Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Alleen westerse militairen kunnen werkelijk iets uitrichten in Congo

Home

Sybilla Claus

De vredesmacht in Congo krijgt er 3100 militairen bij. Maar wanneer die komen, is onduidelijk. Senator Van Kappen denkt dat alleen een snelle interventiemacht helpt.

De komst van meer dan drieduizend extra vredesmilitairen naar Congo ’lost de problemen niet op’, zegt oud-generaal-majoor Frank van Kappen.

Van Kappen adviseerde van 1995 tot 1998 VN-baas Boutros-Ghali over vredesoperaties. Hij is nu Navo-adviseur en VVD-senator.

Tussen een besluit van de VN-Veiligheidsraad om vredesmilitairen te sturen en hun daadwerkelijke aankomst kunnen maanden, zo niet jaren, zitten. Kenia, Senegal en Angola worden nu genoemd als potentiële leveranciers van menskracht, maar hebben waarschijnlijk nog nooit samen geoefend.

„De VN moeten eerst afwachten welk land hoeveel militairen wil leveren, en hoe die in elkaar te puzzelen. Vervolgens moeten ze na openbare inschrijvingen bedrijven inhuren die schepen en vliegtuigen leveren voor vervoer”, legt Van Kappen aan de telefoon uit. Dat verloopt via VN-regels waarbij elk land gelijkelijk aan bod moet komen. „Het kan gebeuren dat een roestbak die voor de kust van Venezuela ligt troepen gaat halen in Bangladesh.”

De VN werken enorm stroperig, wil Van Kappen maar zeggen. En de versterking van VN-macht Monuc in Congo, nu al ’s werelds grootste met 17.000 militairen en waarnemers, gaat nog maanden op zich laten wachten. Terwijl een burger zoals Balinda Mutumayi uit de belegerde stad Goma in de door geweld ontregelde provincie Noord-Kivu tegen persbureau Reuters zei: „Twee maanden duurt te lang. Laat ze binnen een week komen.”

Ook Monuc zelf weet dat dit niet haalbaar is. Woordvoerder luitenant-kolonel Jean-Paul Dietrich zei blij te zijn met de versterking, maar gaf meteen aan dat de troepen van het juiste kaliber moeten zijn om iets te kunnen bijdragen. „Monuc heeft mobiele, goed uitgeruste, hoogopgeleide troepen nodig. We willen infanterie en ingenieurs, een snelle interventiemacht die kan uitrukken als het conflict ontspoort.”

Oud-militair Van Kappen stelt dat het aantal manschappen eigenlijk ondergeschikt is. „Operationeel vermogen hangt vooral af van zaken als goede communicatie, per satelliet, beveiligde verbindingen, verkenningsvliegtuigen. Je eigen eenheden in het veld in de gaten houden en kunnen ondersteunen.” Kortom, werkelijk ingrijpen vergt een militaire structuur die de VN nou eenmaal niet hebben.

In 2005 ondervond de Nederlandse generaal-majoor Patrick Cammaert deze problemen aan den lijve als commandant van de oostelijke divisie van Monuc. Het Congolese leger waarmee hij soms samenwerkte is een zootje ongeregeld, zijn Indiase ondergeschikten hadden er evenmin veel kaas van gegeten, en bovendien lag hij vaak in de clinch met diverse VN-afdelingen.

De enige interventiemacht die snel ter plaatse kan zijn in Noordoost-Kivu is de Navo, of de vrij nieuwe EU-strijdgroepen (bijna dezelfde mensen als de Navo maar met een andere beslisstructuur en een andere kostenstructuur), of ad-hoc-divisies die een mandaat van de Veiligheidsraad uitvoeren. Dat laatste gebeurde zeer effectief in 2003 na moordpartijen in de Congolese provincie Ituri. De Franse operatie Artemis wist daar snel een eind aan te maken.

Van Kappen ziet de enige oplossing uit Europa komen, net als diverse hulporganisaties en Amnesty International nu vragen. „Nederland zou voor beperkte duur mariniers kunnen bijdragen.” Als VVD-lid vindt de senator dat Financiën en niet Defensie de kosten zou moeten dragen.

In het parlement is de vraag om een bijdrage overigens nog niet opgekomen. Van Kappen: „Je zou alle strijdende partijen het krachtige signaal moeten geven dat wij de bevolking beschermen”.

Deel dit artikel