Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Alleen aartsvijand België houdt even stand

Home

FRED TROOST

LAHTI - De jongste hoofdprijs van het Nederlands korfbalteam is de gouden medaille van de World Games in Finland. Nadat de ploeg van bondscoach Jan Hof eerder vorige week alle wedstrijden won, moesten dit weekend ook Portugal (32-8) en aartsvijand België (22-16) eraan geloven.

Het duel tegen Portugal was zaterdag een formaliteit, maar België was, vooral in het begin van de wedstrijd, andere koek. Tot de twintigste minuut (7-7) scoorden de ploegen om en om en was het verschil nooit groter dan een doelpunt. Toen stokte de Belgische scoringsmachine en bij rust was het 11-8.

“Het gebeurt wel vaken dat een periode van tien minuten doorslaggevend is in een wedstrijd”, zei Joyce Smits, de enige speelster die voor de tweede maal op een World Games optrad. In deze wedstrijd waren dat vooral de eerste tien minuten van de tweede helft, waarin Nederland uitliep tot 17-9. Uiteraard was de wedstrijd toen gespeeld. Spannend was het dan ook niet meer, wel bij vlagen hartstochtelijk: het bleef tenslotte een Holland-België, en die roept bij het korfbal altijd veel emoties op.

Nederland is in de afgelopen week in het toernooi gegroeid en de ploeg was precies op tijd klaar om te pieken. Bondscoach Jan Hof: “Omdat er in het begin wat twijfels waren, heb ik de laatste drie wedstrijden met de basisacht gespeeld. Dat was nodig want de spelers moesten inspelen; dat was tot zaterdag nog niet voldoende. Vandaag wel, toen stond het team er zoals ik dat voor ogen had en zo speelde het ook.”

Hof was vooral verrast door twee uitblinkende debutanten, Daniela Riet (“Ik heb mezelf ook nog nooit zo zien spelen”) en Jan Niebeek. Hof: “Zo spelen als Jan deed tegen Patrick Bellemans, was klasse. Zo geconcentreerd, zo overtuigend, zo heersend ook. Zijn spel en dat van Riet waren voor mij de opvallendste zaken van deze wedstrijd.”

Het Nederlands team overheerste de afgelopen week het korfbaltoernooi op de World Games. Het versloeg op de eerste vier dagen elke tegenstander overtuigend. Dat was leuk voor Nederland, maar niet voor het toernooi. Het publiek in Lahti had het snel door: bij wedstrijden van Nederland moet je niet zijn; die zijn niet spannend. In de duels tegen Duitsland, Taiwan, Australië en Portugal scoorde Oranje 109 maal en incasseerde de ploeg slechts 33 tegentreffers. Dan waren de Belgen populairder bij het Finse publiek; die lieten tenminste zowel Portugal als Taiwan in de tweede helft tot op één doelpunt terugkomen voordat ze uitliepen naar acceptabele cijfers. Ook Duitsland (28-15) liet zich door de Belgen niet van het veld blazen.

Niettemin kwamen ook de Zuiderburen zonder grote inspanning tot vier overwinningen. Daardoor werd de laatste wedstrijd toch weer de beslissende, zoals als zeker voorspeld was. Van die voorspellingen zou de Internationale Korfbalfederatie (IKF) graag afwillen. In 2003 bestaat korfbal honderd jaar en dan organiseert Nederland een centennial-WK. Daar zouden in de optiek van de IKF zeker vijf of zes landen om de wereldeer moeten strijden zonder dat van tevoren vaststaat dat België tegen Nederland aantreedt in Ahoy'. Om die reden is een plan in werking gezet om een aantal landen in sneltreinvaart op het niveau van de twee vaste toppers te brengen. De vier deelnemers aan de World Games horen daarbij, en er is ook nog plaats voor Tsjechië en wellicht Engeland. De IKF en ook de Nederlandse bond vinden het plan belangrijk genoeg om er geld in te stoppen.

Inmiddels is de uitbreiding van de IKF met nieuwe korfballanden op een laag pitje gezet, hoewel spontane aanmeldingen nog wel worden geregistreerd. Zaterdag verwelkomde de IKF haar 33ste en 34ste lid: Turkije en Rusland.

Storend in de huidige situatie is ook dat de tegenstanders, die weten toch geen kans te hebben, in een toernooi als de World Games tegen Nederland en België hun beste spelers op de bank houden. Die kunnen ze wel beter in een andere wedstrijd gebruiken, waar ze wel winstkansen hebben. Alleen de (Nederlandse) coach van de Duitse ploeg weigert dat categorisch. Henk Deegens: “Mijn doelstelling is elke wedstrijd spelen met de basisploeg. Voor korfbal is dat misschien revolutionair, maar in andere sporten is dat heel normaal. Ik vind dat het internationale korfbal niet geholpen is met de inzet van B-ploegen tegen A-landen.”

De Nederlandse selectie was een week voor aanvang van het toernooi naar Finland vertrokken voor een oefenstage. Daar konden de spelers aan elkaar wennen en werken aan de vakopbouw. Dat was nodig want van de gevestigde orde hadden nogal wat oranjekandidaten het laten afweten. André Simons en Tim Abbenhuis waren vanwege hun werk verhinderd. Brandt en Dik waren geblesseerd, Middelhoek had onvoldoende vertrouwen in de bondscoach en zegde af. Bukkens, Koopmans, Tims, Steenbergen en Meijerhoven gaven de voorkeur aan hun vakantie. Hof: “Met de afvallers alleen al had ik een heel aardig team kunnen samenstellen.” De massale afzegging gaf wat minder gevestigde spelers de kans zich in de basis te spelen. Mandy Loorij (Die Haghe) en Jan Niebeek (Vada'25) namen hun kans waar. Niebeek: “Dat oranjeshirt staat me wel. Ik heb mijn debuut ervaren als een waardering die ik krijg als speler. Maar nog mooier is dat ik me in de basis heb gespeeld. Tijdens de voorbereiding werd me al duidelijk dat die kans erin zat. Waarschijnlijk heb ik geboft dat Erwin Dik geopereerd moest worden. Hij is net zo'n type speler als ik en ik weet niet of ik de concurrentiestrijd van een gevestigde speler als Dik gewonnen zou hebben.”

Deel dit artikel