren en zo is newMetropolis een rechtstreeks vervolg op het Nint. De totale bouwkosten bedragen tachtig miljoen gulden, nog niet de helft van wat het Science museum in Londen uitgeeft voor een verbouwing.

Joost Douma, directeur van newMetropolis: “Dat we voortkomen uit van het Museum van den Arbeid zie je bijvoorbeeld aan het feit dat het thema 'werk' bij ons heel belangrijk is. Het is bijzonder om ook te belichten hoe het werk en de inzetbaarheid van mensen door nieuwe technologie verandert. Dat is een typisch Nederlandse invalshoek, niet alleen naar techniek kijken maar juist ook naar de mens die achter de knoppen zit.”

Douma hoort niet graag de benaming 'museum' voor zijn newMetropolis. Als het dan al een techniekmuseum moet heten, dan graag eentje van de vierde generatie. In deze classificatie behoren grote delen van het Londense Science museum bijvoorbeeld tot de eerste generatie. Daar zijn oude technische en wetenschappelijke objecten te bezichtigen op een manier die doet denken aan een natuurhistorisch museum. Je kijkt dan niet naar opgezette dieren, maar naar gebalsemde machines.

De musea van de tweede generatie, zoals het Deutsche technikmuseum Berlin, zijn meer thematisch ingericht en laten vaak ook werkende modellen en demonstraties van apparaten zien. In de derde generatie techniekmusea wordt de bewaarfunctie van oude objecten volledig aan de kant geschoven en wijdt men zich alleen nog aan natuurwetenschappelijke experimenten. We spreken dan van een klassiek science center (zie ook kader).

In de vierde generatie techniekmusea verschuift de aandacht van natuurkundige basisprincipes en fenomenen naar technologische processen. De verbinding tussen de verschillende vakgebieden wordt gezocht en de mens komt in relatie te staan tot techniek en milieu.

Douma: “Wat je dan krijgt is een centrum waar het niet meer alleen draait om het terugdringen van het wetenschappelijk analfabetisme. In plaats van lesgeven in natuurkunde gaat het meer om het stellen van vragen. Een klassiek science center heeft bijvoorbeeld een afdeling over licht en een ander deel over geluid. Wij combineren die twee, om bezoekers in staat te stellen het debat over beide fenomenen te volgen. Daarmee krijg je minder het willekeurige knoppendruk-gedrag dat je vaak in science centers ziet. De experimenten die wij aanbieden zijn niet bedoeld om een effect na te jagen maar hebben veel meer een open einde. In die zin zijn het waarlijk experimenten. Wij vatten wetenschap op als het steeds beter stellen van vragen.”

Een van de belangrijkste kenmerken van newMetropolis wordt het menselijk gezicht. Er zullen hosts zijn die demonstraties houden, dingen uitleggen, experimenten begeleiden of theateracts opvoeren. De gastheren en - dames zullen er ook niet voor terugdeinzen bezoekers aan te spreken om zo het stellen van vragen aan te moedigen. In Amerika, waar dit idee vandaan komt, is zoiets heel gewoon; je hoeft maar een willekeurige winkel binnen te stappen of je wordt al vriendelijk - soms net iets té vriendelijk - aangesproken.

Hoe zullen de nuchtere Nederlanders hier op reageren? Douma: “Ik heb geen idee. Maar we denken dat het heel verrassend zal werken. Bezoekers zullen misschien eerst zeggen 'wat overkomt me nu', maar ik ga ervan uit dat de ontvangst positief zal zijn. Het is een van de vele dingen die we hier uitproberen. We zullen het effect moeten afwachten. Heel spannend.”

Met spanning lijken ook Nederlandse bedrijven uit te kijken naar de opening van newMetropolis. Volgens zegslieden van bedrijven is er veel belangstelling voor een podium waar technologie als een van de pijlers van de samenleving wordt neergezet.

Philips-woordvoerder Guus Bekooy legt uit: “Wij hebben sterke behoefte aan jonge, leergierige mensen die kiezen voor een technisch beroep. Het aanbod van dat soort mensen loopt de komende jaren sterk achter bij de vraag. Niet alleen op hoog maar ook op middelbaar en lager technisch niveau. Dat komt mede doordat in Nederland de technische beroepen achter de gesloten deuren van de laboratoria en fabrieken blijven. Bij ons zie je veel minder wetenschap en techniek in de media dan bijvoorbeeld in Engeland of Frankrijk. In die zin is newMetropolis een belangrijke ontmoetingsplaats, waar mensen met de technische wereld achter de stekkers en knoppen kunnen kennismaken.”

Philips heeft niet alleen producten, maar ook kennis en ervaring aan newMetropolis geleverd. Praktijkervaring heeft het bedrijf opgedaan met het eerste science center dat na de Tweede Wereldoorlog in Europa werd gebouwd, het Evoluon in Eindhoven, een duidelijk voorbeeld overigens van een derde-generatie techniekmuseum. Als voorbeeld van een geslaagde samenwerking noemt Bekooy het oplossen van de technische puzzel om dingen interactief en tegelijk robuust te maken.

De samenwerking met de Nederlandse industrie, zo zegt directeur Douma, is zeer goed verlopen “Alleen hebben we wel eens discussies gehad over de mate waarin je risico's van de techniek moet laten zien.” Dat is een gevoelig punt. Douma: “Onze basishouding ten opzichte van wetenschap en techniek is een positieve. Maar we zijn niet kritiekloos. We laten ook allerlei risico's zien en we relativeren. Zo is er een spel ontworpen waarbij de bezoeker wordt uitgedaagd zo snel en veilig mogelijk olie te transporteren van een laadboei naar de haven. Gaat het mis, dan moet met behulp van bootjes met veegarmen de olie worden opgeruimd.”

Lucas Reijnders, hoogleraar milieukunde aan de Universiteit van Amsterdam, vindt dit toch een rare manier om tegen een milieuprobleem aan te kijken: “Die veegarmen zijn leuk en aardig, maar ze gaan voorbij aan de belangrijkste problemen bij de oliewinning. Ik denk aan de veiligheid van de schepen. Op dat gebied is technisch veel mogelijk. Je kunt olietankers vrij eenvoudig zodanig verbouwen dat de kans op ongelukken met een factor tien tot twintig naar beneden gaat. Datzelfde geldt voor booreilanden, waar nu nog zoveel lekkages zijn dat de zeebodem in een grote straal eromheen in een soort dode woestijn is veranderd. Olielozingen voor de Nederlandse kust kun je verhelpen door een goed recycle-systeem in de havens aan te bieden. Technisch is het allemaal geen enkel punt, maar in de praktijk gebeurt het maar niet. Daar heeft een science center misschien toch een te rozige visie op techniek, in de zin dat de echte dilemma's tussen milieu en het toepassen van techniek uit de weg worden gegaan.”

NewMetropolis wil een soort kennislab van de 21e eeuw zijn. Douma, het bedrijfsleven en Reijnders zitten weer aardig op een lijn als het gaat om de vaardigheden die zo'n kennislab idealiter zou moeten overdragen. Reijnders: “Het mooiste zou zijn als newMetropolis een analytische vaardigheid kan doorgeven. Dat mensen ongeveer zien hoe vraagstukken in elkaar zitten. Wat de technische, de economische en de culturele componenten zijn. En ook een idee krijgen van de mogelijke oplossingen.”

Techniekmuseum?

Het eerste in zijn soort wordt 'Urania' genoemd, naar de Griekse muze van de astronomie. Het nieuwe museumtype verschijnt in 1889 in Berlijn en is tegelijk een volkssterrenwacht, een wetenschappelijk theater en een experimenteerzaal voor leken. In een Urania wordt techniek niet langer in donkere toonzalen en rijen glazen kasten gepresenteerd, bezoekers mogen er zelf de handen uit de mouwen steken. De tentoonstellingen waar bezoekers worden getrakteerd op simpele natuurkundige experimenten slaan geweldig aan en verspreiden zich al snel over Europa. De succesformule is eenvoudig: laat mensen alle technische apparaten en wetenschappelijke opstellingen zelf bedienen en ze zullen versteld staan van de geweldige bevrediging die zoiets geeft. In een Urania wordt wetenschap en techniek dus niet bewaard of verzameld, zoals in een gewoon techniekmuseum, maar aan het publiek uitgelegd. Door bezoekers natuurkundige proefjes te laten doen moet het vonkje van de uitvinding naar hen overspringen. Het vonkje wordt in 1925 in München uitgewerkt tot een heus vuurwerk: het Deutsche Museum verbindt de didactische methode van de Urania met de klassieke opgave van een techniekmuseum om oude, industriële apparaten voor het nageslacht te bewaren. Tien jaar later zet men in Parijs alle registers van het nieuwe leerprogramma open, in het Palais de la Découverte, waar bezoekers een ongekend aantal natuurkundige proefjes kunnen doen. In 1966 opent in Eindhoven het Evoluon zijn poorten, ook in de geest van de Urania: techniek niet conserveren maar demonstreren. Frank Oppenheimer, de broer van de beroemde kernfysicus, neemt zelfs een kijkje in Brabant voordat hij in San Francisco het Exploratorium opent. De manier waarop Oppenheimer daar allerlei fenomenen uit de dagelijkse praktijk presenteert wordt zo enthousiast ontvangen dat die over de hele wereld navolgers krijgt. Inmiddels zijn er wereldwijd circa duizend techniekmusea. Zo vindt het aloude idee van de Urania, opgefrist door een flinke dosis Amerikaans pragmatisme, zijn weg terug naar Europa. Nu wel onder een andere naam: science center dus.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie