Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Alsjeblieft geen God die altijd liefheeft

Home

STEVO AKKERMAN

interview| God kan nogal onaangenaam tekeergaan, maar dat vindt Tamarah Benima wel prettig. 'Dan kan ik hem ter verantwoording roepen en zeggen dat het afgelopen moet zijn met de shit.'

Of God bestaat weet ze niet, maar rabbijn is ze wel, en het Jodendom is haar familie en haar lot. Tamarah Benima, deze week 65 geworden, kreeg ooit van haar soefi-meester de opdracht zich te wenden tot de Joodse traditie waar ze uit voortkwam, en vandaag publiceert ze een boek onder de titel 'Joodser dan dit krijgt u het niet'. In de ondertitel is sprake van 'Joodse levenskunst', hetgeen je gezien de geschiedenis van de Joden een bevochten begrip zou mogen noemen - voor Benima zelf geldt dat zeker.

In de inleiding van uw boek noemt u het 'een voorrecht Jodin te zijn'. Is dat niet een beetje kinderachtig? Mensen die hun afkomst loven, prijzen toch eigenlijk alleen het toeval?

"Behalve dat het toeval ook wel een aantal nare streken heeft geleverd. Ik ken geen Jood en ik ken geen Jodin die de naam Israël geen eer aandoet. 'Israël' betekent 'degene die worstelt met God'. Ik ben in een barak in Majdanek, bij het zien van een zoveelste foto van een kar vol uitgemergelde lijken, eens in huilen uitgebarsten: dit is de mate waarin ik word gehaat. Ik als Jodin. Iedere Jood moet zich afvragen: wil ik wel behoren tot deze minderheid? Als ik zeg dat het een voorrecht is om Jodin te zijn, dan is dat ook het resultaat van vijftig jaar therapie."

Is het dan wel een voorrecht?

"Absoluut. Het Jodendom of de Joodse beschaving - ik definieer het liever niet in religieuze termen, je moet door de religie heen kijken - is een enorm blok graniet dat vastgeketend zit aan de enkels van iedere Jood en Jodin, en waaruit je moet proberen je eigen sculptuur te hakken. Uiteindelijk lijkt dat me beter dan nergens aan vastgeketend te zitten - waar haal je dan de impuls uit om iets van het leven te maken? Dan liever een systeem waarop je je autonomie moet bevechten."

En waaruit bestaat dat graniet? Wat is eigenlijk het Jodendom, de Joodse beschaving of het Joodse volk als lang niet alle Joden samenvallen met een religie, een land, een taal, een etniciteit?

"Ik zeg in het boek dat het een construct is. Maar elk volk is een construct. Je kunt het niet definiëren, je kunt het niet vastpinnen, maar dat wil niet zeggen dat het niet bestaat. Wat het alleen een beetje raar maakt is dat anderen aan de haal zijn gegaan met onze cultuurgoederen, inclusief onze God.

"Toch is er iets dat heel significant is voor de Joodse cultuur en dat is het stellen van vragen. Hoe zit dit, waar komt het vandaan, wie heeft dat nou weer bevolen, wat moet ik hier mee - en dat tot in het oneindige. Plus het feit dat we altijd onderweg zijn, dat is bijna een principe geworden. Ik ken geen ander volk dat het niet-thuis-zijn, en het thuis-maken waar je ook bent, zo in zijn DNA heeft zitten."

U hebt uw boek geschreven, zegt u, voor al die mensen die denken dat ze iets weten over het Jodendom, terwijl dat niet zo is. Dat kunnen ook Joden zijn?

"Ja, want ik ken ongelooflijk veel Joden die er niets mee te maken willen hebben, die het beschouwen als iets naars, even vrouwvijandig als de islam en het christendom, even gewelddadig ook. Terwijl dat volgens mij niet zo is."

U ziet de drie monotheïstische godsdiensten liever niet over één kam geschoren?

"Inderdaad. Overigens schort er wel meer aan, als het gaat om de verhouding tussen de Abrahamitische godsdiensten. De naam die de Eeuwige zichzelf geeft in het Oude Testament is een samenstelling van de drie tijden van het werkwoord 'zijn': was, is en zal zijn. Waarbij je die tijden niet eens uit elkaar kunt halen. Het gaat om vier letters, j-h-w-h, en je kunt het niet uitspreken: dát is de naam. Niet God - een Germaans woord. Niet Allah - een Arabisch woord. Wat wel? 'Zijn'. 'Ik ben die ik ben', 'ik word die ik was' - whatever. Dat is een heel ander verhaal. Christendom en islam beroven ons van de naam die voor ons allemaal zou kunnen gelden."

Maar die naam is nogal onhandig in het spraakgebruik.

"Dan zeg je 'de Naam' of 'de Geliefde' of 'de Eeuwige' - allemaal aanduidingen, niet de naam zelf. De aanduidingen zijn genoeg, je hoeft niet uit te zoeken of God wel of niet bestaat, dat is ook niet wat ik Joden voor wil houden. Maar ik zeg wel: speel het religieuze spel. Omdat het zo onwaarschijnlijk interessant is, omdat het je nieuwe inzichten geeft, je in contact kan brengen met andere bewustzijnstoestanden, je helpt je rommel op te ruimen."

Welke rol spelen de overgeleverde teksten in dat spel?

"Zoals mijn soefi-meester Fazal Inayat Khan zei: alles is belangrijk en niets is belangrijk. De teksten zijn heel belangrijk in het Jodendom, maar ze kunnen ook een bijna zwarte zonnebril zijn, waar je maar nauwelijks iets door kunt zien, soms zelfs niets. Dan kan je die bril maar beter afzetten. Bij alles is het zo: het hangt helemaal van jou af. Wat doe je ermee? Laat je jezelf opknopen? Of zoek je dat wat je vrijheid geeft, lucht en liefde? De tekst is het materiaal, jij moet ermee werken."

U schrijft dat het nog maar de vraag is of personen als Abraham en Mozes wel bestaan hebben. Een predikant die onlangs hetzelfde zei over Jezus deed nogal wat stof opwaaien.

"Ten eerste: bewijzen heb ik ook niet. Het lijkt me uiterst onwaarschijnlijk dat ze hebben bestaan, tot dusver zijn er geen archeologische aanwijzingen voor gevonden. Maar gebeurt dat wel, dan maakt dat voor mij geen enkel verschil. Daar gaat het helemaal niet om. En wat Jezus betreft: hij is een levende entiteit voor iedereen die zich christen noemt, dus als een dominee zegt dat hij niet heeft bestaan, dan is er nog geen man overboord."

Wel voor gelovigen die zijn zoenoffer benadrukken. Dat móét gebeurd zijn.

"Een volwassen christen zal het naar een hoger niveau tillen en zeggen: het christendom geeft mij de zekerheid dat er een einde is of komt aan mijn schuld, los van de vraag wat er gebeurd is. Het was sowieso geen offer, dan hadden ze Jezus het mes op de keel moeten zetten. Maar hij is gewoon vermoord. Ik kan me niet voorstellen dat iedereen die gelooft dat Jezus voor hem of haar een offer heeft gebracht, dat ook zou zeggen als hij of zij er met de neus bovenop had gestaan.

"Het is een rationalisatie, net als de bewering dat de Shoah toch ergens goed voor was, namelijk de oprichting van de staat Israël. Nou, dan liever geen staat. Dat soort dingen kun je alleen zeggen vanaf een geografische, historische en emotionele afstand - als je daar staat, bij dat kruis, kun je toch niet denken: goed idee, want dit gebeurt voor mij?

En de gewelddadige teksten in de Bijbel, wat doen we daarmee?

"Het gaat deels om profetische teksten, waarschuwingen dus. Deels ook verslagen van oorlogen, legendarische verslagen, legendes. En verder om een God die gewoon af en toe eens flink uitpakt. Wat ik wel prettig vind."

Wel prettig?

"Ja. Kijk: ik ben een paar keer echt iemands grote liefde geweest. Niet van één man, maar van twee of drie. Maar ik hield niet net zoveel van die jongens als zij van mij. Dat is echt afschuwelijk, want je schiet dus altijd tekort: hun liefde is groter. Daarom wil ik niet graag een God die altijd liefheeft - wel in mijn mystieke ervaring, dan is hij absolute goedheid, maar niet in het dagelijks gebruik. Want dat zou betekenen dat ik altijd tekort zou schieten: mijn liefde is nooit zo groot als de liefde van God.

"Dan heb ik liever zo'n type dat soms optreedt als een totale narcist en paranoïde gek. Met het Al of de Eeuwige Liefde kun je geen relatie aangaan, met zo'n type wel. En waarom is het belangrijk om een relatie aan te kunnen gaan? Om de Eeuwige ter verantwoording te kunnen roepen voor wat er is gebeurd, voor wat er nog steeds gebeurt. De Griekse en Romeinse goden klooiden maar wat aan, dat had je maar te pikken, maar wij hebben een godsbeeld van dialoog en wederkerigheid. Ik kan tegen God zeggen: en nou is het godverdomme genoeg zeg, nou is het afgelopen met de shit."

En dat zegt u dan tegen wie? Of wat?

"Tegen iets waarvan ik absoluut niet weet of het bestaat, maar dat ik nodig heb en dat zich door mij de oren laat wassen."

Lees verder na de advertentie

Tamarah Benima

Tamarah Benima (Amsterdam, 1950) woonde en werkte in Berlijn en Jeruzalem. Van 1992 tot 1999 was ze hoofdredacteur van het Nieuw Israëlietisch Weekblad. Na een rabbinale studie aan het liberaal-joodse Levisson Instituut werd ze rabbijn; ze is verantwoordelijk voor drie joodse gemeenten. 'Joodser dan dit krijgt u het niet' is de weerslag van tien hoorcolleges die ze gaf in De Rode Hoed.

Deel dit artikel