Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Alles is anders in de Amsterdamse zedenzaak

Home

Nico de Fijter

© ANP

Wat ouders van slachtoffers Robert M. mogen, mogen ouders in kleinere zedenzaken niet.

De Amsterdamse zedenzaak wordt een steeds krachtiger breekijzer in het versterken van de positie van jonge slachtoffers van seksueel misbruik.

De rechtbank van Amsterdam besloot vrijdag dat, ter bescherming van de misbruikslachtoffers, het overgrote deel van het proces tegen Robert M. achter gesloten deuren zal plaatsvinden. Niet eerder klonk in een zedenzaak zo luid de boodschap: het gaat niet primair om de dader. Het gaat in de eerste plaats om zijn slachtoffertjes.

Maar daar wringt de schoen ook een beetje: want in veel andere, kleinere, zedenzaken is de positie van de slachtoffertjes en hun ouders minder sterk. Daarmee wordt de indruk gewekt dat het louter door de ongekende omvang van de Amsterdamse zedenzaak komt, dat er zoveel aandacht naar de slachtoffers uit gaat. Terwijl mag worden aangenomen dat het leed van slachtoffertjes en hun ouders in kleinere misbruikzaken niet minder groot is.

De ouders van de misbruikslachtoffers van Robert M. hadden er met klem om gevraagd dat de deuren op slot zouden gaan zodra de 67 misbruikgevallen besproken zouden worden. Hun belangrijkste argument: wij willen ons kind koste wat kost uit de publiciteit houden. Dat het Openbaar Ministerie had toegezegd niet met namen maar met nummers te werken, is daarvoor niet afdoende, denken de ouders.

Het uitgangspunt in het stafrecht is dat rechtszaken in de openbaarheid plaatsvinden. Enerzijds vanwege de controleerbaarheid van het werk van Openbaar Ministerie en rechtbank, anderzijds omdat de verdachte zich in het openbaar moet - en mag - verantwoorden.

Er gaat haast geen week voorbij of er staat in een Nederlandse rechtbank een verdachte van seksueel misbruik terecht. Ook al wordt er met regelmaat om gevraagd, het gebeurt maar zelden dat tijdens die zedenzaken de deuren van de rechtszaal op slot gaan. Waarom dat nu wel gebeurt en in de meeste andere zedenzaken niet, is niet duidelijk.

Het is niet het enige aspect dat deze zaak zo uitzonderlijk maakt. Vanaf het moment dat het misbruik door Robert M. aan het licht kwam, zijn er door politie, Openbaar Ministerie en rechtbank nieuwe, niet altijd onbetwiste, paden bewandeld.

Dat begon op de avond, in december 2010, toen tijdens een persconferentie een foto van M. werd getoond. Dat werd gedaan, zei justitie, om zoveel mogelijk slachtoffers van M. op te kunnen sporen. Kan zijn, betoogden M.'s advocaten, maar dat had ook op een andere manier gekund, terwijl hiermee de privacy van onze cliënt werd geschonden. Tijdens het proces zullen M.'s advocaten vanwege de publiciteit zeer waarschijnlijk om strafvermindering vragen. Dat is bepaald geen kansloos verzoek: met hetzelfde argument kreeg zwemleraar Benno L. - die werd veroordeeld voor ontucht met tientallen meisjes - een lagere straf opgelegd.

Maar het meest in het oog springend in de behandeling van de Amsterdamse zedenzaak tot nu toe is het spreekrecht dat aan de ouders van M.'s slachtoffers is gegund. De wet voorziet daar (nog) niet in.

Maakt niet uit, betoogde de Amsterdamse rechtbank: deze zaak is "qua aard en omvang" zo uitzonderlijk dat de ouders tijdens het proces toch het woord krijgen. De ouders van de slachtoffertjes van Benno L. vroegen ook om spreekrecht, maar kregen dat niet. En toen kort geleden in een kleinere zedenzaak in Aalsmeer ouders hun verzoek om spreekrecht onderstreepten met een verwijzing naar de Amsterdamse zedenzaak wees de rechter dat desalniettemin af.

Deel dit artikel