Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Alphen aan den Rijn luistert/Voorzieningen voor de minima afgestemd op de doelgroep/Armoedebestrijding

Home

Barbara Berger

ALPHEN AAN DEN RIJN - De benoeming door de Verenigde Naties van Alphen a/d Rijn tot internationale voorbeeldgemeente inzake armoedebestrijding heeft verbazing en enige hilariteit gewekt bij gemeenten en armoede-deskundigen. Het was eerder niet opgevallen dat Alphen iets beter deed voor de minima dan de rest.

Maar Alphen ziet dat anders. Zij vindt dat zij bijzonder goed luistert naar de zorgen en wensen van de minima zélf. Dat mag best in een VN-boek worden beschreven. Want Alphen stemt daadwerkelijk de voorzieningen af op de wensen van de gebruikers.

“We proberen ten opzichte van onze cliënten de bevoogding van 'over u, zonder u' te doorbreken”, stelt F. Doeleman, hoofd sociale zaken. Als een van de weinige gemeenten heeft Alphen - vóórdat het aan de slag ging met allerlei maatregelen - onderzoek gedaan naar de omvang én de behoeften van de doelgroep.

Doeleman: “Alphen is redelijk welvarend. Op een bevolking van 68 000 hebben we maar 900 bijstandsgerechtigden. Dat lijkt weinig, maar uit het onderzoek bleek snel dat het aantal mensen dat met een minimuminkomen moet rondkomen in werkelijkheid veel groter is, namelijk zo'n 11 procent van alle huishoudens. Dat komt vooral door de groep die 110 of 125 procent verdient van het minimum. Zij hebben feitelijk meestal minder inkomen dan dan uitkeringsgerechtigden, omdat zij minder gebruik mogen maken van sociale voorzieningen zoals huursubsidie. Deze groep, die haar best doet om te werken, zit echt in een armoedeval waar dringend iets aan gedaan moet worden.”

De gemeente lichtte ook het gebruik van de voorzieningen door die eerder al door goedbedoelende welzijnswerkers of ambtenaren voor de minima waren bedacht. Doeleman: “Het beste voorbeeld is de gratis zwemkaart. Die werd nauwelijks gebruikt. Mensen wilden niet zwemmen, ze wilden liever naar het museum of de basiseducatie.” Ook bleek dat maar vijftig procent van de minima wist van het recht op kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen.

Toen drie jaar geleden armoede hoog op de politieke agenda kwam te staan, kregen gemeenten op het terrein van de bijzondere bijstand meer vrijheid van het rijk voor 'maatwerk'. Ook mogen zij nu gericht inkomenssteun verlenen aan groepen burgers, die niet het rijk, maar de gemeente selecteert. Deze groepen mogen gebruik maken van schuldsanerings-, woonlasten en studiefondsen en reducties op sociaal-cultureel terrein. Deze gemeentelijke inkomenssteun kan worden gefinancieerd uit de extra uitkering van 250 miljoen gulden die het rijk over de gemeenten verdeelt. Daarnaast betalen de gemeenten zelf tien procent mee aan de uitkeringen en de bijzondere bijstand, de rest wordt gecompenseerd door het rijk.

Alphen greep de nieuwe beleidsvrijheid met beide handen aan. Doeleman: “We hebben met de minima zelf en met intermediairs als kerken, allochtone organisaties, buurthuiswerkers en huisartsen om tafel gezeten. Onze vraag was simpel: wat willen jullie.”

Men wilde onder meer een schoolfonds, waardoor elk kind mee moet kunnen op schoolreis. En geen zwempasje, maar een vrij besteedbare bijdrage voor sociaal-culturele activiteiten of bijvoorbeeld een krantenabonnement. Daarnaast kwam er ook een fonds 'duurzame gebruiksgoederen', waaruit eens in de drie jaar een grotere tegemoetkoming kan worden gevraagd. Doeleman: “Er zijn helaas dingen die niet kunnen. Zo zijn de hoge woonlasten hier een groot probleem. Om die te verlagen voor minima kost twee miljoen. Dat financiële risico is te groot.”

Doeleman: “De instrumenten zijn er nu, de vraag is: hoe krijgen we het bij de doelgroep. We doen, net als Den Haag en Groningen, mee aan een landelijke proef om bestanden te koppelen waarbij de privacy zo veel mogelijk gewaarborgd blijft. Zo sporen we mensen op, die uit onwetenheid of schaamte te weinig gebruik maken van voorzieningen. Die proberen we persoonlijk te benaderen of via de thuiszorg. Ook hebben we de folders over regelingen vervangen door kaarten die beginnen met 'u heeft een stofzuiger nodig, wat dan'. Daarnaast kreeg ook Sociale zaken een gratis nummer.”

Het gemeentelijke maatwerk lijdt wel door de versnippering van de landelijke regels, stelt Doeleman. “Ik hoor vaak 'ik wist niet dat ik hier ook recht op had.' Het geheel van bijstandsregels is te gefragmenteerd, zeker omdat sommige mensen maar kort, of af en toe in de bijstand zitten. Ik zie meer in een persoonsgebonden budget: je geeft de klant jaarlijks een bedrag waarmee hij het dan maar moet doen.”

Wilt u de reacties op dit artikel lezen? Registreer u hier voor een proefperiode van twee maanden.

Het plaatsen van reacties is voorbehouden aan de betalende abonnees van Trouw. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Het bekijken en plaatsen van reacties is voorbehouden aan onze betalende abonnees. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Als betalend abonnee kunt u een reactie plaatsen op dit artikel. Deze is alleen zichtbaar voor andere (proef)abonnees.

Om uw reactie te kunnen plaatsen, hebben we uw naam nodig. Ga naar Mijn profiel


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie