Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Als mensen denken dat ik leuk ga zitten doen, hebben ze het mis

Home

AFRA BOTMAN

Morgenavond begint de tiende jaargang 'Zomergasten', het avondvullende televisieprogramma waarin coryfeeën laten zien wat hen op televisie heeft geboeid. Er komen vijf gasten, te beginnen met saxofoniste Candy Dulfer. Volgende week komt schrijver K. Schippers aan het woord, de week erop schrijver Arnon Grunberg, daarna wetenschapsfilosoof Jaap van Heerden. De laatste zomergast wordt pas onthuld op het moment van uitzending op 31 augustus.

Waarom die geheimzinnigdoenerij over de laatste gast? Wim T. Schippers, die 'Zomergasten' dit jaar gaat presenteren: “Het was een voorwaarde die de gast zelf stelde. Anders wou hij niet komen. Geen zin in interviews vooraf enzo. Ik ga ook echt niet zeggen wie het is.”

De VPRO wil wel iets kwijt over welke tv-beelden deze mystery guest heeft uitgekozen. Het persbericht vermeldt: Kick Stockhuysen, Ton van Duinhoven, Marilyn Monroe (onder voorbehoud), vijf jongens met een kaketoe, Clive James, Derek Jacobi, Andreas Burnier, Adriaan van Dis, enkele mannequins, Gerrit van Dijk en David Attenborough.

Raden maar. Het moet een man van middelbare leeftijd of ouder zijn, want een jonger iemand weet niet wie Kick Stockhuysen is en het zijn altijd oudere mannen die iets met Marilyn Monroe hebben. Maar Schippers laat zich niet uit de tent lokken. “Ik ga het echt niet zeggen, alleen dat ik heel trots ben, dat het heel bijzonder is en verdomd interessant.”

Schippers is ook blij met de andere gasten. Hij heeft samen met de redactie de selectie gemaakt. “Er was eerst een longlist, toen een shortlist en toen hing het er nog van af wie er wilde of kon komen.” Is het bij 'Zomergasten' niet een beetje te veel ons-kent-ons? Waarom niet eens Marco Borsato laten vertellen wat hij graag op televisie ziet, of Erwin Kroll? Schippers reageert verbaasd. “Vind je dat? Nou, sommigen vonden het al bizar dat we Candy Dulfer hadden, hoor.”

De vijf afleveringen zullen ieder vier uur duren. In de rechtstreekse uitzendingen moet Schippers de van tevoren uitgekozen fragmenten inleiden en de gast erover laten vertellen. “Het zal heus wel voorkomen dat we aan sommige fragmenten niet toe komen. Aan de andere kant ben ik gewend te werken tegen de klok. Vergeet niet dat ik jarenlang Ronflonflon heb gemaakt.” Tijdens het gesprek komt Schippers vaker terug op het radioprogramma 'Ronflonflon met Jacques Plafond'. Hij zou het programma, dat na een reorganisatie bij de radio sneuvelde, dolgraag weer maken, zegt hij. “Maar ja, geen tijd. Het kostte me twee dagen per week. Ik deed heel veel zelf.”

Eigenlijk heeft hij ook geen tijd voor 'Zomergasten', zegt hij. “Ja natuurlijk kost me dat veel werk. Fragmenten bekijken, me voorbereiden. Het laatste boek van K. Schippers had ik nog niet gelezen.” Op de vraag of K. Schippers familie van hem is antwoordt hij vriendelijk: “Nee. K. Schippers is een pseudoniem, wist je dat niet? Een pseudoniem van Gerard Stigter.”

Wim T. Schippers (hij heet echt zo, maar de T. heeft hij er zelf bij verzonnen, geboren in 1942 en opgegroeid in Bussum als buurjongen van Willy Dobbe, hervormd nest, maakte zijn tv-debuut in het jongenskoortje van de NCRV) kent de meeste gasten die hij de komende weken gaat ontvangen persoonlijk. Vooral Jaap van Heerden kent hij goed. “Ik zat nog op de kunstacademie, die tegenwoordig zo deftig de Rietveldacademie heet en had een baantje in de postkamer van een bank. In de paternoster ontmoette ik Jaap van Heerden, toen nog student wijsbegeerte. We zien elkaar geregeld bij café Scheltema. Hij gaat hele boeiende dingen vertellen in 'Zomergasten', bouwt een verhaal om de televisiebeelden heen. Ik ben alleen de praatpaal. Als mensen denken dat ik leuk ga zitten doen hebben ze het mis. Ik zal er geen performance van maken, en ik ga ook niet zitten psychologiseren.”

Hij wil geen oordeel uitspreken over Freek de Jonge en Peter van Ingen, die eerder het praatprogramma presenteerden. Wel wil hij kwijt dat hij eens is gevraagd als gast en dat hij heeft geweigerd. “Ik kon niks met de vraag: stel je ideale televisieavond samen. Wat is dat nou, de ideale televisieavond. Er is zo'n ontzaglijke hoeveelheid dingen die ik nog wel eens zou willen zien. Ik heb zo'n breed interesseveld. En ik had geen zin in die psychologie van de koude grond: O, je hebt voor iets over de oorlog gekozen, vertel eens... Dat ga ik dus ook niet doen. Ik wil de gasten niet het vuur aan de schenen leggen. Ik ben geen interviewer. Verwacht van mij geen scherpe vragen. Mij gaat het erom dat iemand pratend tot zijn recht komt.”

Schippers is vast van plan zich terughoudend op te stellen, het mag niet zijn show worden. Dat gaat hem waarschijnlijk nog moeite kosten, hij is iemand die liever zelf iets maakt dan toekijkt. “Ik vind het een vreselijke rol, die van presentator. Alsof dat iets is. Ik zag laatst een programma van Rémi van der Elzen, hoe is het toch mogelijk dat mensen zoiets doen.”

Al pratende wordt hij somberder over zijn klus van de komende weken: “Ik ben niet van plan het ooit nog te doen. Het kost me gewoon teveel tijd. Aan de gasten zal het niet liggen, als er een aflevering mislukt, komt het door mij. Als dit niet goed gaat, zullen ze schrijven: 'Hij moet niet denken dat hij kan interviewen.' Toen ik als beeldend kunstenaar ging acteren, zeiden ze: 'hij moet niet denken dat hij kan acteren'. Toen ik daarna zelf ging schrijven, zeiden ze: 'Hij moet niet denken dat hij kan schrijven'. Dat risico loop je je hele leven. Maar ik vind niet zo gauw dat ik af ga. En ik houd wel van risico,” zegt hij alweer iets opgewekter.”

Waarom heeft hij het eigenlijk gedaan? “Ze vroegen me. Ze zeiden: Wim, dat kán je. Zo ging dat ook met de Wetenschapsquiz, die ik overigens begin volgend jaar ook weer ga presenteren. Ik kende die mensen van wetenschap, had vaak wetenschappers in 'Ronflonflon'. Behandelde kwaaltjes, gordelroos enzo, en zweetvoeten. Ik vind die quiz een leuke aanleiding om je in van alles te verdiepen. Ik wil wat over de onderwerpen weten, er zitten specialisten die ik te woord moet kunnen staan.”

Dat hij 'eigenlijk geen tijd heeft' zoals hij voortdurend opmerkt, wordt begrijpelijk als Schippers opsomt waar hij momenteel mee bezig is, los van de permanente verbouwing van zijn oude Amsterdamse huis. Hij heeft net een scenario afgerond voor een grote animatiefilm, samen met tekenaar Theo van den Boogaard, met wie hij de strips Sjef van Oekel maakt. Er zijn onderhandelingen gaande met een grote filmindustrie in Amerika, die er veelbelovend uitzien. “Ik hoef niet zo nodig bekend te worden in het buitenland, maar een dergelijk project moet je in Amerika onderbrengen, daar kunnen ze zo'n film maken tegen redelijke kosten.” Hij gaat een toneelstuk schrijven voor de groep De Nieuwe Amsterdam. “En ik ben voor de VPRO weer met een dramady bezig. Ik ben er nog niet uit. Maar ik heb tegen de VPRO gezegd: ik beloof niks en ik weet ook niet wanneer het klaar is.” Hij werkt graag voor de VPRO, zegt hij. “Het is de enige omroep waar je je gang kunt gaan.” Zijn dramadies 'Waldolala', 'We zijn weer thuis', 'De lachende scheerkwast' en zijn creaties Fred Haché, Barend Servet en Wilhemina Küttje, zijn Kerstspel met een bejaarde Jezus in een luier zijn zacht uitgedrukt niet onomstreden. “Maar ze hebben me bij de VPRO nooit enige beperking opgelegd. Ik voelde me wel eens tekort gedaan door door Roelof Kiers.” Kiers was tot zijn plotselinge overlijden in 1994 televisie-directeur. “Ik vond hem een aardige man, maar hij zag niks in drama en dat zei hij ook steeds. Iedere aflevering van 'We zijn weer thuis' opnieuw moest ik die discussie met hem aangaan. Wanneer stop je er nou eens mee, vroeg hij dan. Nou, uiteindelijk had ik er geen zin meer in en toen ben ik ermee gestopt. Daar had ik goed de pest over in. Vervolgens kreeg ik de Nipkovschijf, dat deed me goed.”

De overzichtstentoonstelling dit voorjaar in Utrecht, liet iets zien van de nooit aflatende stroom werk van de kunstenaar, theatermaker en televisiemaker, stemmetjesmaker (Ernie in Sesamstraat) en woordenmaker. Schippers: wat is dat eigenlijk een raar woord, televisiemaker. Alsof ik met stekkertjes rondloop. Ik ben wel eens gebeld door mijn overbuurvrouw. De televisie was kapot, zei ze tegen mijn vrouw. Kan uw man even komen, die werkt toch bij de televisie? Nou, mijn vrouw werkt ook bij de televisie, maar op haar werd geen beroep gedaan.” Schippers deelt het leven met de VPRO-regisseur Ellen Jens. “Ik ben even gaan kijken bij ze, een bejaard echtpaar aan de overkant van het water. De schilder was geweest en er was een kabeltje aan de achterkant kapot getrokken. Ik kon het repareren. Dát is voor mij een televisiemaker.”

Over zijn eigen werk praat hij met veel meer enthousiasme dan over 'Zomergasten'. Dat hij woorden heeft toegevoegd aan de Nederlandse taal. “Het is een uitgezocht door de journalist Henk van Gelder. Van Kooten en De Bie hebben de meeste nieuwe woorden bedacht, maar die zijn met zijn tweeën. Wist je dat het woord gekte van mij is? Dat bestond voorheen niet. Je hebt wel ziekte, en niet ziekheid. Maar wel gekheid en niet gekte.”

En binnenkort komt er ook een écht Willy Dobbeplantsoen, vertelt hij. In het najaar gaat hij het plantsoen openen, samen met de voormalige televisiepresentratrice, naar wie hij in Waldolala een plantsoen noemde.

Bij het afscheid nemen zegt hij: “Je hebt me niet eens gevraagd Ernie te doen.” Als hij maar belooft dat hij daar nooit mee zal stoppen. Plechtig: “Dat blijf ik doen tot mijn dood.”

Deel dit artikel